De ballade van het treurige café van Carson McCullers

De ellendige liefde.

Een katoenfabriek, wat arbeidershuisjes, perzikbomen, een kerk en een hoofdstraat van nog geen honderd meter lang. Een godverlaten oord, ergens in het zuiden van de VS. Ooit was hier een café met tafels met kleedjes en papieren servetten. Nu is datzelfde gebouw dichtgetimmerd. Enkel op het einde van de middag gaat een luik open en staart het bleke gezicht van Amelia Evans naar buiten. Zij baatte het café uit. Het grote succes van het café was evenwel toe te schrijven aan haar neef Lymon. 

‘De ballade van het treurige café’ vertelt twee verhalen. Hoe het café er kwam en waarom het nu dicht is. En het verhaal van Amelia Evans, haar ex-echtgenoot Marvin Macy en neef Lymon. Dat laatste is het verhaal van een curieuze driehoeksverhouding.

De drie personages in deze novelle zijn buitenbeentjes. De boomlange schele Amelia loopt liever rond in een werkbroek. Lymon heeft een bochel. En dan is er nog de knappe maar gemene recidivist Marvin Macy, die jarenlang het gezouten oor van een tegenstander bijhield. Dat laatste is maar een van de vele macabere details, die feitelijk verweven zijn in dit prachtig stukje melancholisch proza. Net als in een ballade worden de gebeurtenissen sprongsgewijs en met herhalingen verhaald. De personages stellen je voor raadsels, maar dat geeft net dat tikkeltje meer aan deze novelle. Zeker als je weet dat driehoeksverhoudingen als een rode draad door Carson McCullers’ (1917-1967) relaties liepen. 

McCullers droeg deze novelle overigens op aan componist David Diamond. Diamond was voor de schrijfster en haar echtgenoot Reeves McCullers iemand die ze liefhadden. Zoals ‘De ballade van het treurige café’ je leert, hunkert iemand die liefheeft steeds naar contact met zijn geliefde, ook al leidt dit tot ellende en een tragische ballade. 

Oorspronkelijke titel: The Ballad of the Sad Café.
Jaar van publicatie: 1951

Vrouwelijk karakter van Emmanuel Bove

Hoe ver ga je uit liefde?

Parijs, 1922. Colette Salmand vraagt haar vader om geld. Vier jaar lang heeft ze niets van zich laten horen. Al die tijd woonde ze in Genève met haar geliefde, Jacques. Voor Jacques heeft ze haar comfortabel leven bij haar vader opgegeven. Met Jacques leidt ze een ondergedoken, armoedig leven. Maar hoe ver ga je uit liefde? Hoe geduldig kan je zijn?

Ondanks Colettes eindeloze geduld weet je dat de liefde niet voor eeuwig zal zijn. Angst is geen grond waarop je een gezonde relatie bouwt. Ten slotte ziet zij hem voor wat hij is: ‘een zielige, zieke man.’ Tijdens de Eerste Wereldoorlog kreeg Jacques namelijk een granaatscherf in zijn hoofd. Dit ontsloeg hem van verdere legerdienst. Maar als zijn broer sneuvelde, wilde hij per se weer in dienst. De legerarts weigerde. Jacques schoot hem dood en vluchtte. Colette woonde al 4 maanden bij hem, voor hij haar vertelde dat hij gevlucht was en een man gedood had. Het is moeilijk te begrijpen dat ze bij hem blijft: hij is onberekenbaar. En dan is er de armoede. Het maakt je mistroostig. Zo echt weet Bove de armoede een gezicht te geven.

In ‘Vrouwelijk karakter’ volgen de scènes elkaar op. Je ondergaat ze, maar je begrijpt ze niet. Wat speelt er nu? Blijkbaar bevolken enkel stuurloze personages Boves romans. Hoef je bij hem geen psychologie te verwachten. Ongetwijfeld heeft Emmanuel Bove (1898-1945) een lezerspubliek in Nederland en Vlaanderen. Voor mij blijft het bij dit ene boek.

Oorspronkelijke titel: Un caractère de femme.
Jaar van publicatie: 1999.

Al onze namen van Dinaw Mengestu

Niemand zal elkaar ooit zo hebben liefgehad als wij.

Hij en Isaac leerden elkaar kennen op de universiteit van Kampala. Niet dat zij daar studeerden, zij kwamen daar gewoon elke dag. Net als vele van hun generatie wilden zij revolutionair zijn. Zij waren in landelijke dorpjes opgegroeid, maar deden alsof zij al heel hun leven in de grote stad woonden. Zij hadden geen idee wat het betekende om onder zoveel mensen te verkeren, wiens gezicht en namen ze nooit zouden leren kennen. Net als vele van hun generatie namen ze een andere naam aan.

Zij had bijna drie uur gereden. Dat zij hem ophaalde was bij wijze van gunst. Zich bekommeren om buitenlanders was geen gebruikelijk onderdeel van haar werk als maatschappelijk werker. Wat Helen wist over de man die zij ophaalde, was basaal. Bij zijn geboortejaar stond geen maand of datum vermeld. Zijn geboorteplaats heette Afrika te zijn. Het enige harde feit: zijn naam, Isaac Mabira. Hij was knap. Dat had Helen niet verwacht. Het mysterieuze dat hem omringde, trok haar aan.

Twee verschillende stemmen in ‘Al onze namen’. Haar verhaal gaat over hun allesverterende relatie. Een relatie die in het kleinstedelijke Amerikaanse Midwesten vieze blikken oplevert. Zijn verhaal gaat over zijn tijd in Oeganda, waar hij optrok met de charismatische Isaac. Terwijl zijn beste maat gaat voor de gewapende strijd onder een warlord, blijft hij toekijken vanaf de zijlijn. Wat zijn echte naam is, kom je niet te weten. Wel hoe hij aan zijn naam en nieuwe identiteit gekomen is, en wat hij achterliet.

In welke tijd het verhaal zich afspeelt, geeft Mengestu niet mee. Aan de hand van de minieme aanwijzingen die hij geeft, kan je veronderstellen dat het verhaal zich afspeelt in de jaren 60 en 70. De thematiek van politieke onrust, oorlog, vluchten uit je vaderland en racisme zijn echter tijdloos, en niet gebonden aan een context. Mengestu beperkt zich zeker niet enkel en alleen tot bovenvermelde thematiek. ‘Al onze namen’ is immers een gelaagde en zeer geslaagde roman van een talentvolle schrijver.

Oorspronkelijke titel: All our names
Datum van publicatie: 4 maart 2014