
Lezen met echo’s naar literaire levens
De werkelijkheid is vaak anders dan je verwacht. Toen ik begin dit jaar schreef hoe ik uitkeek naar de nieuwste van John Banville – Venetiaanse vespers – had ik al een duidelijk beeld van het genre: een noir in Venetië, een stad die haast geschapen lijkt voor een goede noir. Ik verwachtte een intrigerend verhaal waarin de waarheid vervormd wordt, het slachtoffer geïsoleerd raakt en waarin subtiele verwijzingen naar andere verhalen zouden opduiken.
Maar al snel merkte ik dat ik iets heel anders aan het lezen was. De stijl was onmiskenbaar Banville, maar het ritme lag trager en de toon was minder gepolijst dan wat ik ken uit zijn noirs. Aanvankelijk was dat verwarrend, tot ik doorkreeg wat er eigenlijk speelde en meer vat kreeg op het verhaal. Omdat mijn eigen lezing nergens online terug te vinden was, schreef ik dan maar zelf een recensie over deze roman die speelt met herinnering, fantasie en zelfbedrog.
Na het schrijven van die recensie heb ik het boek een tweede keer gelezen. Die herlezing veranderde niets aan wat ik had geschreven, maar liet me wel andere dingen zien. Evelyn verraadt veel van zichzelf via een van zijn fantasiepersonages, en hij is een man die zichzelf voortdurend herschept. Hij deed me denken aan de vader van schrijver John le Carré (echte naam David Cornwell). Ronnie Cornwell was een flamboyante en charismatische oplichter die – naar eigen zeggen – bevriend was met de gebroeders Kray, de beruchte Londense gangsters. Het opvullen van gaten in het geheugen met fantasie was iets wat Le Carré zelf meesterlijk beheerste, volgens zijn entourage.
Of hoe ik zelfs wanneer ik ter ontspanning lees, nog steeds associaties vind – of denk te vinden – met schrijvers en hun wereld.

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.