Parijs is een feest.

van Ernest Hemingway (1899 – 1961).

Oorspronkelijke titel: A Moveable Feast.
Eerste datum van publicatie: 1964.

Copyright Nederlandse vertaling © Arie Storm/BV Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam.

In maart 1928 sloeg Ernest Hemingway twee hutkoffers op in het Ritz Hotel in Parijs. 28 jaar later haalde hij die koffers weer op. Naast oude kleren, bonnen, brieven, menu’s, jacht- en visgerei bevatten de koffers volgeschreven notitieboekjes over zijn tijd in Parijs.

In het begin van de twintigste eeuw was Parijs het centrum van de kunst, de mode en het uitgaansleven. Ook na de Eerste Wereldoorlog wist Parijs zich cultureel op de kaart te zetten. Kunstenaars als Picasso, Duchamp, Chagall en Modigliani streken neer in Parijs. Door de drooglegging in de VS spoelden veel Amerikanen aan in Parijs, vooral muzikanten, artiesten en schrijvers. Bekende Amerikaanse auteurs als F. Scott Fitzgerald, John Dos Passos en Sinclair Lewis kwamen naar Parijs voor inspiratie, maar evengoed beginnende schrijvers als Ernest Hemingway (1899-1961).

Hemingway werkte in eerste instantie als correspondent voor de Toronto Star. Maar op een gegeven moment koos hij voor het onzekere bestaan van de schrijver. Als we sommige verhalen van zijn Parijse memoires mogen geloven, leefde hij met vrouw en kind van de hand in de tand. Hoewel andere verhalen dan weer het tegenovergestelde vertellen.

Maar er zit, helaas, geen chronologie in de verhalen. Doorheen de jaren is er behoorlijk wat gesleuteld aan Hemingways Parijse memoires. In eerste instantie door Hemingway zelf en na zijn dood door zijn erfgenamen. ‘Parijs is een feest’ is postuum gepubliceerd. En dat verklaart veel. Na het winnen van de Nobelprijs voor Literatuur in 1954 waren Hemingways hoogdagen als schrijver voorbij. Door de vele trauma’s die hij had opgelopen bij ongelukken, viel schrijven hem bovendien zwaar. Maar zijn naam en faam bleven. Ook vandaag kan je niet om Hemingway heen.

‘Parijs is een feest’ is eerder verschenen onder de titel ‘Amerikaan in Parijs’, wat mij betreft een betere titel is dan ‘Parijs is een feest’. Het laatste bevat niet eerder gepubliceerd materiaal, maar of dat een aanwinst is, betwijfel ik.

Met dit boek had ik hetzelfde bedrogen gevoel als met een aankoop van een cd van een van mijn lievelingsbands. De belofte van nieuw ontdekt materiaal blijkt niet zo nieuw te zijn of voelt te onaf. Kortom: er is geen meerwaarde. Dan enkel voor de band en hun entourage.

Is ‘Parijs is een feest’ het lezen waard? Ik had al romans van Hemingway geprobeerd, maar ‘Parijs is een feest’ was het eerste boek van hem dat ik heb uitgelezen. Dit niet zozeer omwille van de stijl, maar eerder omwille van wat er verteld wordt. Zijn Parijse schetsen brengen niet enkel Parijs tijdens de Roaring Twenties tot leven, maar ook Hemingway zelf en vele andere auteurs. Auteurs zoals Madox Ford Madox, F. Scott Fitzgerald, Wyndham Lewis, Sherwood Andersen, James Joyce, T.S. Eliot en Ezra Pound. Vooral de verhalen rond F. Scott Fitzgerald zijn schitterend door de humoristische observaties die tegelijkertijd een ander – lees droevig verhaal vertellen. Want Fitzgerald was een tragische figuur met een al even tragisch leven.

Woorden volgens Hesse

Zonder woorden, zonder schrijven en boeken is er geen geschiedenis, is er geen concept van de mensheid.
Foto Hermann Hesse – © Fotocollectie Algemeen Nederlands Persbureau, Den Haag

Toen de Duits-Canadese zanger en muzikant John Kay (1944) een naam zocht voor zijn groep, inspireerde hij zich op een roman van Hermann Hesse: De steppewolf. Een roman die een enorme populariteit genoot onder een hele generatie van jongeren in de VS en Canada. Met hun eerste lp Steppenwolf (1968) schreef de band geschiedenis. Twee nummers van die lp, ‘Born to be wild’ en ‘The Pusher’ dienden als soundtrack voor de roadmovie ‘Easy Rider’ met Dennis Hopper en Peter Fonda.

‘De steppenwolf’ (1927) was niet de enige roman van Hesse die een cultstatus genoot. ‘Siddhartha‘ (1922) vond eveneens weerklank in de jaren 60 bij een generatie die aan de maatschappij en haar waarden twijfelde.

Ook in onze eeuw weten de romans van Hesse nog altijd nieuwe lezers te bereiken. Dit door de tijdloze thematiek van authenticiteit, zelfkennis en spiritualiteit.

Het beeld bij dit blog is van de Fotocollectie Algemeen Nederlands Persbureau, Den Haag en is in het publieke domein.

Straf – Ferdinand von Schirach

Ferdinand von Schirach (1964).

Oorspronkelijke titel: Strafe.
Jaar van publicatie: 2018.

Copyright Nederlandse vertaling © 2019 Marion Hardoar/Uitgeverij De Arbeiderspers.

Op zijn negentiende liet zijn neef Benedict zijn familienaam officieel veranderen naar Wells. Hij koos er evenwel voor om onder die beladen familienaam te schrijven. De grootvader van beide schrijvers was een oorlogsmisdadiger. Als Reichsjugendführer was Baldur Benedikt von Schirach verantwoordelijk voor de persoonsverheerlijking van Hitler en de indoctrinatie van de Duitse jeugd. Daarnaast was hij als gouwleider verantwoordelijk geweest voor de deportatie van de Weense Joden. Voor zijn misdaden tegen de menselijkheid kreeg hij 20 jaar in Nürnberg.

De wereld van misdaden, schuld en straf is Ferdinand von Schirachs werk- en leefwereld. Voor hij in 2009 op 45-jarige leeftijd debuteerde met zijn verhalenbundel ‘Misdaden’ had hij er al een succesvolle en geruchtmakende carrière opzitten als strafpleiter. ‘Straf’ is het laatste deel van een drieluik van gebundelde kortverhalen rond misdaad, schuld en straf.

In de verhalen De verkeerde kant en Subotnik staat telkens een strafpleiter centraal. De strafpleiter in De verkeerde kant geloofde dat hij altijd aan de goede kant stond, tot hij een man verdedigde die beschuldigd werd van kindermishandeling. Nadat de man was vrijgesproken, reed hij naar huis, stopte zijn tweejarige zoontje in de wasmachine en zette die aan. Hierop begon de strafpleiter te drinken en ging het snel bergaf met hem en zijn carrière. Tot hij een zaak krijgt van een vrouw die haar man zou hebben vermoord, en hulp krijgt uit onverwachte hoek. In Subotnik volg je de eerste strafzaak van een jonge advocate die een pooier moet verdedigen. De zaak loopt helemaal anders dan ze zich voorgesteld had.

Negen verhalen gaan over gewone mensen. Mensen die door omstandigheden tot misdaden worden gebracht. Zoals de vrouw in De duiker. Zij wordt op Goede Vrijdag gearresteerd voor de wurging van haar man. Maar dan blijkt dat haar man aan wurgseks deed en wordt ze vrijgesproken. Tijdens de Paasviering in de kerk besluit de vrouw zichzelf te vergeven, ze heeft enkel zijn hoofd tegen het touw gedrukt tot hij rustig werd. Net als in de andere verhalen vertelt von Schirach vol empathie over haar eenzaamheid, ontzetting over zichzelf en haar vervreemding.

Eindigen doet hij met een verhaal – De vriend – waarin zijn eigen eenzaamheid en vervreemding centraal staat. En waarin hij te maken krijgt met een vriend die zich schuldig voelt over de gewelddadige dood van zijn vrouw.

von Schirachs kortverhalen zijn sober en kernachtig geschreven. Maar ze brengen wel het leven in al zijn verschijningsvormen en eigenaardigheden onder woorden. Dat hij een van de succesvolste schrijvers van Duitsland is, is meer dan terecht.