Het verhaal van Mayta van Mario Vargas Llosa

recensie (2) (1)

Over een mislukte revolutie.

Ik sprak met Mayta een paar weken voor hij Vallejos leerde kennen. Toen was hij al in de veertig. Ik ken Mayta al veel langer. Als jongen liep hij al te leuteren over armen, blinden, wezen of straatgekken. Hij werd geen priester maar een revolutionair. Een trotskist. Voor hij Vallejos leerde kennen, leuterde hij enkel over de revolutie. Met Vallejos kwam de ommekeer. Toen stopte Mayta met leuteren en koos voor de strijd.

De berichtgeving rond de mislukte revolutie van Vallejos en Mayta was kort. Toch was de revolutie van Mayta en Vallejos de eerste in een lange reeks. Het was het begin van een geschiedenis, die uitliep op de hedendaagse gewapende conflicten van het Lichtend Pad. Maar terug naar Mayta. Het onderwerp van mijn roman. Ik wil overigens niet de ware geschiedenis van Mayta schrijven. Ik wil een onherkenbare versie van de gebeurtenissen van toen.

Wat gebeurt er als een schrijver de interviews en onderzoekingen naar het onderwerp van zijn roman opschrijft? Dan krijg je een verhaal zoals Vargas Llosa vertelt in ‘Het verhaal van Mayta’. Het ik-personage, de schrijver, interviewt verschillende mensen en construeert intussen het verhaal van Mayta. Eigenlijk is de mislukte revolutie van Mayta, die zich situeert eind jaren vijftig, een voorwendsel om een roman te schrijven over het Peru van de jaren tachtig. Een Peru dat het zwaar te verduren heeft, en dat lijdt onder de aanvallen van de Communistische Partij van Peru, het Lichtend Pad. De schrijver leidt je rond in Lima. Een stad, die zucht onder verkrotting, geweld en drugs. Maar ook in de stad Jauja, waar het goed om leven zou moeten zijn.

Om het verhaal van Alejandro Mayta te construeren combineert Vargas Llosa tijdens de interviews twee dialogen, die zich afwisselend in de jaren vijftig en in de jaren tachtig afspelen. ‘Het verhaal van Mayta’ is dus een verhaal waar je als lezer best je aandacht bij houdt. Toch leest dit verhaaltechnisch bijzondere boek opvallend vlot en aangenaam. En Vargas Llosa brengt de nodige afwisseling in zijn interviews. Wat de geïnterviewden over Mayta zeggen, staat haaks op elkaar. En van de man zelf raak je niet wijzer als lezer. Want over welke Mayta gaat het nu eigenlijk: de echte of een naamgenoot? Of bestaat hij louter in het hoofd van het manipulatieve ik-personage…

‘Het verhaal van Mayta’ – Historia de Mayta (1998) is ook gepubliceerd onder de naam ‘De geschiedenis van Alejandro Mayta’. 

De barmhartige terroriste van Doris Lessing

recensie (2) (1)

Krakers op zoek naar de revolutie.

Met ‘De barmhartige terroriste’ uit 1986 geeft Lessing ons een buitengewone inkijk in het leven van een groep Londense krakers. Zij doet dit vanuit het perspectief van Alice Mellings, de barmhartige terroriste van de titel. Als het verhaal begint komt Alice samen met Jasper aan in een kraakpand, dat op slopen staat.

Zoals altijd begint Alice onmiddellijk met het bewoonbaar maken van het pand. Ze weet dingen voor elkaar te krijgen en te regelen, waarbij ze zonder verpinken manipuleert en steelt van haar ouders. Niet alle krakers zijn opgezet met haar bemoeienissen, maar ze weet de meeste voor haar te winnen. Net als Alice zijn de meeste lid van het Communist Centre Union en willen ze het IRA benaderen om hun diensten aan te bieden als een in Engeland gestationeerde eenheid. Ze zijn immers op zoek naar de revolutie en willen hun radicale opvattingen in daden omzetten.

Als blijkt dat het IRA hun hulp niet wil, willen ze zichzelf bewijzen. Maar zijn ze wel competent genoeg om een bomaanslag te plegen? Omdat Alice beschouwd wordt als de ‘moeder’ van de groep, wordt zij niet betrokken bij de plannen om een bomaanslag te doen. Hoewel ze interesse toont, komt ze niet geloofwaardig over in haar politieke ambities. Zij is goed in dingen voor elkaar krijgen en zorgen voor andere hun natje en droogje, maar haar pogingen om andere te begrijpen en te helpen loopt steevast verkeerd af. Haar relaties zijn dan ook complex.

Kortom: ‘De barmhartige terroriste’ is in de eerste plaats een knappe karakterstudie van een -voor Lessing typisch- onsympathiek hoofdpersonage. In de tweede plaats is het een diepgaande observatie van de onderlinge verhoudingen binnen een groep beroeps- en gelegenheidskrakers. En ten derde geeft ‘De barmhartige terroriste’ stof tot nadenken over politieke en maatschappelijke revoluties en omwentelingen.

Dictator van Robert Harris

recensie (2) (1)

Sluitstuk van een schitterende trilogie.

‘Dictator’ is het derde boek in de trilogie rond Cicero. Marcus Tillius Cicero was een Romeins redenaar, filosoof, advocaat en politicus uit de klassieke oudheid. Zijn leven viel grotendeels samen met de overgang van de Romeinse republiek naar een keizerrijk. Dit is een van de best gedocumenteerde periodes in de geschiedenis, en dus een goudmijn voor een schrijver.

Aanvankelijk dacht Harris om Cicero zelf aan het woord te laten, koos uiteindelijk voor een andere historische figuur om Cicero’s leven en dat van zijn tijdgenoten te vertellen. Het is Cicero’s secretaris Tiro, die ons rondleidt in de slangenkuil van de Romeinse politiek. En ons laat kennismaken met Pompeius, Crassus, Julius Ceasar, Cato, Brutus, Catilina, Marcus Antonius en Octavianus (de latere keizer Augustus).

Tiro is net als Cicero een goed uitgewerkt en vooral evenwichtig personage, hoewel je je in ‘Dictator’ soms kan afvragen waarom hij zich zo laat doen door Cicero. Het is een detail waar je als lezer amper blijft bij stilstaan, vooral omdat de gebeurtenissen zich blijven opstapelen. Dit had makkelijk een boek kunnen zijn dat leest als een geschiedenisboek, maar een schrijver als Harris weet dit moeiteloos om te zetten in eersteklas spanning. Ook had dit een ingewikkeld verhaal kunnen zijn door de vele feiten, maar het is makkelijk te volgen, zeker als je de andere delen gelezen hebt.

Maccari-Cicero
Cesare Maccari: Cicero hekelt Catilina in de senaat

Nadat Cicero in ‘Imperium’ van succesvol redenaar en advocaat opklimt tot consul, en in ‘Lustrum’ geniet van zijn politieke macht, is hij vooral op de loop of net niet in ballingschap in ‘Dictator’. Hoewel hij zich een weg terug weet te vechten naar de macht, moet hij compromissen sluiten. Of zoals Tiro stelt: “Hoe makkelijk is het voor hen die zich nooit met de politiek bemoeien om te sneren over de compromissen die daarbij gesloten worden.” Een paar keer doet Tiro ons herinneren aan wat hij in ‘Imperium’ stelde en toen formuleerde als volgt: “Als hij (Cicero) niet altijd naar voren komt als een toonbeeld van deugd, dan zij het zo. Macht brengt een man een hoop weelde, maar een paar schone handen behoort daar zelden toe”. Voor een schrijver als Robert Harris, die zijn carrière begon als politiek journalist, zijn onder andere die vuile politieke handen dankbare onderwerpen voor zijn boeken.

‘Dictator’ is het perfecte sluitstuk van een trilogie waaraan Harris vijftien jaar werkte. Voor Robert Harris was Cicero een dankbaar onderwerp. Volgens Harris was Cicero het soort politicus die zich in eerder welke tijd moeiteloos zou hebben ingewerkt in het bestaande politieke systeem. Hiermee geeft de schrijver een antwoord op de vraag die zijn vele fans steevast stellen: hoe doet hij het? Hoe kan het zijn dat hij gebeurtenissen van tweeduizend jaar geleden, die zich afspelen in een duidelijk andere tijd met andere gewoonten en zeden, zo herkenbaar maken? Het is een kunst die Robert Harris meesterlijk beheerst.