De afstand die ons scheidt van Renato Cisneros

Portret van een vader.

De afstand die ons scheidt
La distancia que nos separa (2015)

Achttien was Renato Cisneros toen zijn vader stierf in 1995. Toen hij dacht helemaal klaar te zijn met de dood van zijn vader, begon hij op zoek te gaan naar informatie. Beetje bij beetje drong het tot hem door, dat wat zijn vader zelf had verteld over zijn leven onbetrouwbaar was. En dan was er nog de rol die zijn vader, generaal Luis Federico Cisneros Vizquera had gespeeld in de Peruaanse politiek. De fervente medestander van het Pinochet-regime in Argentinië liet ook in eigen land mensen verdwijnen. Hoe kom je als zoon van zo’n man in het reine met jezelf en de wereld? En kun je zo’n man wel ooit begrijpen?

Om zijn vader te begrijpen staat de schrijver allereerst stil bij de familiegeschiedenis: een geschiedenis van onwettige kinderen en echtgenotes, ballingschap en ontheemding. Vanzelfsprekend is er een uitgebreid en taai, maar noodzakelijk hoofdstuk over de politieke en militaire erfenis van Cisneros senior. Eindigen doet Cisneros met stilstaan bij de mythe die zijn vader was, en de bedenking wat er van hem geworden zou zijn als zijn vader langer geleefd had. Zou hij net als zijn stiefzus en -broer de strijd zijn aangegaan? Allicht niet. Legt hij literair zijn vader zijn wil op? Allicht wel.

“Mijn moeder was het probleem niet. Zij was er gewoon. Aan haar liefde hoefde ik niet te twijfelen. Ze zou me altijd opvangen. Jij niet. Jij was de mythe. Jij was de utopie. Degene die in de krant kwam. Degene in dat uniform waarachter je je ook verstopte. Jij was degene die ik moest veroveren. Mijn moeder was echt, van vlees en bloed, die kwam niet op tv. Zij was een tastbaar stuk van de wereld. Een rots. Jij was daarentegen, toen al, een dwaallicht, flitsend en ongrijpbaar.”

Net als Cisneros senior is Renato Cisneros een bekendheid in Peru. Of hij ook bij ons zo bekend zal worden is nog maar de vraag. Aan het uitstekende ‘De afstand die ons scheidt’ ligt het alvast niet. Het schrijven was een titanenwerk. Jarenlang probeerde Cisneros vorm te geven aan het overvloedige materiaal dat hij had verzameld. Naast de vorm moet hij nagedacht hebben over wat hij ging onthullen in zijn fictieve autobiografie. In een fictieve autobiografie vertelt een schrijver een waarheidsgetrouw verhaal, maar vult de lacunes in met zijn verbeelding en veroorlooft zich vrijheden. Wat mij betreft: een uitstekende keuze voor dit heftige vader- en zoonverhaal.

 

Het verhaal van Mayta van Mario Vargas Llosa

Over een mislukte revolutie.

Ik sprak met Mayta een paar weken voor hij Vallejos leerde kennen. Toen was hij al in de veertig. Ik ken Mayta al veel langer. Als jongen liep hij al te leuteren over armen, blinden, wezen of straatgekken. Hij werd geen priester maar een revolutionair. Een trotskist. Voor hij Vallejos leerde kennen, leuterde hij enkel over de revolutie. Met Vallejos kwam de ommekeer. Toen stopte Mayta met leuteren en koos voor de strijd.

De berichtgeving rond de mislukte revolutie van Vallejos en Mayta was kort. Toch was de revolutie van Mayta en Vallejos de eerste in een lange reeks. Het was het begin van een geschiedenis, die uitliep op de hedendaagse gewapende conflicten van het Lichtend Pad. Maar terug naar Mayta. Het onderwerp van mijn roman. Ik wil overigens niet de ware geschiedenis van Mayta schrijven. Ik wil een onherkenbare versie van de gebeurtenissen van toen.

Wat gebeurt er als een schrijver de interviews en onderzoekingen naar het onderwerp van zijn roman opschrijft? Dan krijg je een verhaal zoals Vargas Llosa vertelt in ‘Het verhaal van Mayta’. Het ik-personage, de schrijver, interviewt verschillende mensen en construeert intussen het verhaal van Mayta. Eigenlijk is de mislukte revolutie van Mayta, die zich situeert eind jaren vijftig, een voorwendsel om een roman te schrijven over het Peru van de jaren tachtig. Een Peru dat het zwaar te verduren heeft, en dat lijdt onder de aanvallen van de Communistische Partij van Peru, het Lichtend Pad. De schrijver leidt je rond in Lima. Een stad, die zucht onder verkrotting, geweld en drugs. Maar ook in de stad Jauja, waar het goed om leven zou moeten zijn.

Om het verhaal van Alejandro Mayta te construeren combineert Vargas Llosa tijdens de interviews twee dialogen, die zich afwisselend in de jaren vijftig en in de jaren tachtig afspelen. ‘Het verhaal van Mayta’ is dus een verhaal waar je als lezer best je aandacht bij houdt. Toch leest dit verhaaltechnisch bijzondere boek opvallend vlot en aangenaam. En Vargas Llosa brengt de nodige afwisseling in zijn interviews. Wat de geïnterviewden over Mayta zeggen, staat haaks op elkaar. En van de man zelf raak je niet wijzer als lezer. Want over welke Mayta gaat het nu eigenlijk: de echte of een naamgenoot? Of bestaat hij louter in het hoofd van het manipulatieve ik-personage…

‘Het verhaal van Mayta’ is ook gepubliceerd onder de naam ‘De geschiedenis van Alejandro Mayta’. 

 

Het ongrijpbare meisje van Mario Vargas Llosa

Tijdens de zomer van 1950 leert Ricardo haar kennen en wordt smoorverliefd op haar. Het was de zomer waarin de mambo in de mode was. Alle jongens van zijn wijk in Lima waren direct weg van de Chileense Lily, die zo heerlijk ritmisch de mambo danste en haar knieën liet zien. Hoewel Lily veel tijd met hem doorbrengt, wil zij niet zijn vriendinnetje zijn. Als blijkt dat zij geen Chileense is, verdwijnt ze.

Begin jaren zestig woont Ricardo in Parijs. Ondanks zijn diploma rechten is het moeilijk werk vinden. Gelukkig krijgt Ricardo hulp van een landgenoot, Paúl. Paúl maakt deel uit van MIR, een beweging van revolutionair links, die van de Cubaanse regering een honderdtal beurzen kreeg om Peruaanse jongeren op te leiden als guerrilla’s. De beursstudenten reizen naar Cuba via Parijs, en Ricardo zorgt voor de reservatie van de kamers. Op een dag komt een van de net aangekomen vrouwelijke beursstudenten hem bekend voor. Nu heet zij Arlette. In Peru kende hij haar als Lily.

Voor een keer speelt Vargas Llosa niet met tijd-of verhaalperspectieven, maar vertelt een lineair verhaal vanuit ik-verteller, Ricardo. In de Spaanse titel is er sprake van een ‘niña mala’, maar ongrijpbaar dekt zeker de lading want de vrouw is ondoorgrondelijk. Met zo ’n ondoorgrondelijke vrouw kan het verhaal alle kanten uit en als lezer zit je op de eerste rij.

In de 38 jaar dat het verhaal bestrijkt, verandert hun relatie weliswaar, maar niet haar nare streken. Zij liegt en bedriegt, maar toch blijft Ricardo van haar houden. Hij is als de brave vrouw, die alles pikt in de naam van de liefde, want voor een keer zijn de rollen eens omgedraaid. Of beter gezegd: lijken de rollen omgedraaid, want hij kan zich wel degelijk laten gelden. Hij is enkel ziek van liefde.

De karakterisering van beide personages in ‘Het onbegrijpbaar meisje’ is fenomenaal. Bovendien komt de liefdesgeschiedenis van het ongrijpbare meisje en Ricardo met veel humor, tijdgeest en onvergetelijke bijfiguren.

 

Van dezelfde auteur las ik ook onder meer: ‘De oorlog van het einde van de wereld‘.