Boeken volgens Morrison

Toni Morrison (1931-2019) was een Amerikaanse schrijfster.

Omdat ze een negen-tot-vijfbaan had schreef Morrison in de tussenliggende uren. Een groot deel van haar schrijverscarrière werkte zij als redacteur bij Random House. Daarnaast gaf ze op de universiteit een literatuurcursus en voedde als alleenstaande moeder haar twee zoontjes op.

De onderbelichting van de Afro-Amerikaanse vrouw in de Amerikaanse literatuur was voor Morrison een van de redenen om te gaan schrijven. In 1970 debuteerde ze met ‘The Bluest Eyes’ (Het blauwste oog). De doorbraak kwam er in 1973 met de roman ‘Sula’. ‘Sula’ werd toen genomineerd voor de National Book Award. Na het succes van haar derde roman ‘Song of Solomon’ (Solomons lied) gaf zij haar baan bij Random House op voor een voltijdse baan als schrijfster. Zij was toen 46 jaar.

In 1993 kreeg zij als eerste zwarte vrouw de Nobelprijs voor Literatuur.

De foto bij dit blog is in het publieke domein en komt van Wikimedia Commons.

Reizen met Charley van John Steinbeck

Een zoektocht naar een schrijver en zijn land.

Had hij nog voeling met het land waarover hij schreef? Sommige vrienden meenden van niet. Bovendien was hem verteld dat hij niet lang meer te leven had. Zijn hart was er slecht aan toe. Als hij nog een roadtrip door de VS wou maken, moest hij het nu doen. In 1935 had hij ooit rondgereisd in een oude bakkerswagen. Hij stopte waar mensen bijeenkwamen, luisterde, keek en voelde en vormde zich zo een beeld van zijn land. In de tussenliggende 25 jaar was er veel veranderd. Anno 1960 koos hij voor een camper en liet die speciaal voor die reis maken. Hij doopte zijn camper naar het paard van Don Quichote, Rocinante. In laatste instantie besloot hij om zijn hond, Charley mee te nemen. Het verhaal van zijn reis doorheen 34 staten kreeg de naam ‘Travels with Charley’, analoog aan Stevensons reisverhaal in de Cevennen, ‘Travels with a Donkey’. Een paar maanden na de goede ontvangst van ‘Reizen met Charley’ kreeg Steinbeck de Nobelprijs voor de literatuur. Dit voor zijn scherpe sociale waarneming.

In tegenstelling tot wat Steinbeck ons wou doen laten geloven, kampeerde hij niet wild maar verbleef hij in hotels en bij vrienden en familieleden. Naast Charley had hij tijdens een groot deel van zijn reis het gezelschap van zijn echtgenote Elaine. Want Charley kon hem onmogelijk naar een dokter brengen als zijn hart het zou begeven. Oude heer Charles le Chien, zoals Charley officieel heette, had prostaatproblemen. Elaine Steinbeck zorgde dus voor twee zieke heren.

Het reisverhaal dat Steinbeck in ‘Reizen met Charley’ vertelt, is grotendeels een werk van fictie. Realistisch is volgens kenners zijn interpretatie over wat hij onderweg hoorde, zag en voelde met betrekking tot de ziel van de VS en de Amerikanen. Deze klassieker heeft dan ook terecht ‘een zoektocht naar Amerika’ als ondertitel. In dit boek voorzag Steinbeck dat we ooit de rekening zouden gepresenteerd krijgen van ons slordig omgaan met de natuur. Schrijnend is het racisme, waar de schrijver geen woorden voor had, maar die juist door dat gebrek aan woorden hard binnenkomt.  

‘Reizen met Charley’ was voor mij ook een humoristische inkijk in het leven en het denken van een groot schrijver. Een man, die wist, dat hij geen jaren meer te leven had. Die er rekening mee hield dat hij zijn roadtrip door de VS nooit zou kunnen navertellen. Maar die die wetenschap wijselijk voor zichzelf hield. En die ons waarschijnlijk deed geloven dat hij zich zorgen maakte over zijn creatieve bron: de gewone Amerikaan en zijn omgeving. 

Oorspronkelijke titel: Travels with Charley.
Jaar van publicatie: 1962

“Ik stuurde Rocinante naar een kleine picknickplaats die werd onderhouden door de staat Connecticut en haalde mijn wegenatlas tevoorschijn. En plotseling werden de Verenigde Staten ongelooflijk groot en onmogelijk te doorkruisen. Ik vroeg me af hoe ik me in godsnaam in een project had kunnen storten dat onuitvoerbaar was. Het was alsof je aan een roman begon. Als ik voor de ellendige onmogelijkheid sta om vijfhonderd pagina’s te schrijven, word ik overvallen door een misselijkmakend gevoel van mislukking, en weet ik dat ik het nooit voor elkaar zal krijgen. Dat gebeurt elke keer weer. Dan schrijf ik langzaamaan één pagina en daarna nog een. Ik kan me niet veroorloven om verder na te denken dan één dag werk, en ik sluit de mogelijkheid uit dat ik het ooit afkrijg. Zo was het ook toen ik naar de felgekleurde voorstelling van het monster Amerika keek. “

Gespot: Ten oosten van Eden

In ‘Gespot’ zet ik een nog te verschijnen boek in de kijker. Vandaag heb ik het over de heruitgave van ‘Ten oosten van Eden’ van John Steinbeck.

In 2017 schreef ik een auteursportret over John Steinbeck, waarin ik had over ‘Ten oosten van Eden’. Dat er nu een Nederlandstalige heruitgave komt, is me niet ontgaan.

Voor de Amerikaanse schrijver was ‘Ten oosten van Eden’ een ambitieus project. Voor zijn twee zonen wou hij een boek schrijven over de familiegeschiedenis van de Steinbecks. Uiteindelijk werd het een allegorie over goed en kwaad, waarin maar gedeeltelijk de familiegeschiedenis verwerkt was. De thematiek van goed en kwaad was volgens Steinbeck het fundament waarop alle literatuur en poëzie stoelt. Volgens hedendaagse literatuurwetenschappers zag de schrijver zijn roman terecht als zijn magnum opus.

In 1952 waren de recensies over het boek veeleer negatief. Een enkeling prees het als origineel. Toch was het een bestseller. In tegenstelling tot de critici hielden de lezers van de symboliek, het vertelperspectief en de personages. ‘Ten oosten van Eden’ kreeg echter nooit de status van ‘De druiven der gramschap’ en ‘Van muizen en mensen’.