Al onze namen van Dinaw Mengestu

Niemand zal elkaar ooit zo hebben liefgehad als wij.

Hij en Isaac leerden elkaar kennen op de universiteit van Kampala. Niet dat zij daar studeerden, zij kwamen daar gewoon elke dag. Net als vele van hun generatie wilden zij revolutionair zijn. Zij waren in landelijke dorpjes opgegroeid, maar deden alsof zij al heel hun leven in de grote stad woonden. Zij hadden geen idee wat het betekende om onder zoveel mensen te verkeren, wiens gezicht en namen ze nooit zouden leren kennen. Net als vele van hun generatie namen ze een andere naam aan.

Zij had bijna drie uur gereden. Dat zij hem ophaalde was bij wijze van gunst. Zich bekommeren om buitenlanders was geen gebruikelijk onderdeel van haar werk als maatschappelijk werker. Wat Helen wist over de man die zij ophaalde, was basaal. Bij zijn geboortejaar stond geen maand of datum vermeld. Zijn geboorteplaats heette Afrika te zijn. Het enige harde feit: zijn naam, Isaac Mabira. Hij was knap. Dat had Helen niet verwacht. Het mysterieuze dat hem omringde, trok haar aan.

Twee verschillende stemmen in ‘Al onze namen’. Alternerende hoofdstukken waarin Isaac en Helen aan het woord komen. Haar hoofdstukken in het heden gaan over hun allesverterende relatie. Een relatie die in het kleinstedelijke Amerikaanse Midwesten vieze blikken oplevert. Zijn hoofdstukken gaan over zijn tijd in Oeganda, waar hij optrok met de charismatische Isaac. Terwijl zijn beste maat gaat voor de gewapende strijd onder een warlord, blijft hij toekijken vanaf de zijlijn. Wat zijn echte naam is, kom je niet te weten. Wel hoe hij aan zijn naam en nieuwe identiteit gekomen is, en wat hij achterliet.

In welke tijd het verhaal zich afspeelt, geeft Mengestu niet mee. Aan de hand van de minieme aanwijzingen die hij geeft, kan je veronderstellen dat het verhaal zich afspeelt in de jaren 60 en 70. De thematiek van politieke onrust, oorlog, vluchten uit je vaderland en racisme zijn echter tijdloos, en niet gebonden aan een context. Mengestu beperkt zich zeker niet enkel en alleen tot bovenvermelde thematiek. ‘Al onze namen’ is immers een gelaagde en zeer geslaagde roman van een talentvolle schrijver.

 

Oorspronkelijke titel: All our names
Datum van publicatie: 4 maart 2014

Revolutionary Road van Richard Yates

De kroniek van een mislukt huwelijk.

Connecticut, jaren 50. Ze zijn jong. Ze zijn aantrekkelijk. Ze wonen met hun twee kinderen in een welvarende buitenwijk. Gelukkig of tevreden zijn ze niet. Ruzies zijn gemeengoed bij Frank en April Wheeler. Gelukkig kunnen ze de kinderen kwijt bij de buren, telkens wanneer de spanningen tussen hen te snijden zijn. Maar dan komt April met een oplossing voor al hun problemen. Wat als ze nu eens naar Parijs verhuisden? Zij gaat daar werken, terwijl Frank zichzelf kan vinden. Omdat zij snel zwanger raakte van hun eerste kind, zijn ze snel getrouwd en heeft Frank een saaie kantoorbaan aangenomen. Het vooruitzicht van een nieuw begin brengt hen dichter bij elkaar. Het is weer rozengeur en maneschijn bij de Wheelers. Voor April is Parijs een uitweg om te ontsnappen aan haar saaie omgeving. Maar hoe zit het met Frank? Ziet hij hun verhuisplannen wel zitten?

Als lezer volg je vooral het perspectief van Frank. Frank voert interne dialogen. Door die interne dialogen weet je dat Frank altijd iets anders zegt, dan wat hij zich voorneemt. Dit verschil tussen wat hij zegt en denkt, is schrijnend. Daarnaast doet hij zichzelf anders voor, of overdrijft. Zo heeft hij April onder meer doen geloven dat hij vlot Frans spreekt en Parijs goed kent. Zijn Frans is echter beperkt. In Parijs kon hij tijdens zijn diensttijd amper zijn weg vinden. Hij ging er enkel naartoe, als hij mee kon met een kameraad.

Het toeval komt Frank ter hulp: April is zwanger. De verhuis gaat niet door. Na een discussie over een abortus, manipuleert hij haar om psychische hulp te zoeken. Maar de onrust die Frank veroorzaakt, zal tragische gevolgen hebben. ‘Revolutionary Road’ vertelt een tragisch en deprimerend verhaal. Het is de kroniek van een huwelijk, dat je voor je ogen helemaal ziet uiteenvallen. Deze klassieker is ronduit schitterend, want Yates had een ongelooflijk inzicht in de menselijke natuur en haar drijfveren.

Paasparade van Richard Yates

Zo de oude zongen zo piepen de jonge.

Al bij de openingszin weet je dat ‘Paasparade’ geen vrolijk boek gaat zijn. Maar een boek over de misère van de zusjes Grimes.

“Geen van beide zusjes Grimes zou in het leven gelukkig worden en als ze erop terugkeken leek het altijd of de narigheid met de scheiding van hun ouders was begonnen.”

Enkel in de tijd van de paasparade in 1940 wenkte de Amerikaanse droom even voor de zusjes Grimes. Beide werkten toen als vrijwilliger voor een Republikeinse presidentskandidaat. De oudste en de mooiste van de twee, Sarah moest zich nabij Central Park laten fotograferen in een chique jurk. Zij had haar verloofde Tony meegenomen. Die had voor de gelegenheid een smoking aangetrokken. De foto van Sarah en Tony met achter hen het Plaza Hotel werd als een schat gekoesterd.

De meisjes hadden geen leuke jeugd gehad. Hun vader, Walter Grimes, zagen ze maar een paar keer per jaar. Omdat hun moeder altijd in betere buurten wou wonen, maar niet de huishuur kon opbrengen, verhuisden ze regelmatig. Hun moeder moesten ze met Pookie aanspreken. Pookie streefde bij het opvoeden van haar dochters naar het gedrag en de manieren van de betere klasse. Die hadden volgens haar meer ‘flair’.

In ‘Paasparade’ wordt vooral het verhaal van de jongste dochter Emily verteld. Zijdelings kom je ook te weten hoe het Walter, Pookie en Sarah vergaat. Je volgt Emily’s leven van haar vijfde tot aan haar vijftigste, tot ze een afgeleefde en verwarde vrouw is. Net als haar zus heeft ze het slechte voorbeeld van hun ouders gevolgd. 

‘Paasparade’ is een vrij dunne roman, die vlot leest. Dit komt vooral door de eenvoudige en onopgesmukte taal van Richard Yates (1926-1992). Wat een schrijver was die Yates trouwens! In een zin wist hij een hele situatie meesterlijk neer te zetten. Hij is dan ook een van de grootste naoorlogse Amerikaanse schrijvers. 

Easter Parade, 1976.