De sirenen van Bagdad van Yasmina Khadra

Ik was een gevoelig kind. Geen slapjanus, maar een jongen met een afschuw voor geweld. Niettemin ben ik nu als eenentwintigjarige in Beiroet. Ik ben namelijk uitgekozen voor een operatie, die duizendmaal opzienbarender zal zijn dan de aanslagen op 11 september.

‘Ik’ is een anonieme Irakese bedoeïenzoon, die zich na de val van Saddam Hussein aansloot bij de Jihadisten. Of beter gezegd. De Jihadisten maken gebruik van zijn haat. Hoe is het zo ver gekomen? Waarom draagt ‘ik’ haat als een tweede natuur? De gedaanteverwisseling van de bedoeïenzoon komt met het besef van het leven in een leugenachtige, onrechtvaardige, harde en wrede wereld. Maar kan ‘ik’ wel zelfmoord plegen?

Volgens Albert Camus, Khadra’s grote literaire voorbeeld, komt zelfmoord enkel in beeld als het leven zinloos is. En dat is goed om in je achterhoofd te houden bij het lezen van ‘De sirenen van Bagdad’.

Het verhaal kent drie delen. Het eerste en laatste deel situeert zich in Libanon. Hier wacht ‘ik’ tot hij in actie mag komen. Het tweede deel speelt zich af in Irak. Dit is uiteraard het grootste en belangrijkste deel van het verhaal. En veruit het interessantste. Het derde deel vond ik namelijk niet zo geslaagd. Het had iets post-apocalyptisch, wat niet paste bij de rest van het verhaal. Bovendien propte Khadra net iets te veel ideeën in dat laatste deel. En dat deed afbreuk aan ‘iks’ essentiële vraag: “wat heb ik zelf met mijn leven gedaan”.

Met dit derde deel van een trilogie rond islamitisch extremisme schreef Khadra, pseudoniem van Mohammed Mousselehoul, al met al een indringend boek.

Gepubliceerd door

daniellecobbaertbe

Lezen doe ik in het Nederlands, Engels en Duits. Ik lees zowel 'echte' boeken als e-boeken en luister heel graag naar audioboeken.