
The bad boys of rock deden veel stof opwaaien toen ze in 1968 Sympathy for the Devil uitbrachten. Sir Mick Jagger zingt vanuit het standpunt van de duivel, die al eeuwenlang toekijkt hoe mensen elkaar geweld aandoen. Met de songtekst wilde Jagger luisteraars een spiegel voorhouden. Dat werd niet door iedereen begrepen: volgens sommige luisteraars verheerlijkten The Rolling Stones geweld. Of nog erger, riepen ze op tot het aanbidden van de duivel.
Twintig jaar later belandden exemplaren van The Satanic Verses (De Duivelsverzen) wereldwijd op de brandstapel. In Salman Rushdies roman vallen twee mannen uit een gekaapt vliegtuig. De ene krijgt engelachtige trekken, de andere wordt door zijn omgeving als de duivel gezien. Rushdie laat de rollen van engelen en duivels bewust door elkaar lopen: de duivel staat bij hem voor alles wat afwijkt van de norm. Islamitische fundamentalisten waren echter niet te spreken over de verwijzing naar de zogenaamde duivelsverzen, wat leidde tot internationale spanningen en uiteindelijk tot de beruchte fatwa.
De gevallen schrijver
Wat Sympathy for the Devil en The Satanic Verses gemeen hebben: hun inspiratiebron, De meester en Margarita van Michail Boelgakov (1891–1940).
Meer dan twintig jaar voor The Stones hun sympathie betuigden aan de duivel, vroeg Michail Boelgakov zijn vrouw om goed zorg te dragen voor zijn nalatenschap. Aan die nalatenschap had hij twaalf jaar lang gewerkt. In 1928 begon hij namelijk aan het manuscript dat De meester en Margarita zou worden. Een vroege versie verbrandde hij zelf. Maar om het met de woorden van zijn eigen duivel te zeggen: manuscripten verbranden niet. Ze blijven voortleven in het hoofd van hun maker. En dus begon Boelgakov opnieuw te schrijven. Het werd een roman waarin hij gebeurtenissen uit zijn eigen leven en zijn carrière als schrijver in de Sovjet‑Unie onder Stalin verwerkte.
Boelgakovs satires op bureaucratie en tirannie waren populair bij lezers. Zijn toneelstukken trokken volle zalen en zijn proza circuleerde gretig in handgeschreven kopieën. De critici en de autoriteiten lustten hem echter rauw. Want Boelgakov plooide zich niet naar wat van een Sovjetschrijver verwacht werd. Schrijvers moesten een stralende toekomst bezingen, hun held moest een arbeider zijn en hun muze het communisme. Boelgakov daarentegen toonde de absurditeit van het systeem. Voor het literaire establishment — de commissies die bepaalden wat wel en niet mocht — was hij dan ook onbetrouwbaar, ideologisch schadelijk en politiek verdacht. Vanaf 1930 mocht hij niets meer publiceren.
Dat het Russische literaire establishment boosaardiger was dan de duivel zelf, zou de teneur worden in zijn Meester en Margarita.
De duivel, de meester en Pilatus
In De meester en Margarita komen drie verhaallijnen samen die elkaar voortdurend spiegelen en versterken. Er is het verhaal van Woland, de duivel die in het Moskou van de jaren dertig neerstrijkt tijdens de Goede Week, en met zijn gevolg alles blootlegt wat de Sovjet‑autoriteiten liever verborgen hielden: hypocrisie, hebzucht, machtsmisbruik en angst. Woland en zijn trawanten straffen de opportunist, de meeloper en de corrupte functionaris. Daarnaast is er het liefdesverhaal van de Meester en Margarita, twee mensen die in een vijandige wereld proberen te overleven met niets anders dan hun verbeelding en hun liefde. De Meester, een schrijver, verblijft in een psychiatrische inrichting nadat hij is ingestort onder de druk van vervolging en afwijzing. Zijn roman over Jezus en diens veroordeling is in een maatschappij waar atheïsme de staatsgodsdienst is subversief en ongewenst. Dat verboden manuscript vormt de derde verhaallijn: het verhaal van Pontius Pilatus, dat zich afspeelt in Jeruzalem en waarin Pilatus gevangen zit tussen twijfel en plicht.
De duivel mag dan wel de show stelen, het is het verhaal van Pontius Pilatus dat het morele hart vormt van De meester en Margarita. Pilatus is immers de ambtenaar die weet dat het systeem onrechtvaardig is, maar het in stand houdt. Hij is de functionaris die zijn geweten verkoopt om zijn positie te behouden. Via hem zegt Boelgakov: het echte kwaad is niet de duivel, maar de mens die weet wat juist is en toch het verkeerde doet.
De duivel spreekt
Lang zag het ernaar uit dat Boelgakovs manuscript nooit het levenslicht zou zien. Maar toen stierf Stalin en begon er in de maatschappij langzaam iets te veranderen. Onder Chroesjtsjov werd het politieke klimaat minder verstikkend, en het werd zelfs modieus om voorzichtig kritiek te leveren op de excessen van het stalinisme. Boelgakov was bovendien een auteur die onder Stalin onrecht was aangedaan. Hij kon dus postuum gerehaliliteerd worden.
In die culturele dooi zag Boelgakovs weduwe, Jelena Sjilovskaja, haar kans. Ze onderhandelde jarenlang met redacties en wist in 1966 een zwaar gecensureerde editie gepubliceerd te krijgen in het tijdschrift Moskva. Het was een strategische overwinning: de staat kon ermee pronken dat ze niet langer bang was voor satire, terwijl lezers eindelijk toegang kregen tot een roman die al sinds de jaren vijftig in samizdat (= de illegaliteit) circuleerde. De volledige, ongecensureerde tekst zou pas in 1973 in het Westen verschijnen. Het kwaad was intussen geschied en de duivel had al wereldwijd zijn boodschap kunnen verkondigen: dat niet hij, maar de mens de oorzaak is van geweld. Hij is slechts de getuige.
“Please allow me to introduce myself, I’m a man of wealth and taste.” Het is een van de bekendste openingszinnen uit de rockmuziek, en een populair nummer onder fans van The Rolling Stones.
