In ‘spotlight op’ ontruk ik een boek en zijn auteur uit de vergetelheid. Vandaag staat de spotlight op: ‘Confessions of an English Opium-Eater’.

In 1821 veroorzaakte Thomas De Quincey (1785-1859) veel ophef met Bekentenissen van een Engelse opiumeter, een autobiografisch werk waarin hij openlijk toegaf verslaafd te zijn aan laudanum, een opiumpreparaat dat toen zonder voorschrift verkrijgbaar was.
Bekentenissen van een Engelse opiumeter was een van de eerste verslavingsverhalen in de Engelse literatuur, en dat alleen al maakte het boek uitzonderlijk. De Quincey beschreef zowel de euforie als de duistere kanten van zijn gebruik. Die dubbelheid: bekentenis, verheerlijking en waarschuwing zorgde voor controverse. Critici vreesden dat zijn openhartigheid lezers zou aanzetten tot experimenteren, en die angst bleek niet ongegrond: in de decennia nadien volgde en experimenteerde verschillende Engelse schrijvers met drugs.
Ook in de populaire literatuur liet De Quincey sporen na. In Sir Arthur Conan Doyles kortverhaal The Man with the Twisted Lip (1891) begint een personage drugs te gebruiken na het lezen van De Quinceys bekentenissen. Zelfs Sherlock Holmes gebruikt regelmatig drugs.
Bekentenissen van een Engelse opiumeter is een boek dat vaak in de marge van de literatuur blijft staan, terwijl het een vroege stem is in het genre van de autobiografische verslavingsliteratuur.

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.