Bittere tijden van Mario Vargas Llosa

Boeiend en fantasievol spel

Volgens Mario Vargas Llosa vertraagde de Amerikaanse interventie in Guatemala in 1954 de democratisering van Midden-Amerika met tientallen jaren. Dat is immers de eindconclusie van zijn laatste roman, ‘Bittere tijden’. Welke lezer gaat hem daar in tegenspreken? Hij geeft immers genoeg subjectieve argumenten om zijn betoog te verdedigen. Met ‘Bittere tijden’ wou hij in eerste instantie een discussie op gang brengen over de relatie van de VS met zijn Midden-Amerikaanse buren. Dat doel heeft hij alvast bereikt in Latijns-Amerika.  

Maar wat heeft zijn roman te bieden aan de Europese lezer? 

Belangrijker dan zijn politieke betoog over hoe anders de geschiedenis had kunnen zijn als de democratie in Guatemala had gezegevierd, is hoe fake news het lot van Guatemala bezegelde. Dit maakt ‘Bittere tijden’ relevant voor elke lezer geïnteresseerd in het effect van desinformatie op onze democratieën. Een liefde voor politieke intriges is evenwel aan te raden. Net als het willen vervullen van een actieve rol in het ontrafelen van de verhaalde gebeurtenissen. Naar goede gewoonte pakt de Peruaan uit met verschillende stemmen en perspectieven en een non lineaire structuur. In tegenstelling tot ‘Het verhaal van Mayta’ en ‘Het feest van de bok’ blijft de structuur makkelijk te volgen. 

Wat was nou de reden voor de Amerikaanse interventie in Guatemala? Volgens de VS stond Guatemala met de regering-Árbenz op het punt om een satellietstaat van de Sovjet-Unie te worden. In volle Koude Oorlogstijd was een communistische staat in de achtertuin van de VS ondenkbaar. Carlos Castillo Armas kreeg voor zijn militaire coup tegen de regering-Árbenz dan ook de steun van de de Amerikaanse inlichtingendienst. 

Maar Árbenz was geen communist; Hij wou Guatemala op Amerikaanse leest schoeien en moderniseren. De aantijgingen tegen zijn regering waren bedacht door een PR-man van de United Fruit Company (UFC). De landbouwhervormingen van de regering-Árbenz waren namelijk nadelig voor het Amerikaanse bedrijf. Het gelobby van UFC, waarin vooral de vooruitstrevende Amerikaanse pers een sleutelrol speelde, leidde tot de Amerikaanse bemoeienissen in de Guatemalteekse politiek. 

Dat vandaag de dag nog niet iedereen overtuigd is van Árbenz goede bedoelingen voor Guatemala, blijkt uit don Mario’s gesprek met Marta Borrero Parra in ‘Bittere tijden’: ‘Hij was een naïeveling, ja, die door de rooien naar hartenlust werd gemanipuleerd’. 

Don Mario bezoekt Marta overigens in de VS. Hier probeert de auteur zijn eindjes aan elkaar te knopen, want zijn research gaf niet alle antwoorden op zijn vragen. Bovendien is haar rol in nevelen verhuld, en hoopt hij dat ze onthullingen zal doen. Maar al snel blijkt dat de maîtresse van Carlos Castillo Armas op liefdesgebied alvast geen komedie speelde.

Het verhaal rond hoe Marta Borrero Parra de maîtresse van Carlos Castillo Armas wordt, komt precies uit een telenovela. De knappe jonge Marta laat man en kind in de steek, klopt aan bij het presidentiële paleis, vraagt naar president Carlos Castillo Armas en wordt nog diezelfde nacht zijn minnares.

Vargas Llosa’s verhaal stopt immers niet bij de geslaagde coup van Carlos Castillo Armas. Armas werd vermoord. Wie Armas vermoordde en waarom hij vermoord is, is een raadsel, dat de Peruaan in zijn voordeel weet te gebruiken en invult met zijn fantasie. Hoewel de werkelijkheid hem ter hulp schiet. Zo stuurde de Dominicaanse dictator Trujillo zijn favoriete moordenaar graag naar het buitenland om tegenstanders uit de weg te ruimen. 

Armas’ moordenaar, Johnny Abbes Garcia krijgt in ‘Bittere tijden’ iets surrealistisch en burlesk door zijn obsessie voor stinkende gleuven.

Vervelen doet ‘Bittere tijden’ nooit. Dat kan ook niet met moord, ontvoering, verkrachting, spionage, gewapende schermutselingen en politiek gekonkelfoes. Vargas Llosa weet een goede balans te houden tussen droge historische feiten en een boeiend fantasievol spel. En zoals het hoort in een epos van die omvang, krijgen de slechteriken hun verdiende loon. Enkel het lot van Johnny Abbes Garcia verhult hij in nevelen, omdat we niet weten hoe die man aan zijn einde is gekomen.

Wie zij was van Georgina Harding

De mysterieuze dood van een moeder.

Engeland, 1961. Op dezelfde dag dat er een spionagezaak aan het licht kwam, verdween de moeder van de 8-jarige Anna. Als verklaring voor haar moeders plotse verdwijning kreeg Anna te horen dat haar moeder in de hemel was. Haar broer Peter kreeg dezelfde uitleg en concludeerde dat hun moeder een spionne was. Net als de mensen die opgepakt waren, kwam hun moeder van ergens achter het IJzeren Gordijn.

Haar lichaam kregen de kinderen niet te zien. Vanwege hun leeftijd mochten ze haar begrafenis niet bijwonen. Door het gebrek aan uitleg vulden ze maar zelf de gaten op met hun fantasie. Zo waren ze ervan overtuigd dat de joodse pianolerares, net als hun moeder, een spionne was.

“Waarom legden ze die dingen niet uit, die grote mensen? Ze legden niets uit, ze verduidelijkten niks, zodra het echt ergens overging, slikten ze hun woorden in. En wij vielen in de gaten die zij tussen hun woorden lieten vallen. Je had iets met de Japanners, iets waar niet over gesproken werd, maar wat mensen van ons volk was overkomen, Britse mannen en vrouwen, gevangen in een soort oosters stilzwijgen -monden dichtgeknepen als spleetogen. En dan had je het gruwelijke met de joden, dat dieper ging, maar verder van ons afstond.”

Decennia later kijkt Anna terug op die periode en probeert achter de waarheid te komen. Zij reconstrueert het leven van haar moeder voor haar huwelijk. Uiteindelijk ontdekt zij dat haar moeder een geheim had. Voor Anna het bewijs dat de kinderlijke intuïtie klopte. Best jammer, dat Harding haar lezer niet zelf deze conclusie laat trekken. Bovendien komt deze plotwending gemaakt over.

Kortom: ‘Wie zij was’ schiet als verhaal tekort. Echter, het boek is vanwege de stijl en het taalgebruik meer dan de moeite waard om te lezen. Ook weet Harding het kinderperspectief, de tijdsgeest en de oudere Anna met haar herinneringen schitterend neer te zetten.

Oorspronkelijke titel: The Spy Game.
Jaar van publicatie: 2009.

Een erfenis van spionnen van John Le Carré

Hoog gehalte aan nostalgie

1962. Alec Leamas is het hoofd van de West-Berlijnse afdeling van de Britse geheime dienst. Wanneer zijn laatste spion wordt geëlimineerd, wordt hij teruggeroepen naar Londen. Leamas hoopt op pensioen te gaan, maar zijn baas Control heeft andere plannen. Control wil dat Leamas het hoofd van de Oost-Duitse inlichtingendienst in diskrediet brengt, en de rol van dubbelspion op zich neemt. De operatie resulteert echter in de dood van Leamas, en die van een onschuldige vrouw, genaamd Liz Gold.

Decennia later spannen de kinderen van Leamas en Gold een proces aan tegen de Britse geheime dienst, MI6. De juristen van MI6 moeten toegang krijgen tot alle dossiers met betrekking tot operatie Windfall. De operatie van Alec Leamas kaderde namelijk in de misleidingsoperatie Windfall, die MI6 al eind jaren vijftig had opgezet tegen de Oost-Duitse inlichtingendienst. Maar in het archief ontbreken documenten. In plaats van Smiley naar Londen te laten komen om uitleg te geven over de ontbrekende dossiers en Operatie Windfall, laat MI6 Peter Guillam, Smileys loyale rechterhand, komen. Guillam moet zich verantwoorden voor zijn verleden en dat van zijn tijdgenoten ten opzichte van een jongere generatie MI6-medewerkers, die te jong zijn om de Koude Oorlog bewust te hebben meegemaakt.

“Als je zondebokken zoekt, ga dan naar de grootmeesters van de misleiding, George Smiley , en zijn baas Control. Het was hun subtiele doortraptheid, benadrukte ik, het was hun sluwe, analytische geest, niet de mijne, die het succes en het leed dat Windfall heet heeft voortgebracht.”

In ‘Een erfenis van spionnen’ geeft ex-spion Peter Guillam, naar zijn beste kunnen een waarheidsgetrouwe beschrijving van zijn rol in operatie Windfall. ‘Een erfenis van spionnen’ is eigenlijk een vervolg op ‘Spion aan de muur’, de roman waarmee het allemaal begon voor Le Carré. Kennis van ‘Spion aan de muur’ is niet nodig, want Le Carré geeft voldoende informatie, hoewel het allicht aan te raden is om ‘Spion aan de muur’ te (her)lezen om meer te halen uit deze roman. Bovendien blijkt uit ‘Een erfenis van spionnen’, dat ze hun mol uit ‘Edelman bedelman schutter spion’ al eerder hadden kunnen neutraliseren.

Kortom er is een hoog gehalte aan nostalgie voor de fans van de George Smileyreeks. Voor de schrijver waren er duidelijk andere redenen waarom hij deze roman schreef. Wat Le Carré Smiley in ‘Een erfenis van spionnen’ laat zeggen met betrekking tot hun schimmige werk, geeft de titel van deze laatste Smileyroman een extra dimensie. ‘Een erfenis van spionnen’ is verhaaltechnisch volmaakt. Het enige puntje van kritiek is dat Guillam zijn relaas soms aandikt met fragmenten uit briefwisseling en delen uit dossiers, wat de vaart neemt uit deze uitstekende roman.

Oorspronkelijke titel: A Legacy of Spies
Jaar van uitgave: 2017