De auteur van Een lied van Afrika

Volgens Ernest Hemingway had Bernard Berenson, Carl Sandburg of Isak Dinesen de Nobelprijs voor Literatuur moeten krijgen. Isak Dinesen, een pseudoniem van Karen Blixen (1885-1962) was vereerd dat Hemingway haar vernoemd had in een interview naar aanleiding van zijn eigen nominatie. Beide auteurs hebben elkaar nooit ontmoet, maar ze deelden wel dezelfde liefde voor Afrika. Karen Blixen is overigens vooral gekend van ‘Den afrikanske Farm’ (Een lied van Afrika), succesvol verfilmd door Sidney Pollack in 1985. 

Haar jeugd.

Karen Blixen werd op 17 april 1885 geboren in het Deense Rungsted als Karen Dinesen. Na de zelfmoord van haar vader in 1895 veranderde er veel voor de jonge Karen en haar twee zussen. In een huishouden geleid door streng religieuze vrouwen – hun moeder en tante – werd de vrijheid van de meisjes ingeperkt. Want de meisjes moesten vooral een goede partij vinden. Gelukkig was er voor Karen nog de wereld van de fantasie en de kunst. Als ze niet schreef of zelfbedachte sprookjes vertelde, dan tekende ze portretten, landschappen of trollen. In 1909 verschenen enkele van haar kortverhalen in twee vooraanstaande Deense literaire tijdschriften. De verhalen bleven evenwel onder de radar. 

Haar koffieplantage in Kenia.

In 1912 verloofde Karen zich met haar Zweedse achterneef baron Bror von Blixen-Finecke. Huwen deden ze in 1914 in Mombasa, Kenia. Hun familie had hen namelijk voorgesteld om hun fortuin in Kenia te maken. Aanvankelijk kozen ze voor het houden van vee, maar in 1917 gingen ze resoluut voor de teelt van koffie. Verstand van koffie telen hadden ze niet. Bovendien jaagde Bror liever op groot wild en vrouwen. Het beheer van de koffieplantage kwam dan ook vooral op haar schouders terecht. 

Na hun scheiding van tafel en bed in 1921 verdeelde Karen haar tijd tussen het beheren van de plantage en schrijven. Na haar mislukt huwelijk greep ze immers vaker naar de pen. En dan was er ook nog haar vriendschap, of was het een intieme relatie met de Engelse grootwildjager Denys Finch Hatton. Of die liefdesgeschiedenis enkel bestond in Blixens fantasie of reëel was, is stof voor discussie. Want de aard van haar relatie met Denys is omgeven met veel mist. Volgens schrijfster Beryl Markham, die zowel met Blixen als Finch Hatton bevriend was, was hij homo. 

In 1931 verliet een berooide Karen Blixen voorgoed haar plantage in Kenia. De internationale koffiemarkt was ingezakt. En haar grote liefde Denys was verongelukt. Ze zou nooit meer terugkeren naar Afrika. Wel schreef ze een autobiografie over haar tijd in Kenia: ‘Den afrikanske Farm’ (Een lied van Afrika).

Isak Dinesen, de Deense aristocrate.

Voor ‘Een lied van Afrika’ verscheen haar debuut ‘Seven Gothic Tales’ in het Engels in de VS onder haar pseudoniem Isak Dinesen. Dat het in de VS verscheen en niet in Denemarken kwam door haar tantes vriendschap met de Amerikaanse schrijfster Dorothy Canfield. Canfield overtuigde Random House om Blixens debuut te publiceren. Ook had Canfield een hand in de selectie van ‘Seven Gothic Tales’ voor de Book of the Month Club.

De meeste Amerikaanse lezers dachten aanvankelijk dat Isak Dinesen een man was. Met ‘Out of Africa’ in 1937 besefte ze dat ze te maken hadden met een Deense aristocrate genaamd Karen Blixen.

Het klassieke ‘Een lied voor Afrika’.

Ook ‘Out of Africa’ bereikte tienduizenden Amerikaanse lezers nadat het geselecteerd was voor de Book of the Month Club. De goede ontvangst zorgde tegelijkertijd voor een hernieuwde belangstelling voor haar debuut uit 1934. In Denemarken was ‘Seven Gothic Tales’ neergesabeld, maar ‘Een lied voor Afrika’ was meteen een publiekslieveling. Blixens klassieker spreekt nog steeds veel lezers over heel de wereld aan. Duizenden toeristen vinden jaarlijks hun weg naar M’Bogani, haar voormalige koffieplantage, dat nu een museum herbergt. Ook haar ouderlijk huis in Rungsted is een veel bezocht museum.

Dankzij haar enthousiaste Amerikaanse fans kon Blixen het personeel betalen dat ze nodig had in Rungsted. Na Kenia was haar ouderlijke woning haar nieuwe woonst geworden. Van haar Kenia-avontuur hield ze een wankele gezondheid over. Bovendien was ze in 1915, een jaar na haar huwelijk met Bror, gediagnosticeerd met syfilis. De arsenicum die ze moest innemen voor die syfilis deed haar gezondheid geen goed. Het heeft allicht haar leven verkort. 

De veel gelauwerde schrijfster.

De laatste tien jaar van haar leven had ze hevige rugpijn en was ze invalide. Toch bleef ze schrijven. Voor haar literair werk ontving ze vele prijzen en onderscheidingen, waaronder de prestigieuze Deense onderscheiding Ingenio et arti. Ook is zij een aantal keer genomineerd voor de Nobelprijs voor Literatuur.

In 1959 had ze bijna de Nobelprijs voor Literatuur gewonnen. Maar een van de leden in de commissie beargumenteerde dat ze de Nobelprijs voor Literatuur toch weer niet konden geven aan een Scandinavische auteur. De Nobelprijscommissie koos toen voor de Italiaan Salvatore Quasimodo. 

Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen, waaronder Wikipedia. De foto bij dit blog komt van Wikimedia Commons en is in het publieke domein.

Spotlight op: De groep

In ‘spotlight op’ ontruk ik een boek en zijn auteur uit de vergetelheid. Vandaag is het spotlight gericht op: ‘De groep’ van Mary McCarthy.

Mary McCarthy (1912 – 1989) was een van de belangrijkste chroniqueurs van het intellectuele leven in de VS. Met haar debuutroman ‘The Company She Keeps’ (1962) trok ze meteen de aandacht. Allicht door de herkenbare portretten van de toenmalige New Yorkse literaire scène. Daarvoor had haar autobiografie ‘Memories of a Catholic Girlhood’ (Herinneringen aan mijn roomse jeugd) uit 1957 al zijn weg gevonden naar het grote publiek. 

‘The Group’ (De groep) uit 1963 is haar bekendste en controversieelste werk. ‘De groep’ volgt 9 jonge vrouwen. Tijdens hun studie in de jaren 30 vormen zij namelijk de Ivory Tower Group. Eenmaal afgestudeerd zoeken ze hun weg in New York. ‘De groep’ beschrijft hun vriendschappen, hun avonturen met mannen, carrières, successen en mislukkingen in de eerste 7 jaar na hun afstuderen. 

Hoewel de New York Review of Books ‘De groep’ af deed als een triviale vrouwenroman stond het 2 jaar onafgebroken in de bestsellerlijsten. Het was evenwel het soort boek waarvan niemand wou toegeven dat ze het gelezen hadden. Sommige lezers kropen zelfs in de pen om McCarthy te beschuldigen van perversiteit. In Australië, Italië en Ierland werd ‘De groep’ geweerd. De openhartige beschrijvingen van seks, contraceptie en borstvoeding was in die landen moreel onaanvaardbaar.

Niettemin was ‘De groep’ voor een generatie van vrouwelijke auteurs een openbaring, die hen aanmoedigde om te schrijven over hun seksualiteit.

Voorbije liefdes van Richard Yates

Toen Michael Davenport tegen het einde van de oorlog in Europa meerderjarig werd, wist hij wat hij wou doen. Hij wou gedichten en toneelstukken schrijven. Na zijn legerdienst ging hij dan ook naar Harvard. Tijdens zijn derde jaar ging hier zijn eerste eenakter in première. Het toneelstuk deed er voor Michael niet toe. Die lente ging hij namelijk helemaal op in Lucy Blaine. 

Een week na hun afstuderen traden Michael en Lucy in het huwelijk. Het was hem toen al duidelijk dat de Blaines geld hadden. Toch was hij helemaal niet voorbereid op Lucy’s bekentenis tijdens hun huwelijksnacht. Zij bekende dat zij ergens tussen de drie en de vier miljoen dollar van haarzelf had. De resterende dagen en nachten van hun huwelijksreis vulden ze met praten. Volgens haar konden ze overal gaan wonen. Konden ze op zoek naar de juiste omgeving voor hem. Hij wou daar niet van weten. Hij wou zijn plannen uitvoeren. Die plannen had hij al lang voor hun huwelijk gemaakt. Ze zouden naar New York gaan. Hier zou hij een baan aannemen bij een reclamebureau of een uitgeverij. Ze zouden enkel van zijn salaris rondkomen. Want haar geld wou hij niet. Dat zou hem in zijn mannelijkheid aantasten. 

Schreef Richard Yates zeven keer hetzelfde boek? Ja. In elk boek vind je dezelfde thematiek. Soms ook dezelfde personages. Hetzelfde onvermogen om lief te hebben en iets van het leven te maken. Maar elk boek van Yates is niettemin anders. 

‘Voorbije liefdes’ is merkelijk matuurder dan Yates’ debuut, ‘Revolutionary Road’. Het is minder tragisch en heftig, kent ironie en zelfspot. Er zijn ook geen slaande echtelijke ruzies. De scheiding van de Davenports komt onverwacht. Het is de cliffhanger van het eerste deel. In de twee volgende delen volg je eerst Lucy en dan vervolgens Michael tot hun vijftigste. Zijdelings zijn er hun vrienden, die gelukkiger lijken en succesvoller. Of is het gras sowieso altijd groener aan de andere kant? Kunnen we – als we ons vergelijken met andere – enkel maar ongelukkig zijn? ‘Voorbije liefdes’ geeft geen antwoorden. Yates observeerde en chroniqueerde. Als er al een antwoord zat in zijn werk, was het dat iedereen in wezen alleen is. Die tragiek van de eenzaamheid wist Yates als geen ander in zijn fictie te verweven.

“Zij draaide zich naar hem om en bekeek hem van top tot teen. Heel vreemd, zei ze. Dit is werkelijk interessant. Ik bedoel, het was al verrassend genoeg om te merken dat ik je dierbare, elitaire Kenyon Review-ideetjes altijd gehaat heb – en ik wil je bij god nooit meer van mijn leven gedicht of toneelstuk horen zeggen – maar nu besef ik dat ik je stem op zich al haat. Begrijp je me? Ik kan de klank van je stem domweg niet meer verdragen. Of de aanblik van je gezicht. En ze draaide de kranen boven de gootsteen met een ruk allebei wijd open en trof voorbereidingen om de afwas te doen.”

Oorspronkelijke titel: Young Hearts Crying.
Datum van publicatie: 1984.