We hebben altijd in het kasteel gewoond van Shirley Jackson

Angst voor de Blackwoods.

we hebben altijd in het kasteel gewoond
We Have Always Lived in the Castle (1962)

Is het je ook al overkomen? Je leest een boek. Je vindt het fantastisch. Maar je kan niet zeggen waarom je het zo fantastisch vindt. Zo’n boek is voor mij ‘We hebben altijd in het kasteel gewoond’. Vertelster van dit verhaal is de 18-jarig Mary Katherine Blackwood, oftewel Merricat. Dat Merricat veel fantasie heeft, merk je al meteen bij de eerste zes zinnen van het boek. Het verhaal dat volgt na Merricat’s voorstelling is volledig in de verleden tijd geschreven. Zij blikt terug. Of het maanden dan wel jaren betreft, is moeilijk te achterhalen. Hoe oud was Merricat op die fatale avond? Was zij toen 12? Of was zij jonger, want zij klinkt nogal kinderlijk voor een meisje van 18.

De jaren hebben de neiging om stil te blijven staan bij de Blackwoods. De kelder van het huis huisvest weckpotten van elke generatie Blackwood-vrouwen. Ze verplaatsen zelden iets en komen nauwelijks, tot nooit de deur uit. Hun domein is goed afgesloten van de buitenwereld. De dorpelingen zijn hun vijandig gezind. En die fatale avond is enkel koren op hun molen.

Ze spraken zelden rechtstreeks tegen mij, maar uitsluitend tegen elkaar. ‘Dat is een van de meisjes Blackwood’, hoorde ik hen op hoge spottende toon zeggen, ‘een van de meisjes Blackwood van Blackwood Farm.’ ‘Jammer van de Blackwoods’, zei iemand anders, ‘sneu voor die arme meisjes.’

Sinds die fatale avond zijn er nog maar 3 Blackwoods: Merricat, Constanze en oom Julian. Zij zijn allemaal obsessief bezig met iets: Constanze met koken, oom Julian met zijn memoires en Merricat met talismannen en fantastische verhalen. Een excentriek stel dus, die Blackwoods. Met de komst van neef Charles Blackwood krijgt die excentriciteit een andere naam: de Blackwoods hebben een klap van de molen gehad. Het weggaan van Charles is even onverwachts als zijn komst, en betekent het begin van een ander, beperkter maar even gelukkig leven voor Merricat en Constanze. Ze kunnen immers nog steeds de vijandige buitenwereld buitensluiten. En ze hebben rust, want Charles had twist en ongenoegen meegebracht.

Shirley Jackson (1916-1965) stond geboekstaafd als horrorauteur. Toch jaagt ‘We hebben altijd in het kasteel gewoond’ je geen angst aan door onverklaarbare dingen, enge huizen of fantastische wezens. Aanvankelijk lijkt het zelfs dat Jackson de draak steekt met het genre. Toch wordt het beklemmend. De horror in dit verhaal zit hem in de angst van de dorpelingen voor de Blackwoods. En die is – niet geheel onterecht – heel bedreigend in ‘We hebben altijd in het kasteel gewoond’.

Gepubliceerd door

daniellecobbaertbe

Ik lees en schrijf graag. ‘Boeken’ is mijn excuus om nieuwsgierig rond te lopen in de wondere wereld van de letteren. En me te vergapen aan de rijkheid en diversiteit van het geschreven woord.