Wie zij was van Georgina Harding

recensie (2) (1)

De mysterieuze dood van een moeder.

Engeland, 1961. Op dezelfde dag dat er een spionagezaak aan het licht kwam, verdween de moeder van de 8-jarige Anna. Als verklaring voor haar moeders plotse verdwijning kreeg Anna te horen dat haar moeder in de hemel was. Haar broer Peter kreeg dezelfde uitleg en concludeerde dat hun moeder een spionne was. Net als de mensen die opgepakt waren, kwam hun moeder van ergens achter het IJzeren Gordijn.

Haar lichaam kregen de kinderen niet te zien. Vanwege hun leeftijd mochten ze haar begrafenis niet bijwonen. Door het gebrek aan uitleg vulden ze maar zelf de gaten op met hun fantasie. Zo waren ze ervan overtuigd dat de joodse pianolerares, net als hun moeder, een spionne was.

“Waarom legden ze die dingen niet uit, die grote mensen? Ze legden niets uit, ze verduidelijkten niks, zodra het echt ergens overging, slikten ze hun woorden in. En wij vielen in de gaten die zij tussen hun woorden lieten vallen. Je had iets met de Japanners, iets waar niet over gesproken werd, maar wat mensen van ons volk was overkomen, Britse mannen en vrouwen, gevangen in een soort oosters stilzwijgen -monden dichtgeknepen als spleetogen. En dan had je het gruwelijke met de joden, dat dieper ging, maar verder van ons afstond.”

Decennia later kijkt Anna terug op die periode en probeert achter de waarheid te komen. Zij reconstrueert het leven van haar moeder voor haar huwelijk. Uiteindelijk ontdekt zij dat haar moeder een geheim had. Voor Anna het bewijs dat de kinderlijke intuïtie klopte. Best jammer, dat Harding haar lezer niet zelf deze conclusie laat trekken. Bovendien komt deze plotwending gemaakt over.

Kortom: ‘Wie zij was’ schiet als verhaal tekort. Echter, het boek is vanwege de stijl en het taalgebruik meer dan de moeite waard om te lezen. Ook weet Harding het kinderperspectief, de tijdsgeest en de oudere Anna met haar herinneringen schitterend neer te zetten.

The Spy Game, 2009.

Een erfenis van spionnen van John Le Carré

recensie (2) (1)

Hoog gehalte aan nostalgie

1962. Alec Leamas is het hoofd van de West-Berlijnse afdeling van de Britse geheime dienst. Wanneer zijn laatste spion wordt geëlimineerd, wordt hij teruggeroepen naar Londen. Leamas hoopt op pensioen te gaan, maar zijn baas Control heeft andere plannen. Control wil dat Leamas het hoofd van de Oost-Duitse inlichtingendienst in diskrediet brengt, en de rol van dubbelspion op zich neemt. De operatie resulteert echter in de dood van Leamas, en die van een onschuldige vrouw, genaamd Liz Gold.

Decennia later spannen de kinderen van Leamas en Gold een proces aan tegen de Britse geheime dienst, MI6. De juristen van MI6 moeten toegang krijgen tot alle dossiers met betrekking tot operatie Windfall. De operatie van Alec Leamas kaderde namelijk in de misleidingsoperatie Windfall, die MI6 al eind jaren vijftig had opgezet tegen de Oost-Duitse inlichtingendienst. Maar in het archief ontbreken documenten. In plaats van Smiley naar Londen te laten komen om uitleg te geven over de ontbrekende dossiers en Operatie Windfall, laat MI6 Peter Guillam, Smileys loyale rechterhand, komen. Guillam moet zich verantwoorden voor zijn verleden en dat van zijn tijdgenoten ten opzichte van een jongere generatie MI6-medewerkers, die te jong zijn om de Koude Oorlog bewust te hebben meegemaakt.

“Als je zondebokken zoekt, ga dan naar de grootmeesters van de misleiding, George Smiley , en zijn baas Control. Het was hun subtiele doortraptheid, benadrukte ik, het was hun sluwe, analytische geest, niet de mijne, die het succes en het leed dat Windfall heet heeft voortgebracht.”

In ‘Een erfenis van spionnen’ geeft ex-spion Peter Guillam, naar zijn beste kunnen een waarheidsgetrouwe beschrijving van zijn rol in operatie Windfall. ‘Een erfenis van spionnen’ is eigenlijk een vervolg op ‘Spion aan de muur’, de roman waarmee het allemaal begon voor Le Carré. Kennis van ‘Spion aan de muur’ is niet nodig, want Le Carré geeft voldoende informatie, hoewel het allicht aan te raden is om ‘Spion aan de muur’ te (her)lezen om meer te halen uit deze roman. Bovendien blijkt uit ‘Een erfenis van spionnen’, dat ze hun mol uit ‘Edelman bedelman schutter spion’ al eerder hadden kunnen neutraliseren.

Kortom er is een hoog gehalte aan nostalgie voor de fans van de George Smileyreeks. Voor de schrijver waren er duidelijk andere redenen waarom hij deze roman schreef. Wat Le Carré Smiley in ‘Een erfenis van spionnen’ laat zeggen met betrekking tot hun schimmige werk, geeft de titel van deze laatste Smileyroman een extra dimensie. ‘Een erfenis van spionnen’ is verhaaltechnisch volmaakt. Het enige puntje van kritiek is dat Guillam zijn relaas soms aandikt met fragmenten uit briefwisseling en delen uit dossiers, wat de vaart neemt uit deze uitstekende roman.

Fictieve held: George Smiley

Voor Le Carrés man in MI6 is het kleine en grote scherm geen onbekend terrein. Met de val van de muur leek zijn carrière voorgoed voorbij. Toch blijft George Smiley schitteren op papier. 

De kleine, gezette Smiley heeft niets gemeen met die andere Engelse held van MI6, de flamboyante James Bond van Ian Fleming. Het is overigens Smileys vrouw, Lady Ann Sercomb die met iedereen slaapt. Toch is Smiley net zo gekend als Bond, hoewel hij vaak uitblinkt in afwezigheid. De hoofdrol in de George Smileyromans is namelijk eerder weggelegd voor de operationele spionnen zoals Alec Leamas, Jim Prideaux en Peter Guillam. Als rechterhand van de grote baas, Control, heeft Smiley een ondersteunende rol. Zijn rol in een verhaal is vaak groter dan op het eerste zicht lijkt. Zijn werkgever heeft hem graag dicht bij de hand omwille van zijn ijzersterke dossierkennis. Ook krijgt Smiley iedereen aan het praten. Zijn vermogen om te verdwijnen in een menigte heeft hij van Reverend Vivian Green (1915-2005), een rector in Oxford, waarbij Le Carré college volgde. Zijn doordringende blik achter dikke ronde brilglazen en zijn zachte stem dankt hij aan John Bingham, Le Carrés baas bij MI5.

Toen zijn eerste George Smiley, tevens zijn debuut ‘Call for the Dead’ (Telefoon voor de dode) in 1961 verscheen, werkte Le Carré voor de Britse geheime dienst. De schrijver koos met Le Carré dan ook voor een pseudoniem. Twee jaar later gaf Le Carré, echte naam David Cornwell, zijn ontslag. Zijn derde boek ‘The Spy who Came in from the Cold’ (Spion aan de muur) had hem als schrijver internationaal op de kaart gezet. ‘Spion aan de muur’ was eveneens een roman in de George Smileyreeks. Een ander hoogtepunt in de serie was ‘Tinker Tailor Soldier Spy’ (Edelman bedelman schutter spion). In dit eerste deel van een trilogie maakte de schrijver Smiley jonger. Smiley was niet meer in 1906, maar in 1915 geboren. Ondanks die verjongingskuur stuurde Le Carré Smiley eind jaren zeventig met pensioen, om hem in 1990 een klein rolletje te geven in ‘The Secret Pilgrim’ (De laatste spion).

Na ‘De laatste spion’ zette Le Carré Smiley op non-actief. Hij wou niet meer schrijven over een spion van middelbare leeftijd, maar over jonge helden en heldinnen. In 2017 liet Le Carrés literaire agent weten dat er een nieuwe George Smiley op stapel stond. Dit nieuws zorgde gelijk voor een literaire sensatie.

De trailer van ‘Tinker Tailor Soldier Spy’ komt van YouTube en is van Acorn. Voor mijn blog gebruikte ik verschillende bronnen waaronder Wikipedia en The Telegraph.