Duizend manen van Sebastian Barry

Een schoon boek

Als meisje moest ze vaak zonder reden huilen. Dan zwierf ze rond op zoek naar een beschut plekje, waar ze haar tranen de vrije loop kon laten. Haar adoptievader John Cole ging altijd op zoek naar haar. Hij sloeg dan zijn arm om haar heen en ging naast haar zitten, zonder een woord te zeggen. Hoewel John amper onderwijs had gehad, leerde hij haar lezen en sommen maken. 

John Cole was niet haar enige papa. Zij had er 2. Haar andere papa, Thomas McNulty, was bijna een echte moeder. Van tijd tot tijd droeg hij zelfs een jurk. 

Winona Cole woonde met haar papa’s op de boerderij van Lige Magan in het 19e-eeuwse Tennessee. Lige Magan was best arm en haar papa’s waren nog armer. Met haar loon en de hulp van broer en zus Bouguereau, 2 vrijgelaten slaven weten ze de eindjes aan elkaar te knopen.

Voor zijn achtste boek deed Barry iets bijzonder: hij schreef een sequel. De personages en de setting is dezelfde als die van ‘Dagen zonder eind’, enkel de jaren gingen op vliedende voeten voorbij. Als pony’s die draven op de oneindige grasvelden

In tegenstelling tot zijn vorige romans staat er geen Dunne of McNulty centraal en is geen link met de Ierse geschiedenis. Het hoofdpersonage, Winona Cole is immers een Lakota vrouw. Voor de rest is er het vertrouwde raamwerk: het hoofdpersonage vertelt in een stem die past bij zijn of haar karakter. Ofwel neemt die stem je al vanaf de eerste pagina mee in het verhaal, ofwel resoneert die maar pas halverwege het verhaal. ‘Duizend manen’ valt in de laatste categorie.  

Het is wennen aan het eerder formeel taalgebruik van Winona. Als jonge Indiaanse moest zij praten als een keizerin. Het Engels beschermde haar tegen in elkaar geslagen worden, want als Indiaanse was ze nog minder waard dan een zwarte vrouw, was ze geen menselijk mens. 

‘Duizend manen’ is een coming-of-age verhaal, waarin een overbeschermd opgevoed meisje uitgroeit tot een vrouw die haar mannetje weet te staan. Dat mannetje staan mag je figuurlijk nemen want Winona ruilt op een gegeven moment haar jurk in voor een broek en een breed overhemd. Naast de waarden die ze van haar papa’s meekreeg is er de moed van haar krijgshaftige moeder en haar volk. Die moed heeft ze nodig in haar zoektocht naar gerechtigheid voor Tennyson Bouguereau. Daarnaast wil ze weten wat er op die dag dat ze met met haar verloofde had afgesproken, gebeurd is. 

‘Duizend manen’ vraagt een geduldige lezer. Geduld is in dit geval een schone zaak want het is een schoon boek met een einde dat je bijna doet huilen van vreugde.

Oorspronkelijke titel: A Thousand Moons
Jaar van publicatie: 2020

Ten oosten van Eden van John Steinbeck

Grootse literatuur

Samuel Hamilton was een goede smid, timmerman en houtsnijder maar talent om geld te verdienen had hij niet. Hij en zijn vrouw, Liza, kwamen uit het noorden van Ierland en zij waren de grootouders van John Steinbeck.

Samuel heeft net als zijn naamgenoot in de Bijbel voorspellende gaven en confronteert zijn buurman Adam Trask met onwelkome waarheden. In tegenstelling tot de Hamiltons is Adam geen arme Europese immigrant, maar een rijke Amerikaan. Na verwikkeld te zijn geweest in een broederstrijd met Charles, kon Adam zijn broer uitkopen en trok hij met zijn kersverse zwangere vrouw naar de Salinasvallei, de California Dream achterna.

Adams tweelingzonen, Aron en Cal, zetten dezelfde broederstrijd in verhevigde vorm voort. De lotgevallen van Adam en Charles en later Aron en Cal domineren en sturen het verhaal. Het verhaal van de opeenvolgende generaties Trasks speelt zich af in het begin van de twintigste eeuw en het einde van de Eerste Wereldoorlog. De setting is bijbels want ‘Ten oosten van Eden’ is een allegorische hervertelling van de zondeval en de broederstrijd tussen Kaïn en Abel.

Geef toe, dit klinkt onaantrekkelijk, maar laat je daar niet door intimideren. Trek je ook niets aan van de reputatie van dit boek en zijn dikte. Dit lijvige boek leest zich als het ware zelf. Lezers waren er in 1952 overigens onmiddellijk dol op en Steinbeck kreeg ontzettend veel fanmail, wat hem ongetwijfeld plezierde, want de kritieken waren keihard. Het is moeilijk te vatten dat critici het toen zo verketterde, want dit is grootse literatuur en de structuur staat als een huis.  

Een onvergetelijk personage is Cathy/Kate, de moeder van Aron en Cal. De goedheid en liefde van Adam Trask betaalt zij terug met een kogel, want zij heeft geen moraal. Bovendien haalt ze plezier uit mensen te gronde richten. Als hoerenmadam leidt zij geen gewoon hoerenkot, maar eentje waar de zweep gehanteerd wordt. 

Cathy Ames wereldbeeld staat lijnrecht tegenover dat van de Chinese huishoudhulp Lee. Lee introduceert het Hebreeuwse concept timshel. Timshel staat voor de mens die zelf kiest, die zijn lot in eigen handen heeft. Dit concept sijpelt uiteindelijk door in het belangrijkste vertelperspectief, dat van de rebellerende Cal Trask. Hij komt tot het besef dat slecht zijn geen kwestie is van genen en omgeving, maar van keuze. Door dit inzicht gloort er nog hoop voor de Trasks. 

Oorspronkelijke titel: East of Eden.
Jaar van publicatie: 1952.

De ballade van het treurige café van Carson McCullers

De ellendige liefde.

Een katoenfabriek, wat arbeidershuisjes, perzikbomen, een kerk en een hoofdstraat van nog geen honderd meter lang. Een godverlaten oord, ergens in het zuiden van de VS. Ooit was hier een café met tafels met kleedjes en papieren servetten. Nu is datzelfde gebouw dichtgetimmerd. Enkel op het einde van de middag gaat een luik open en staart het bleke gezicht van Amelia Evans naar buiten. Zij baatte het café uit. Het grote succes van het café was evenwel toe te schrijven aan haar neef Lymon. 

‘De ballade van het treurige café’ vertelt twee verhalen. Hoe het café er kwam en waarom het nu dicht is. En het verhaal van Amelia Evans, haar ex-echtgenoot Marvin Macy en neef Lymon. Dat laatste is het verhaal van een curieuze driehoeksverhouding.

De drie personages in deze novelle zijn buitenbeentjes. De boomlange schele Amelia loopt liever rond in een werkbroek. Lymon heeft een bochel. En dan is er nog de knappe maar gemene recidivist Marvin Macy, die jarenlang het gezouten oor van een tegenstander bijhield. Dat laatste is maar een van de vele macabere details, die feitelijk verweven zijn in dit prachtig stukje melancholisch proza. Net als in een ballade worden de gebeurtenissen sprongsgewijs en met herhalingen verhaald. De personages stellen je voor raadsels, maar dat geeft net dat tikkeltje meer aan deze novelle. Zeker als je weet dat driehoeksverhoudingen als een rode draad door Carson McCullers’ (1917-1967) relaties liepen. 

McCullers droeg deze novelle overigens op aan componist David Diamond. Diamond was voor de schrijfster en haar echtgenoot Reeves McCullers iemand die ze liefhadden. Zoals ‘De ballade van het treurige café’ je leert, hunkert iemand die liefheeft steeds naar contact met zijn geliefde, ook al leidt dit tot ellende en een tragische ballade. 

Oorspronkelijke titel: The Ballad of the Sad Café.
Jaar van publicatie: 1951