Fictieve heldin: Mary Poppins

De meeste literaire helden schitteren enkel op papier. Sommige vinden hun weg naar andere cultuuruitingen dankzij een reistas en een paraplu. Een stevige oostenwind deed de rest. Die blies P.L.Travers’ Mary Poppins van Londen naar alle uithoeken van de wereld. 

In een interview in 1977 zei P.L.Travers dat zij met de Walt Disneyfilm van Mary Poppins had leren leven. Tijdens de première van de film in 1964 had Travers uit pure frustratie gehuild. Walt Disney had haar namelijk beloofd geen animatie in de film te gebruiken, maar was teruggekomen op die belofte. Bovendien had Disney volgens de schrijfster de magie uit haar verhalen gehaald. Haar fictieve heldin was ook vriendelijker geworden.

Het verwerven van de rechten van Travers had Disney veel moeite gekost. Van 1944 tot 1961 had hij Travers’ agent regelmatig benaderd. De in Engeland wonende Australische schrijfster geloofde dat een filmversie nooit recht kon doen aan haar creatie. Zij wou zeker geen animatiefilm, want dat vond zij verschrikkelijk. Hoogstwaarschijnlijk noopte financiële problemen haar tot het verkopen van de rechten aan de maker van tekenfilmpjes.

Dankzij Mary Poppins kon Walt Disney zijn reputatie als maker van tekenfilmpjes voorgoed achter zich laten. De film kreeg 13 Oscarnominaties, waaronder die van beste film, een record dat ze bij Walt Disney Productions tot hier toe nog niet hebben kunnen breken. Wie weet breken ze het met de voor december 2018 aangekondigde film ‘Mary Poppins returns’, waarin de volwassen Banks kinderen hun nanny op bezoek krijgen.

Werelds bekendste nanny is gebaseerd op een tante van Travers’ moeder. Echt zorgeloos was  Travers’ jeugd niet met een drankzuchtige vader en een labiele moeder. Wat zij zelf ontbeert had als kind, vulde zij als volwassen vrouw in met fantasie. De Mary Poppins van de boeken is een echte Cockney sprekende strenge Londense nanny, die komt en gaat met de wind, en die allerlei wonderbaarlijke mensen kent. Tussen 1934 en 1988 schreef Travers acht boeken over Mary Poppins

De film komt van YouTube en is van The Seventh Art. Belangrijkste bron bij het maken van dit artikel was Wikipedia.

Hier zijn we allemaal gek

Boeken leiden tot ontdekkingen. Ze leren of vertellen ons iets over de tijd waarin we leven of over het verleden, over anderen of onszelf, over onze cultuur of andere culturen. Sommige boeken, vaak aangeduid als klassieker, blijven betoveren, ook al zijn ze decennia of eeuwen geleden geschreven. Zo zijn Alices avonturen al meermaals verfilmd. En zijn beide boeken nog steeds enorm geliefd bij jong en oud. 

In tegenstelling tot wat filmmakers ons doen willen geloven, was ‘Through the Looking-Glass’ geen vervolg op ‘Alice in Wonderland’. In ‘Through the Looking-Glass’ kruipt Alice door een spiegel en komt ze terecht in Spiegelland, waar zij een exacte replica vindt van de wereld die zij kent, weliswaar omgekeerd. In Spiegelland krijgt Alice te maken met schaakstukken in plaats van speelkaarten. Het boek diende overigens om de regels van schaak uit te leggen, weliswaar op kindermaat.

Kinderen waren onmiddellijk dol op de avonturen van Alice, terwijl recensenten het verfoeiden. Hoewel, bij het verschijnen van ‘Through the Looking-Glass’ in 1871 moesten ze toegeven dat Carroll wel degelijk kon schrijven. Wat was hun probleem met Wonderland? ‘Alice’s adventures in Wonderland’ bevatte geen levenslessen, want toen standaard was voor kinderboeken. Meer nog, het leek vooral een nonsensverhaal te zijn, over een meisje dat een aangekleed konijn met een horloge volgt en in een konijnenhol valt waardoor ze in Wonderland komt. Actie is er nauwelijks in het verhaal. Alice heeft vooral verwarrende gesprekken met allerlei fantastische figuren zoals de Hartenkoningin, de gekke hoedenmaker en Cheshire Kat. En uiteindelijk blijken Alices avonturen een droom.

Zonder Alices nieuwsgierigheid en Lewis Carrolls fantasie zouden we allicht niet de kinderboeken hebben, die vandaag zo gangbaar zijn. Alice was naar Victoriaanse normen geen modelkind. Kinderen in die tijd mochten wel gezien, maar niet gehoord worden. Toch maakt Alice zich boos. En stelt ze vaak vragen die aantonen hoe irrationeel volwassenen wel niet zijn. Lewis Carroll begreep heel goed hoe kinderen dachten, spraken en speelden. Hij sprak via Alices avonturen hun taal.

John_Tenniel_-_Illustration_from_The_Nursery_Alice_(1890)_-_c03757_07Wat zeker ook bijdroeg aan het succes van Alices avonturen waren de schitterende illustraties van John Tenniel. De illustraties van Tenniel werden net als Carrolls tekst gebruikt om te verwijzen naar weetjes uit de literatuur, kunst, geschiedenis en…wiskunde.

Achter het pseudoniem Lewis Carroll ging immers de wiskundige Charles Ludwidge Dodgson schuil. Alices verwarrende gesprekken zijn vaak goed doordachte logische redeneringen en/of taalspelletjes. Zo concludeert Cheshire Kat in Wonderland dat hij gek is. Hij gaat daarbij uit van het feit dat een hond niet gek is. Een hond gromt wanneer hij boos is en kwispelt met zijn staart als hij blij is. Een kat daarentegen gromt bij blijdschap en zwaait met de staart bij boosheid. Het kan niet anders of een kat is gek, en mits hij zelf een kat is…De kat is niet alleen, want in Wonderland is iedereen gek.

“But I don’t want to go among mad people”, Alice remarked. “Oh, you can’t help that”, said the Cat: “we are all mad here”. “I’m mad”. “You’re mad”. “How do you know I’m mad?” said Alice. “You must be” said the Cat, “or you wouldn’t have come here”.

Bronnen: Wikipedia, Shmoop, bl.uk, alice-in-wonderland.net

Willy Wonka’s wonderbaarlijke wereld

Boeken leiden tot ontdekkingen. Ze leren of vertellen ons iets over de tijd waarin we leven of over het verleden, over anderen of onszelf, over onze cultuur of andere culturen. Sommige boeken, vaak aangeduid als klassieker, blijven ons ontroeren of beklijven, ook al zijn ze decennia of eeuwen geleden geschreven. Een favoriet sinds zijn verschijnen bij kinderen is ongetwijfeld Roald Dahls ‘Sjakie en de chocoladenfabriek’. 

De beste producent van snoepgoed en vooral chocolade is Willy Wonka. Zo vond Wonka onder meer ijs uit dat nooit smelt en kauwgom die nooit zijn smaak verliest. Rond Wonka’s fabriek hangen vele mysteries. Zo gaan er nooit werknemers binnen in de fabriek. Meer nog, de deuren van de fabriek blijven steevast dicht. Niettemin produceert Wonka’s fabriek. En hoe zit het eigenlijk met de man zelf? Het is jaren geleden dat iemand Willy Wonka zag; hij lijkt van de aardbodem verdwenen. Als Wonka een wedstrijd aankondigt waarbij de winnaars zijn fabriek kunnen bezoeken, krijgt dit uiteraard veel media-aandacht. Slechts vijf kinderen, begeleid door een volwassene, mogen de fabriek bezoeken. Ze moeten wel eerst een gouden toegangsbiljet vinden in een reep chocolade.

“Don’t argue, my dear child, please don’t argue!” cried Mr. Wonka. “It’s such a waste of precious time”

Repen chocolade zag Roald Dahl genoeg als schooljongen. Samen met zijn klasgenoten proefde hij de zoetwaren voor van chocoladeproducent Cadbury. Het nadenken over het productieproces van zoetwaren kwam hem goed van pas bij het schrijven van ‘Charlie and the chocolate factory’. Aanvankelijk dacht Roald Dahl aan vijftien kinderen. Met elk nieuw ontwerp voor ‘Charlie and the chocolate factory’ vielen er kinderen af, tot er uiteindelijk vijf overbleven. Dahl had ook nog andere invalshoeken en verhaallijnen. Zo wou hij Wonka een zoon geven en Charlie een snoepwinkel. En dacht hij aan drie boeken. Uiteindelijk werden het er twee: ‘Charlie and the chocolate factory’ (1964) en ‘Charlie and the great glass elevator’ (Sjakie en de grote glazen lift uit 1973).

Hoewel ‘Charlie and the chocolate factory’ door nogal wat uitgeverijen werd geweigerd, deed het boek het bij publicatie onmiddellijk goed. Blijkbaar vond men het toen een raar idee, dat de slechteriken in ‘Charlie and the chocolate factory’ geen monsters of volwassene waren, maar stoute kinderen. Intussen weet ‘Charlie and the chocolate factory’ nog steeds vele lezers te bekoren. Een van die lezers van Wonka’s wonderbaarlijke fabriek, met name Tim Burton verfilmde het boek in 2005. Het boek was eerder ook al verfilmd door Mel Stuart in 1971.

Trailer van de film ‘Charlie and the chocolate factory’ van Tim Burton, gebaseerd op de roman van Roald Dahl.

Bron: Wikipedia en www.roalddahl.com.