Pavel en ik van Dan Vyleta

Berlijn, december 1946. Het is de koudste winter sinds mensenheugenis. De Berlijners proberen zo goed en zo kwaad mogelijk te overleven. Onder de bestuurders van de bezette stad bevinden zich flamboyante figuren, zoals de Britse kolonel Fosko. Over de nertsdragende Fosko doen veel verhalen de ronde: hij zou homo zijn, een Italiaanse edelman, een spion voor de Russen, een nazi die in 1933 infiltreerde in de Britse geheime dienst.

De mannen van Fosko tonen veel belangstelling voor een huis in hun sector. In dat huis woont onder meer de Amerikaanse ex-soldaat, Pavel Richter. Niet enkel de Britten maar ook de Russen houden het huis in het oog. Het is uiteindelijk de jonge straatboef, Anders, die toevallig te weten komt wat de Russen en Britten nu eigenlijk willen van zijn vriend Pavel.

Mondjesmaat kom je als argeloze lezer meer en meer te weten over het schimmige complot waarin Pavel terecht is gekomen. En Vyleta weet zijn verhaal van begin tot einde heel mysterieus te houden. Dat komt vooral door de bijna alwetende eenogige ik-verteller, die het verhaal met flashforwards en flashbacks regelmatig overneemt. De ik-verteller, Peterson, een medewerker van kolonel Fosko raakt uiteindelijk gefascineerd, of beter gezegd geobsedeerd door Pavel Richter. Bovendien merkt hij al snel dat Fosko’s maîtresse Sonia verliefd wordt op Pavel, en dat ze bereid is om veel risico’s te nemen om Pavel te redden. Jaren later reist de ik-verteller Sonia zelfs achterna in de hoop alsnog een antwoord te krijgen op enkele prangende vragen. Peterson wil namelijk het verhaal vertellen van Pavel en hemzelf tijdens die winter van 1946.

‘Pavel en ik’ is in zekere zin een verhaal in een verhaal. Dan Vyleta weet zijn verhaal echter zo subliem te vertellen, dat je dit als lezer nauwelijks merkt. Er zitten nogal wat literaire knipoogjes in ‘Pavel en ik’. Zo is kolonel Fosko een reïncarnatie van een fictieve held van Wilkie Collins, en doet de jeugdbende waar Anders toe behoort denken aan Dickens’ Oliver Twist. Toch weet Vyleta moeiteloos die Victoriaanse voorbeelden te vertalen naar het troosteloze Berlijn van 1946. Naast straatjongens en militairen passeren ook hoeren, souteneurs en dwergen de revue. Wat Wenen is in Graham Greenes ‘De derde man’ is Berlijn ontegensprekelijk in Vyleta’s ‘Pavel en ik’. Een niet te missen boek.

Gepubliceerd door

daniellecobbaertbe

Lezen doe ik in het Nederlands, Engels en Duits. Ik lees zowel 'echte' boeken als e-boeken en luister heel graag naar audioboeken.