Fictieve held: George Smiley

Voor Le Carrés man in MI6 is het kleine en grote scherm geen onbekend terrein. Met de val van de muur leek zijn carrière voorgoed voorbij. Toch blijft George Smiley schitteren op papier. 

IJzersterke dossierkennis.

De kleine, gezette Smiley heeft niets gemeen met die andere Engelse held van MI6, de flamboyante James Bond van Ian Fleming. Het is overigens Smileys vrouw, Lady Ann Sercomb die met iedereen slaapt. Toch is Smiley net zo gekend als Bond, hoewel hij vaak uitblinkt in afwezigheid. De hoofdrol in de George Smileyromans is namelijk eerder weggelegd voor de operationele spionnen zoals Alec Leamas, Jim Prideaux en Peter Guillam. Als rechterhand van de grote baas, Control, heeft Smiley een ondersteunende rol. Zijn rol in een verhaal is vaak groter dan op het eerste zicht lijkt. Zijn werkgever heeft hem graag dicht bij de hand omwille van zijn ijzersterke dossierkennis. Ook krijgt Smiley iedereen aan het praten. Zijn vermogen om te verdwijnen in een menigte heeft hij van Reverend Vivian Green (1915-2005), een rector in Oxford, waarbij Le Carré college volgde. Zijn doordringende blik achter dikke ronde brilglazen en zijn zachte stem dankt hij aan John Bingham, Le Carrés baas bij MI5.

Hoogtepunten in de serie.

Toen zijn eerste George Smiley, tevens zijn debuut ‘Call for the Dead’ (Telefoon voor de dode) in 1961 verscheen, werkte Le Carré voor de Britse geheime dienst. De schrijver koos met Le Carré dan ook voor een pseudoniem. Twee jaar later gaf Le Carré, echte naam David Cornwell, zijn ontslag. Zijn derde boek ‘The Spy who Came in from the Cold’ (Spion aan de muur) had hem als schrijver internationaal op de kaart gezet. ‘Spion aan de muur’ was eveneens een roman in de George Smileyreeks. Een ander hoogtepunt in de serie was ‘Tinker Tailor Soldier Spy’ (Edelman bedelman schutter spion). In dit eerste deel van een trilogie maakte de schrijver Smiley jonger. Smiley was niet meer in 1906, maar in 1915 geboren. Ondanks die verjongingskuur stuurde Le Carré Smiley eind jaren zeventig met pensioen, om hem in 1990 een klein rolletje te geven in ‘The Secret Pilgrim’ (De laatste spion).

Literaire sensatie voor nieuwe Smiley.

Na ‘De laatste spion’ zette Le Carré Smiley op non-actief. Hij wou niet meer schrijven over een spion van middelbare leeftijd, maar over jonge helden en heldinnen. In 2017 liet Le Carrés literaire agent weten dat er een nieuwe George Smiley op stapel stond, namelijk ‘A Legacy of Spies’. Dit nieuws zorgde gelijk voor een literaire sensatie.

 

De trailer van ‘Tinker Tailor Soldier Spy’ komt van YouTube en is van Acorn. Voor mijn blog gebruikte ik verschillende bronnen waaronder Wikipedia en The Telegraph.

Schutter spion schrijver

Was de Britse geheime dienst in de twintigste eeuw een kweekvijver voor literair talent? Of rekruteerde men graag schrijvers of journalisten? Feit is wel dat er veel Britse schrijvers op de loonlijst stonden van de Britse geheime dienst. In dit blog licht ik het doopceel van enkele van die auteurs.

William Somerset Maugham.

William Somerset Maugham (1874-1965) had al zijn literaire sporen verdiend als hij in 1916 werd gerekruteerd. De Britse geheime dienst stuurde hem naar Zwitserland en Rusland. Zijn ervaringen als spion schreef hij neer in zijn roman ‘Ashenden: or the British Agent’ (1927). Ashenden is – hoe kan het ook anders – een schrijver die als spion gaat werken. Van zijn nieuwe baas krijgt Ashenden de volgende raad: “je krijgt geen dank als je je best doet, en als je in de problemen komt, moet je geen hulp verwachten.” Hoewel Ashenden te maken krijgt met verraad en moord behelst zijn job observeren, luisteren en rapporteren.

Graham Greene.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam Graham Greene (1904-1991) via zijn zuster op de loonlijst van MI6. Greene was toen al een gevestigd schrijver. Hoelang Greene voor MI6 werkte is niet geweten. Zijn vele buitenlandse reizen waren alvast een goede cover voor zijn inlichtingenwerk. Net als bij Somerset Maugham vormden die reizen ook een rijke inspiratiebron voor zijn veelzijdig literaire werk. In ‘Onze man in Havana’ (1958) stak Greene zelfs de draak met de Britse geheime dienst.

Helen MacInnes.

Ook schrijfster Helen MacInnes (1907-1985) reisde veel met haar man Gilbert Highet. Het koppel financierde hun reizen met het vertalen van Duitse literatuur. Gilbert Highet was naast academicus ook intelligentieofficier voor MI6. Volgens sommige bronnen werkte ook Helen MacInnes voor de Britse geheime dienst. Alleszins staat MacInnes’ naam synoniem met superieure spionagethrillers. Haar werk werd in tweeëntwintig talen, waaronder het Nederlands vertaald.

Roald Dahl.

Roald Dahl (1916-1990) kreeg de smaak voor schrijven te pakken door zijn werk voor de Britse geheime dienst. Na een carrière als RAF-piloot waarbij Dahl bijna het loodje legde, werd hij in 1942 naar de Britse ambassade in Washington gestuurd. Dahl die zich verveelde in zijn job op de ambassade besloot om informatie door te geven aan The British Security Coordination (BSC).

BSC was opgericht met de bedoeling om de Britse belangen in de VS te promoten en de propaganda van de nazi’s te ondermijnen. Door zijn werk voor de ambassade was Dahl een regelmatige gast op party’s en hoorde hij veel. Omdat Dahl in de smaak viel bij de Amerikaanse vrouwen, werd hij door zijn werkgever vooral ingezet als bedpartner voor invloedrijke Amerikaanse dames, die de Britse zaak vooruit konden helpen. Ook werkzaam voor BCS was Helen MacInnes’ echtgenoot, Gilbert Highet en Ian Fleming. Met Fleming was Dahl goed bevriend. Beide mannen deelden een passie voor schrijven.

Ian Fleming.

Ian Fleming (1908-1964) was gepokt en gemazeld als intelligentieofficier. Of Fleming net als William Somerset Maugham zijn ervaringen als spion literair verwerkte in zijn James Bondverhalen weten we niet. Alleszins heeft Fleming steeds de geruchten dat Bond op hem gebaseerd was, ontkend.

John Le Carré.

George Smiley wordt vaak de anti-Bond genoemd. Beide fictieve helden hebben weinig gemeen, nochtans werken ze voor dezelfde werkgever: MI6. Smiley maakte zijn debuut overigens in 1961 in ‘Telefoon voor de dode’. Omdat schrijver David John Moore Cornwell werkte voor de Britse geheime dienst, moest hij een pseudoniem gebruiken. Hij koos voor John Le Carré.

‘Spion aan de muur’ (1963) betekende Le Carrés internationale doorbraak als schrijver. Hierop verliet Le Carré MI6 om zich voltijds aan schrijven te wijden. Le Carré werkte niet alleen voor MI6 maar ook voor MI5.

Stella Rimington.

MI5 bracht ook schrijfster Stella Rimington voort. In 1992 werd Dame Stella Rimington de eerste vrouwelijke directeur-generaal van MI5. Zij had er toen al een lange carrière als inlichtingenofficier op zitten. Vier jaar later ging ze met pensioen en in 2001 volgde haar memoires. Blijkbaar smaakte dit naar meer. In 2004 kwam Rimmingtons eerste boek in de reeks rond agente Liz Carlyle uit. Liz Carlyle werkt uiteraard voor MI5. In het Nederlands is enkel het eerste boek ‘At risk’ vertaald als ‘De onzichtbare’.

 

De foto bij dit blog komt van Pixabay en is van TayebMEZAHDIA. Voor dit blog gebruikte ik volgende bronnen:
– Wikipedia
Books Tell You Why
mental_floss

Fictieve held: Bond, James Bond

De meeste literaire helden schitteren enkel op papier. Sommige, zoals Ian Flemings James Bond, vinden hun weg naar andere cultuuruitingen.

Bond, James Bond maakte zijn literaire debuut in 1953 in ‘Casino Royale’. Drank, sigaretten en vrouwen zijn Bonds gebreken, waardoor het lijkt of hij is weggelopen uit een hard-boiled detective. Bond werkt echter voor de Britse geheime dienst, die hem een vergunning om te doden toekende en de codenaam 007 gaf.

Saai personage.

Bond heeft behoorlijk wat karakteristieken van zijn geestelijke vader, Ian Fleming. Zo delen ze dezelfde smaak voor roereieren en de liefde voor golf. De naam voor zijn held ontleende Fleming aan een Amerikaanse ornitholoog. Fleming was namelijk een fervent amateur-ornitholoog. Flemings held heeft niet alleen een saaie naam, maar was aanvankelijk ook een saai personage, een instrument gebruikt door de geheime dienst. Bond maakt de meest fantastische dingen mee, vaak in exotische locaties, en is steevast omringd door mooie vrouwen. Na de Bondfilm Dr. No in 1962 kreeg Bond van Fleming een familieachtergrond en een gevoel voor humor. Alle veertien Bondverhalen schreef Fleming tijdens de maanden januari en februari, als hij in zijn buitenverblijf Goldeneye op Jamaica was.

Trigger Mortis.

The Ian Fleming Publications Ltd, die waakt over Flemings literaire erfenis gaf al aan verschillende auteurs de toestemming om nieuwe verhalen te schrijven. Zo schreven onder meer Kingsley Amis, Jeffery Deaver, William Boyd en Sebastian Faulks Bondverhalen. Op 8 september 2015 lanceert The Ian Fleming Publications Ltd: ‘Trigger Mortis’, een Bondverhaal van de hand van Anthony Horowitz, waarin origineel nog nooit gepubliceerd materiaal van Fleming is verwerkt. ‘Trigger Mortis’ keert terug naar de jaren 50 en geeft Bondgirl Pussy Galore een comeback.


Video: The Suite Suit

Bron: Wikipedia en ianfleming.com