De droom van een vertaler

Het beeld van de schrijver als solitaire figuur houdt hardnekkig stand. Toch ontstaat er geen enkel boek in een vacuüm. Lezers van de eerste hoofdstukken, redacteuren, vertalers, uitgevers: ze sturen het creatieve proces mee, soms subtiel, soms ingrijpend. Uit de schaduw haalt die stille krachten naar voren.

Vandaag: Constance Garnett (1861–1946), die met haar vertalingen de Russische literatuur op grote schaal toegankelijk maakte, en daarmee zowel bewondering als kritiek oogstte. Via haar vertalingen maakten schrijvers als D.H. Lawrence, Virginia Woolf en James Joyce kennis met Dostojevski en Tolstoj, en met een manier van vertellen die psychologisch gelaagder, moreel onrustiger en ritmisch vrijer was dan wat de Engelse literatuur tot dan toe gewend was.

Een ongewoon begin

Dankzij een overheidsbeurs studeerde Constance Black klassieke talen aan het Newnham College in Cambridge. Haar docent liet haar regelmatig de moeilijkste passages uit het Oudgrieks vertalen, een vroege aanwijzing van haar uitzonderlijk talent voor vertalen, dat haar latere carrière zou bepalen. Haar resultaten waren een eersteklas diploma waard, maar als vrouw kon ze geen academische graad behalen. Toch stelde haar opleiding haar in staat om zelfstandig in Londen te wonen en in haar eigen levensonderhoud te voorzien: eerst als privélerares voor kinderen van welgestelde families en later als bibliothecaresse in het People’s Palace in Oost‑Londen.

In Londen raakte ze geïnteresseerd in maatschappelijke kwesties. Zo was ze een tijdlang betrokken bij The Fabian Society, een invloedrijke socialistische denktank die pleitte voor geleidelijke hervormingen.

In 1889 trouwde ze met Edward Garnett (1868-1937), een veelbelovend schrijver en literatuurcriticus. Haar man kwam uit een familie die sympathiseerde met politieke dissidenten. En daar waren er genoeg van in Engeland. Londen was toen namelijk het toevluchtsoord voor stemmen die elders het zwijgen werd opgelegd. Zo woonden er veel Russische dissidenten, gevlucht voor het autocratische regime van de tsaar. Allicht was zij al via The Fabian Society in contact gekomen met Russische ballingen, maar een ontmoeting bij haar thuis zou de katalysator worden van haar werk als vertaler. Haar man had namelijk voor een weekend Felix Volkhovsky (1846-1914) uitgenodigd.

Russische ballingen aan haar tafel

Volkhovsky was een verbannen revolutionair en redacteur van de Free Russian Press, een socialistisch tijdschrift. Het zou niet bij een weekend blijven, want Volkhovsky zou regelmatig bij de Garnetts over de vloer komen. Net als Sergej Kravchinski (1851-1895), beter bekend als Stepniak. Beide mannen moedigden Constance aan om Russisch te leren en om vervolgens een roman van Ivan Goncharov te vertalen. De vertalingen zou ze telkens met Stepniak overlopen en bespreken.

Over die vertaling van Goncharovs Obyknovennaya istoriya (A Common Story) schreef Garnett: “De eerste zin kostte me uren om te ontcijferen, maar al snel vertaalde ik een pagina per dag, waarbij ik de tekst opschreef zodra ik hem begreep.” Dat razendsnel vertalen zou haar decennia later op veel kritiek komen te staan.

Vertalen: een levenstaak

De publicatie van A Common Story in 1894 markeerde het begin van een carrière die in de daaropvolgende 34 jaar zou leiden tot 72 bundels Russische romans, kortverhalen en toneelstukken in zeer leesbaar Engels. Voor Garnett was het essentieel dat veel lezers toegang hadden tot die fascinerende Russische literatuur, ook mensen die het financieel niet breed hadden. Dankzij de connecties van haar man in de uitgeverswereld verschenen haar vertalingen in goedkope edities.

Ze vertaalde niet alleen de Russische schrijvers die in het Westen — vaak via Franse vertalingen — al bekend waren, maar introduceerde ook auteurs die men in het Westen nog nooit had gelezen, zoals Tsjechov en Dostojevski. Haar vertalingen van die laatste leidden tot een ware Dostojevski‑cultus in de Engelstalige wereld. Maar ook hier bleef kritiek niet uit: in haar vertalingen liet ze soms zinnen weg die moeilijk in het Engels te vertalen waren.

Garnett bezocht Rusland twee keer. Tijdens haar eerste reis in 1893 nam ze brieven van politieke dissidenten mee naar hun contacten in Rusland, en had ze een ontmoeting met Tolstoj. Die reis bevestigde haar passie voor de Russische literatuur, maar maakte haar ook bewust dat haar spreek‑ en luistervaardigheden niet overeenkwamen met haar leesvaardigheid. Ze zou het gesproken Russisch nooit vloeiend beheersen. Ze had de taal vooral geleerd uit de grammatica‑ en leesboeken die ze kreeg van haar Russische vrienden. En het Russisch dat ze vertaalde was niet het Russisch dat de Russen spraken.

De erfenis van een imperfecte pionier

Hoewel er kritiek is op haar vertalingen, gebruiken veel vertalers haar werk nog steeds als basis. De laatste jaren is de toon merkbaar milder geworden. Onderzoekers benadrukken dat ze werkte in een periode waarin vertalen vooral betekende: een tekst leesbaar maken voor een nieuw publiek. Garnett deed bovendien het onmogelijke met de middelen die ze had: verouderde woordenboeken, onvolledige Franse vertalingen, Russischtaligen die het Engels wel beheersten maar niet vloeiend spraken, en haar eigen literaire intuïtie.

Haar erfenis is hoe dan ook indrukwekkend. Ze maakte de Russische literatuur toegankelijk voor zoveel mogelijk lezers en introduceerde hele oeuvres — vaak als eerste. Ze brak een literaire traditie open en gaf via de Russen die ze vertaalde nieuwe verteltechnieken door aan de Engelse literatuur, waar vooral de modernisten gretig mee experimenteerden.

De Nieuw‑Zeelandse schrijfster Katherine Mansfield schreef in 1921 aan Garnett: “Deze boeken hebben ons leven veranderd. Hoe zou het zijn zonder hen?”

Zelf vatte Constance Garnett haar levenswerk zo samen:

“Wat mij al die jaren de moed heeft gegeven om door te zetten […] is de hoop dat contact met het werk van de grote Russen — zelfs indirect — invloed zou hebben op de beste van de jongere generatie. Dat is al die jaren mijn droom geweest.”

Constance Garnett samen met haar zoon, de latere schrijver David Garnett.

Noot van de redactie:
Felix Volkhovsky en Sergej Stepniak worden in de literatuur Russische ballingen genoemd, omdat ze als revolutionairen deel uitmaakten van de Russische oppositie en onderdanen waren van het Russische Rijk. Beide mannen waren echter geboren in gebieden die vandaag tot Oekraïne behoren.

Gepubliceerd door daniellecobbaertbe

Ik ben een nieuwsgierige lezer en schrijver. Op Boeken breng ik verhalen uit de wereld van de literatuur. Want verhalen openen deuren, verruimen blikken en verbinden ons met elkaar — los van geloof, achtergrond of etniciteit.