Vernieuwer van de poëzie

Thomas Stearns Eliot by Lady Ottoline Morrell (1934)
De Amerikaanse dichter T.S. Eliot (1888 – 1965) verkreeg in 1927 de Britse nationaliteit en bekeerde zich tot het anglicanisme. 

Hij is een van de grootste vernieuwers van de poëzie en een van de belangrijkste literaire figuren van de twintigste eeuw. Ook als literair criticus stond hij hoog aangeschreven. Geboren werd hij in Amerika, maar hij grootste deel van zijn leven woonde en werkte hij in Engeland.

Thomas Stearns Eliots beginperiode als dichter werd beïnvloed door het werk van de Franse dichters van het symbolisme, wiens werk hij op de Amerikaanse universiteit van Harvard leerde kennen. Harvard leverde de bouwstenen van drie belangrijke facetten van zijn carrière: poëzie, filosofie en literaire kritiek.

Een beurs bracht hem in 1914 naar Merton College in Oxford, Engeland. Eliot had intussen ook al filosofie in Parijs gestudeerd. De studies in Oxford bevielen hem niet. In plaats van terug te gaan naar de VS, verhuisde hij naar Londen. Hier maakte hij kennis met de Amerikaanse dichter en uitgever Ezra Pound. De directe en sobere taal van Pound had een enorme invloed op Eliot. Pound herkende in Eliot een groot dichter en hielp hem bij zijn carrière. Intussen was Eliot getrouwd met een meisje, dat hij nog maar drie maanden kende en werkte hij als leraar. Twee jaar later nam hij een goedbetaalde job aan bij de Lloyds Bank en schnabbelde bij als assistent-redacteur bij een literair tijdschrift.

Zijn huwelijk met Vivienne Haigh-Wood bleek al snel ongelukkig. Vivienne leed aan hevige stemmingswisselingen. In 1921 zag Eliot zich genoodzaakt een paar maanden vrij te nemen van zijn werk. Het samenleven met de labiele Vivienne eiste zijn tol: hij leed aan een zenuwinzinking en moest opgenomen worden. In die periode schreef hij zijn meest gekende gedicht, ‘The Waste Land’ (Het barre land). Bij publicatie in 1922 kreeg het lang en indrukwekkend vers in de literaire internationale scène een cultstatus. Vrienden hadden intussen een fonds opgericht voor Eliot, goed voor driehonderd pond per jaar, zodat hij zich voltijds aan dichten kon wijden. Eliot wou echter bij de Lloyds Bank blijven werken. Bovendien vond hij drie uur per dag schrijven meer dan voldoende.

“Immature poets imitate;
mature poets steal.”

T.S. Eliot

Nog in 1922 richtte hij zijn eigen literaire tijdschrift, The Criterion op. Het redigeren van The Criterion en zijn werk bij Lloyds ging uiteindelijk ten koste van zijn werk als dichter. In 1925 gaf hij zijn ontslag bij de bank en accepteerde een baan bij uitgeverij Faber and Gwyer, het huidige Faber and Faber.

Na de Franse dichters van het symbolisme en Ezra Pound drukte Eliots bekering tot het anglicanisme in 1927 een grote stempel op zijn werk en denken. Het gedicht ‘Four Quartets’ beschouwde Eliot dan ook als zijn magnum opus.

De foto bij dit blog komt van Wikimedia Commons. Voor het schrijven van dit artikel gebruikte ik verschillende bronnen waaronder Wikipedia. 

Schrijver of geen schrijver

Op 23 april 2016 is het vierhonderd jaar geleden dat William Shakespeare stierf. Tenminste men gaat ervan uit dat Shakespeare op die dag stierf, want zeker weten we het niet. Wat we wel weten, is dat Shakespeare op 25 april 1616 begraven werd in de Holy Trinity Church in Stratford-upon-Avon. In diezelfde kerk werd de bard van Avon, 52 jaar eerder op 26 april 1564 gedoopt. Omdat het in die tijd de gewoonte was kinderen drie dagen na de geboorte te dopen, wordt algemeen aangenomen dat Shakespeare op 23 april 1564 werd geboren. Shakespeares geboorte- en sterfdatum, 23 april, valt overigens samen met de sterfdatum van de patroonheilige van Engeland, Sint-George.

900px-Shakespeare_Droeshout_1623
Martin Droeshouts portret van Shakespeare

Eigenlijk weten we weinig over William Shakespeare. We weten niet of hij wel een dichter en toneelschrijver was. We weten ook niet zeker hoe de man er juist uitzag. Juist omdat we zo weinig weten over Shakespeare, menen sommige – de anti-Stratfordians – dat Shakespeare de grootste literaire fraudeur ooit was, en dat het werk aan hem toegeschreven niet door hem is geschreven. Ze vinden het twijfelachtig dat iemand van gewone komaf, inzicht had in onder meer het leven aan een koninklijk hof en kennis had van de klassieke oudheid. Bovendien zijn er verschillende handtekeningen en schrijfwijzen van Shakespeares naam in omloop, wat voeding geeft aan het idee dat Shakespeare een pseudoniem was. Intussen zijn er sinds de negentiende eeuw al ruim 70 kandidaten die in aanmerking komen voor het auteurschap van de grootste Engelstalige schrijver ooit. Zo berichtte een Engelse krant onlangs naar aanleiding van een pas verschenen boek, dat Shakespeare een vrouw was.

De meeste literaire onderzoekers en historici zijn van mening dat de argumenten van de anti-Stratfordians geen hout snijdt. In Shakespeares eigen tijd was er overigens geen twijfel over zijn auteurschap. Die twijfel is maar pas een paar eeuwen later gekomen. En eigenlijk weten we even weinig over Shakespeares tijdgenoten en mede-toneelschrijvers. Hun werk staat niet ter discussie. Schrijver of geen schrijver, literair genie of fraudeur: het is een vraag die blijkbaar enkel op Shakespeares auteurschap en werk van toepassing is.

Jealous souls need no evidence. They aren’t jealous because of a reason, but merely because they are jealous people. Jealousy is a monster that gives birth to itself.
Citaat komt uit ‘Othello’

 

Bron: Wikipedia
Lees ook mijn bericht over Fictieve heldin: Juliet Capulet

I, Robert Graves

Robert von Ranke Graves werd als derde kind geboren van een Anglo-Ierse vader en een Duitse aristocratische moeder op 24 juli 1895. Terwijl zijn literair werk in Duitsland onder zijn volledige naam wordt gepubliceerd kennen we hem vooral als Robert Graves. Graves schreef meer dan 140 werken. Enkele van die werken – zoals de meeslepende biografie van een Romeinse keizer ‘Ik, Claudius’ – zijn sinds hun publicatie steeds verkrijgbaar geweest.

Naast schrijver, dichter en criticus was Robert Graves ook vertaler van Latijnse en Oudgriekse teksten. De beurs voor een klassieke opleiding kreeg hij vlak voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Graves nam echter onmiddellijk dienst en was naast officier ook een oorlogsdichter.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog genoten gedichten een enorme populariteit, vooral in het Verenigd Koninkrijk, waar ze als propagandamateriaal werden gebruikt. De gedichten waren aanvankelijk dan ook enorm patriottisch. Sommige dichters, waaronder Robert Graves, verloren echter al snel hun patriottisme en schreven realistische gedichten over de oorlogsgruwel.

Medeofficier Siegfried Sassoon, ook een oorlogsdichter, was een goede vriend van Graves. In 1917 sprak Sassoon zich publiekelijk uit tegen de oorlog, wat hem een berechting voor de krijgsraad had kunnen opleveren, als Graves niet tussenbeide was gekomen. Robert Graves bepleitte met succes dat Sassoon aan shellshock leed. Zelf leed Graves ook aan shellshock; hij werd er nooit voor behandeld.

Graves pende zijn herinneringen als officier tijdens de Eerste Wereldoorlog neer in ‘Dat hebben we gehad’ (Goodbye to all that), dat in 1929 verscheen. Deze succesvolle maar omstreden autobiografie kostte Graves verscheidene vrienden, waaronder Siegfried Sassoon.

“Since 1916, the fear of gas obsessed me: any unusual smell, even a sudden strong smell of flowers in a garden, was enough to send me trembling. And I couldn’t face the sound of heavy shelling now; the noise of a car back-firing would send me flat on my face, or running for cover.”

Na de oorlog was het duidelijk voor Graves dat hij enkel kon leven door te schrijven. Bovendien had hij gezworen nooit meer orders van iemand aan te nemen. Na een rijk literair leven stierf Robert Graves in 1985 aan een hartfalen in zijn huis op Mallorca.

Trailer voor de succesvolle televisieserie ‘I, Claudius’ gebaseerd op de boeken ‘I, Claudius’ en ‘Claudius, the god’ van Robert Graves. Trailer geüploaded door AcornMediaUS op YouTube.

Bron: Wikipedia