Geest van Robert Harris

Tien miljoen dollar betaalde de Amerikaanse uitgever Marty Rhinehart voor de memoires van Adam Lang. Hij stelde twee voorwaarden: het boek moet binnen de twee jaar in de winkels liggen, en de ex-premier van Engeland moet uitgebreid ingaan op de oorlog tegen het terrorisme. Een naaste medewerker van Lang, Michael James McAra zette zich aan het werk. Het werk vlotte slecht. Het zag er naar uit dat McAra de deadline niet ging halen. Rhinehart stelde uiteindelijk zijn vakantiehuis op Martha’s Vineyard ter beschikking, zodat MacAra daar met Lang ongestoord kon werken. Als MacAra verongelukt, zit Lang met een probleem. Wie gaat er verder werken aan zijn memoires? Zoals altijd was het Rachel, zijn vrouw die de oplossing aanreikte. Zij zei: “Herinner je je de memoires van Christy Costello? Zijn ‘ghost’ moet jouw memoires schrijven.” En zo geschiedde.

‘Geest’ vertelt het verhaal van Adam Langs nieuwe ghostwriter vanuit zijn perspectief. De anonieme ghostwriter komt al meteen in het oog van een mediastorm terecht. Lang is namelijk aangeklaagd voor oorlogsmisdaden. Terwijl Lang steun zoekt bij de Amerikaanse regering probeert zijn ghostwriter een boek te maken van het gortdroge manuscript dat zijn voorganger achterliet. Van zijn opzet om zijn opdrachtgever te interviewen komt weinig terecht. Daarenboven stoot hij al snel op kleine onwaarheden. Onwaarheden die leiden naar dodelijke geheimen.

‘Geest’ veroorzaakte bij publicatie in 2007 in het Verenigd Koninkrijk een relletje. Het boek verscheen niet lang nadat Tony Blair Downing Street verliet. Net als Adam Lang werd Tony Blair van oorlogsmisdaden beschuldigd en sloot hij een alliantie met de VS in de strijd tegen de terreur.

Harris geeft zijn eigen fictieve, maar plausibele verklaring in ‘Geest’ over die alliantie van Adam Lang, alias Tony Blair met de VS. Harris was trouwens een goede vriend en vertrouweling van Tony Blair, tot Blair besloot om samen met de VS de Iraakse dictator Saddam Hoessein ten val te brengen. ‘Geest’ zal hen niet terug bij elkaar gebracht hebben, hoewel Harris ooit liet optekenen dat Blair er de humor zou van inzien. ‘Geest’ zit overigens vol met zwarte humor. Het einde is sinister, maar briljant. 

Voor diegene die het niet begrepen hebben op gladde politici biedt ‘Geest’ een boeiende inkijk in het metier van de spookschrijver.

Oorspronkelijke titel: The Ghost.
Jaar van uitgave: 2007.
Nederlandse vertaling: J. Zwart (2007).

De farao van de literatuur

Het winnen van de Nobelprijs literatuur in 1988 had grote gevolgen voor het werk van Naguib Mahfouz (1911-2006). Van de ene op de andere dag stonden westerse uitgevers in de rij voor de vertaalrechten van zijn romans. Een behoorlijk deel van zijn werk was al vertaald en uitgegeven in het westen, maar was enkel gekend bij arabisten en academici. Met de Nobelprijs literatuur vond zijn werk zijn weg naar een breder, niet-academisch lezerspubliek over de hele wereld. In de Arabische wereld was Mahfouz al dertig jaar een van de belangrijkste schrijvers.

Een pionier met een unieke stem.

Vandaag is Naguib Mahfouz nog steeds een van de grootste in de Arabische literatuur. Naast putten uit de rijke Arabische vertelkunst experimenteerde hij met westerse stijl- en verteltechnieken. In zijn geëxperimenteer was hij bijna altijd een pionier. Zijn erfenis voor de Arabische literatuur is daardoor immens. Bovendien had hij een opmerkelijke taalbeheersing en een unieke stem.

In conflict met de religieuze autoriteiten.

Naguib Mahfoez werd op 11 december 1911 geboren in Caïro. De jonge Mahfouz was een gretige lezer. Naast Egyptische romans las hij Britse detectives, Russische klassieken en het werk van modernistische schrijvers zoals James Joyce, Franz Kafka en Marcel Proust. Na zijn studies filosofie werd Mahfouz net als zijn vader ambtenaar. Een groot deel van zijn leven combineerde hij zijn werk voor de Egyptische overheid met schrijven. Zijn eerste roman ‘Mockery of the Fates’ verscheen in 1939. Hoewel het verhaal een weerspiegeling was van de toenmalige situatie in Egypte, wist hij door de censuur te komen door het verhaal te situeren in het oude Egypte.

Ondanks de soms gewaagde thema’s waarover hij schreef, zoals socialisme en homoseksualiteit, kwam Mahfouz over het algemeen door de censuur. Toch kwam het in 1959 met ‘Children of Gabalawi’ tot een controverse. Het verhaal, dat in de Egyptische krant Al Ahram was gepubliceerd, bracht hem in conflict met de religieuze autoriteiten. Niet alleen in Egypte maar ook in de meeste Arabische landen mocht ‘Children of Gabalawi’ niet in boekvorm verschijnen. In 2016 werd ‘Children of Gabalawi’ alsnog een bestseller in Egypte, nadat het decennia lang van onder de toonbank was verkocht.

Nadat ayatollah Khomeini een fatwa tegen ‘De duivelsverzen’ van Salman Rushdie uitsprak in 1988, en Mahfouz hem een terrorist noemde, kwam de discussie weer op gang over ‘Children of Gabalawi’. Vanuit conservatieve hoek kwam de vraag om de schrijver voor zijn godslastering te straffen. In 1994 nam een moslimextremist het recht in eigen hand en stak Mahfouz neer. De tweeëntachtigjarige Mahfouz overleefde de aanslag, maar verloor een deel van zijn zicht en het gebruik van zijn rechterhand. Na jaren van revalidatie kon hij zijn rechterhand terug gebruiken om te schrijven, maar enkel voor ultrakorte tijdspannen. De aanval op zijn leven veranderde niets aan Mahfouz’ dagelijkse gewoonte om te ontbijten op café en te discussiëren met vrienden. Ondanks de riante geldprijs verbonden aan de Nobelprijs literatuur bleef hij met zijn vrouw in een bescheiden appartement wonen.

Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen, waaronder The Guardian. De foto bij dit blog komt van Wikimedia Commons. 

Hart der duisternis van Joseph Conrad

In opdracht van de Belgische handelsmaatschappij moest Marlow op zoek naar meneer Kurtz. Kurtz was hun succesvolste ivoorhandelaar. De maatschappij had echter al lang niets meer van hem gehoord. De tocht per stoomboot naar Kurtz naar het donkere hart van Congo-Vrijstaat was een ware nachtmerrie. Toen Marlow Kurtz vond, lag die op sterven. Wat een monster was die Kurtz! Afgrijselijk.

“Maar we kunnen niet om het feit heen dat meneer Kurtz de Maatschappij meer kwaad dan goed had gedaan. Hij heeft niet begrepen dat de tijd voor hard optreden nog niet daar was.”

Conrad baseerde zijn novelle ‘Hart der duisternis’ losjes op zijn reis naar Congo-Vrijstaat in 1890. Een reis die Conrad, net als Marlow, bijna fataal was geworden. In Congo-Vrijstaat hoorde hij verhalen over wreedheden en was hij zelf getuige van barbaarse praktijken. ‘Hart der duisternis’ is echter niet alleen een tijdsdocument over de wantoestanden in het toenmalig privé-bezit van Koning Leopold II, maar ook een parabel over de duistere kant van de mens.

‘Hart der duisternis’ is controversieel. De Nigeriaanse schrijver Achebe noemde het racistisch. De zwarte inboorlingen worden immers stereotiep neergezet en ze staan symbool voor de mens zonder beschaving. Kurtz’ barbarij komt door de barbaarse en duistere omgeving waarin hij zich bevindt. Toch is ras allesbehalve zwart-wit in ‘Hart der duisternis’. Hoewel Conrad een authentiek portret gaf over hoe in zijn tijd naar ras werd gekeken, was hij kritisch. Hij stelde zich vragen bij de ideeën over ras en imperialisme. Hiermee was Conrad zijn tijd ver vooruit.

Op de vraag waarom hij een racistisch werk als ‘Hart der duisternis’ las, antwoordde de jonge Obama: “Het leert me iets over witte mensen. Het gaat niet over Afrika en over Afrikanen, maar over de man die het schreef. Het gaat over een manier van kijken naar de wereld.” Conrads witte mens huivert immers bij de menselijkheid van de zwarte, bij de gedachte aan verwantschap. Het is ook een horrorverhaal. De voortvarende Kurtz moet uiteindelijk de duimen leggen voor de onzichtbare wildernis.

Voor een novelle is ‘Hart der duisternis’ bijzonder complex. Er is trouwens geen enkel werk in de literatuur dat zo geanalyseerd is dan ‘Hart der duisternis’! Het afgelopen jaar las ik het 2 keer in 2 verschillende vertalingen, en het is alsof ik 2 verschillende boeken heb gelezen. Bij het eerste boek was ik verliefd op het taalgebruik. Dat vond ik minder terug in de tweede vertaling van Bas Heijne. Toch geef ik de voorkeur aan die laatste. Het bracht de ideeën en het cynisme van Conrad beter naar voren.

Oorspronkelijke titel: Heart of Darkness
Jaar van publicatie: 1902