Fictieve held: Tom Ripley

Vele zijn uitverkoren. Slechts een handvol staat voor een nieuw soort van literaire held. Met Ripley creëerde Patricia Highsmith het prototype van de gewetenloze maar sympathieke moordenaar. Waar hij zich ook begeeft, Ripley raakt er altijd mee weg. 

Lezers vinden hem sympathiek en innemend. Voor critici was hij een psychopaat. Daar was Highsmith (1921-1995) het niet mee eens. Volgens haar verschilde Tom Ripley niet zo veel van de rest van de mensheid. Ripley is overigens geen crimineel, hij houdt niet van moorden. Als hij moordt, is het uit puur zelfbehoud. Elke man zou in zijn geval hetzelfde doen.

De anti-held.

Toen hij zijn literair debuut maakte in ‘The Talented Mr Ripley’ (1955) scharrelde hij aanvankelijk zijn kostje bijeen als oplichter in New York. Maar dan kwam de scheepsmagnaat Herbert Greenleaf op zijn pad. Greenleaf betaalde hem gul om zijn zoon, Dickie op te sporen. Ripley vond Dickie in Italië. Dickies luxeleventje stak hem meteen de ogen uit. Zo’n leventje wou hij ook, hier had hij altijd van gedroomd. Hij vermoordde de jonge man en nam zijn plaats in. Nadat hij Dickies erfenis in zijn eigen zak gestoken had, vluchtte hij naar Griekenland. Wat hij wou, had hij verkregen. Dat daar iemand de dupe van werd, was niet zijn schuld.

Vanaf het tweede boek in de vijfdelige serie is Ripley getrouwd. Hij adoreert zijn vrouw en woont met haar op een landgoed in Frankrijk. Zijn Franse schoonfamilie is niet geïnteresseerd in hoe hij aan zijn geld kwam. Uiteraard komt Ripley dit goed uit. Hij verdient nu zijn kost met het vervalsen van kunst. Verder houdt hij zich bezig met tuinieren en het bespelen van de klavecimbel. Telkens wanneer hij het risico loopt om ontmaskerd te worden, komt hij in actie. Hoeveel doden hij uiteindelijk maakt, weet hij niet. Het interesseert hem niet. Van nare dromen of een slecht geweten heeft hij geen last. Hij is immers de anti-held, die willens en wetens de moraal schendt.

Naast Matt Damon werd Tom Ripley ook gespeeld door John Malkovich, Dennis Hopper en Alain Delon.

Bron trailer: YouTube
Voor mijn blog gebruikte ik verschillende internetbronnen, waaronder Wikipedia.