Faulkners klootzak

Klassiekers zoals ‘Het geluid en de drift’ zijn literaire gemeneriken.

In de herfst van 1928 wandelde William Faulkner het appartement binnen van zijn vriend en literaire agent Bud Wasson. Hij had een manuscript bij en gooide het nonchalant op Wassons bed. “Lees dit, Bud. Het is een echte klootzak. De grootste die ik ooit zal schrijven.” De klootzak in kwestie was Faulkners nieuwste roman: ‘The Sound and The Fury’ (Het geluid en de drift). Hierin vertelde hij het tragische verhaal van Caddy Compson verteld vanuit de perspectieven van haar broers. 

Zijn geweldige mislukking

‘The Sound and The Fury’ was een persoonlijke favoriet van Faulkner. Het had van hem een schrijver gemaakt. Niettemin vond Faulkner dat hij het verhaal nooit goed heeft kunnen vertellen. Hij had het graag nog eens willen proberen, maar ging ervan uit dat hij toch weer zou falen. Voor literatuurkenners is ‘The Sound and The Fury’ alvast een hoogtepunt in zijn oeuvre en een klassieker in zowel de modernistische als de Amerikaanse literatuur. 

Dat zijn geweldige mislukking niet aansloeg bij het lezerspubliek in de late jaren twintig kwam niet als een verrassing voor Faulkner. Hij had het voorzien. Hij had immers een moeilijk boek geschreven. Aanvankelijk had hij voorgesteld om voor elke nieuwe tijdsequentie een andere drukkleur te gebruiken. Maar daar had zijn uitgever geen oren naar. Wat hij wel had kunnen bewerkstelligen, was dat er niets aan zijn kunstwerk werd veranderd. Dat zijn klootzak op de markt kwam zoals hij hem geschreven had: in stream-of-consciousness en als vier in elkaar geschoven boeken.

Dat lezers vaak al bij het eerste deel afhaakte kon Faulkner begrijpen. De zwakbegaafde Benjy Compson heeft namelijk geen besef van tijd. Hij vertelt de gebeurtenissen van de voorbije dertig jaar alsof ze nu gebeuren. Toch moedigde hij zijn lezers aan om het te blijven proberen. 

Blijven proberen

Ook kenners zijn die mening toegedaan: lezers moeten het maar blijven proberen. En neen Faulkner had het verhaal niet anders kunnen vertellen. Volgens een gekend vers uit Shakespeares ‘Macbeth’ is het leven een verhaal verteld door een idioot vol van geluid en drift. De Compsons broers zijn dan ook duidelijk gestoord.

“Because no battle is ever won he said. They are not even fought. The field only reveals to man his own folly and despair, and victory is an illusion of philosophers and fools.”

De ballade van het treurige café van Carson McCullers

De ellendige liefde.

Een katoenfabriek, wat arbeidershuisjes, perzikbomen, een kerk en een hoofdstraat van nog geen honderd meter lang. Een godverlaten oord, ergens in het zuiden van de VS. Ooit was hier een café met tafels met kleedjes en papieren servetten. Nu is datzelfde gebouw dichtgetimmerd. Enkel op het einde van de middag gaat een luik open en staart het bleke gezicht van Amelia Evans naar buiten. Zij baatte het café uit. Het grote succes van het café was evenwel toe te schrijven aan haar neef Lymon. 

‘De ballade van het treurige café’ vertelt twee verhalen. Hoe het café er kwam en waarom het nu dicht is. En het verhaal van Amelia Evans, haar ex-echtgenoot Marvin Macy en neef Lymon. Dat laatste is het verhaal van een curieuze driehoeksverhouding.

De drie personages in deze novelle zijn buitenbeentjes. De boomlange schele Amelia loopt liever rond in een werkbroek. Lymon heeft een bochel. En dan is er nog de knappe maar gemene recidivist Marvin Macy, die jarenlang het gezouten oor van een tegenstander bijhield. Dat laatste is maar een van de vele macabere details, die feitelijk verweven zijn in dit prachtig stukje melancholisch proza. Net als in een ballade worden de gebeurtenissen sprongsgewijs en met herhalingen verhaald. De personages stellen je voor raadsels, maar dat geeft net dat tikkeltje meer aan deze novelle. Zeker als je weet dat driehoeksverhoudingen als een rode draad door Carson McCullers’ (1917-1967) relaties liepen. 

McCullers droeg deze novelle overigens op aan componist David Diamond. Diamond was voor de schrijfster en haar echtgenoot Reeves McCullers iemand die ze liefhadden. Zoals ‘De ballade van het treurige café’ je leert, hunkert iemand die liefheeft steeds naar contact met zijn geliefde, ook al leidt dit tot ellende en een tragische ballade. 

Oorspronkelijke titel: The Ballad of the Sad Café.
Jaar van publicatie: 1951

Gespot: Duizend manen

In ‘Gespot’ zet ik nog te verschijnen boek in de kijker. Vandaag heb ik het over het nieuwste boek van Sebastian Barry.

Sebastian Barry is een van mijn lievelingsauteurs. Ik kijk dan ook uit naar ‘Duizend manen’. De Nederlandstalige editie verschijnt op 24 maart. De Engelse verschijnt morgen.

‘Duizend manen’ is een vervolg op ‘Dagen zonder eind’ (2017). Het verhaal van de Ierse emigrant Thomas McNulty in zijn nieuwe vaderland, omstreeks 1850. Samen met zijn levensgezel John Cole adopteert hij een indianenmeisje, Winona.

‘Dagen zonder eind is Barry’s meest succesvolle roman. Het viel niet alleen twee keer in de prijzen, The Guardian roemde het ook als een van de beste boeken van de eenentwintigste eeuw. Bovendien creëerde Barry met Thomas en John onvergetelijke personages. Een vervolg kon bijgevolg niet uitblijven.

Thomas en John verhuizen in ‘Duizend manen’ weliswaar naar de achtergrond. Want het woord is aan hun adoptiedochter. Winona is overigens niet haar echte naam. Ze heet eigenlijk Ojinjintka. ‘Duizend manen’ vertelt bijgevolg het verhaal van een dappere Indiaanse vrouw in het negentiende-eeuwse Amerika.

De foto van Sebastian Barry is van Chris Boland, www.chrisboland.com.