Fictieve held: Peter Pan

Met de hulp van wat sterrenstof vond hij de weg naar de literatuur, waar hij aanvankelijk schitterde in een bijrol. De grote doorbraak kwam er een paar jaar later, toen hij de bühne deelde met Kapitein Hook. Sindsdien is Barries creatie niet meer weg te denken uit de populaire cultuur. 

Alle kinderen groeien op, behalve één, en dat is Peter Pan. Ook David Barrie, de schrijvers oudste broer, groeide nooit op: hij verdronk, net geen 14 jaar oud. James M. Barrie (1860-1937) probeerde toen hun moeder te troosten door de kleren van zijn dode broer te dragen en te fluiten zoals hij. Hun moeder evenwel vond troost in de gedachte dat haar David nooit zou opgroeien en daardoor altijd bij haar zou blijven. 

De inspiratie voor Peter Pan

Het waren vooral de kinderen Davies, de 5 zonen van Arthur en Sylvia Llewelyn Davies die Barrie de inspiratie gaven voor zijn verhaal rond Peter Pan. Barrie leerde George, Jack en Peter Davies kennen in 1897 tijdens een wandeling in Kensington Gardens. Via hen raakte hij bevriend met Sylvia.

Nadat Sylvia, 3 jaar na haar echtgenoot, stierf aan kanker, werd Barrie in 1910 een van de voogden van hun zonen: George, John, Peter, Michael en Nicholas. Voor de jongens Davies was huisvriend Barrie, oftewel onkel Jim een speelkameraad. Naast piraat en indiaantje spelen vertelde hij hen ook verhalen over een jongen die kon vliegen. 

Arthur Davies en zijn 5 kinderen: George, John, Peter, Michael en Nicholas.

Voor zijn vliegende jongen nam Barrie de karaktereigenschappen van alle Davies-kinderen. Niettemin gaf hij hem wel de voornaam van de middelste, Peter. Voor de achternaam koos hij de naam van de Griekse god van het woud, Pan. 

Van held van volwassenen naar kinderheld

Het personage Peter Pan maakte zijn debuut in ‘Little White Bird uit 1902, een roman voor volwassenen met fantasy-elementen. Twee jaar later was er het toneelstuk ‘Peter Pan, or The Boy Who Would Not Grow Up’ voor het hele gezin. Dit iconische toneelstuk bracht Peter Pan samen met Kapitein Hook, The Lost Boys, Tinker Bell, Wendy, Michael en John Darling in Neverland. Dit verhaal werd in 1911 uitgebracht als ‘Peter and Wendy’, een kinderboek. Al in 1906 had Barrie de delen uit ‘Little White Bird’ waarin Peter Pan voorkomt van extra hoofdstukken voorzien en laten publiceren als ‘Peter Pan in Kensington Gardens’. Net als het latere ‘Peter and Wendy’ was ‘Peter Pan in Kensington Gardens’ bedoeld voor kinderen. 

Barrie had zijn personage intussen menselijker en vriendelijker gemaakt. Want de Peter Pan die Barrie aanvankelijk voor ogen had, was een gemeen elfachtig wezen. Hoe Peter Pan eruit zag, heeft Barrie nooit beschreven: dat liet hij over aan de verbeelding van de lezer. In ‘Little White Bird’ was Peter Pan nog een boreling, terwijl hij in ‘Peter and Wendy’ nog zijn melktanden had.

In de populaire cultuur is Peter Pan veeleer een jongen rond de leeftijd van 12 jaar. Sinds ‘Peter Pan, or The Boy Who Would Not Grow Up’ uit 1904 zijn bewerkingen, sequels, prequels en spin- offs van Peter Pan en de andere personages legio. 

Op de Engelse podia wordt de rol van Peter Pan traditioneel gespeeld door een vrouw. Links zie je Maude Adams op de cover van het magazine The Theatre (1906). Rechts zie je Betty Bronson in de eerste verfilming van Peter Pan uit 1924. Deze film van Herbert Brenon was een kaskraker en bleef trouw aan de theaterversie van Barrie.

Alice en ik

Met haar lange blonde haren, haar blauw jurkje en wit schortje ziet ze er nog steeds hetzelfde uit. Ik leerde haar kennen via een strip, waarin ze me meenam naar een Wonderland, vol met speelkaarten, een gekke hoedenmaker, een waterpijprokende rups, een grijnzende kolderkat en een wit konijn met een horloge. Zij raakte een gevoelige snaar in mijn kinderhartje. Want ik gaf me een tijdlang uit voor haar, tot grote verwarring van mijn kleuterjuf. Zelf heb ik daar geen herinneringen aan; het is een naverteld feit.

De strip, daarentegen, kan ik me nog voor mijn geestesoog halen. Het was geïnspireerd op de film van Walt Disney, want zij had die typische grote ogen van tekenfilmhelden.

Ik neem het mezelf nog steeds kwalijk, dat ik als tiener tekstballonnen begon te lezen. Want op die fatale dag verdween de magie van mijn kindertijd. Ik had immers jarenlang mijn eigen fantastische verhalen verzonnen rond de kleurige plaatjes die ik bekeek. De avonturen van mijn striphelden, Suske en Wiske en Jommeke waren bij lange na niet zo spannend meer als daarvoor. Of dit ook opging voor mijn Alicestrip, weet ik niet meer. Ik zag het toen allicht voor wat het was: een warrig kinderverhaal.

Jaren heb ik niet meer aan Alice en haar verhaal gedacht. Enkel tijdens de voorbije 5 jaar kruiste zij weer mijn pad, hier op Boeken en op reis in Oxford. In die statige universiteitsstad kon ik niet naast haar kijken. Hier schreef Lewis Carroll immers zijn nonsensverhaal over een meisje, dat in haar droom een wit konijn volgt, vervolgens in een konijnenhol valt en terechtkomt in een bizarre wereld. 

Toeval wil, dat ik Alice daarnet nog zag, op een bedankingskaartje dat bij mijn bestelling zat van boekhandel het Stad Leest. Hoewel het citaat op het kaartje uit ‘Alice in Wonderland’ komt, ken ik het niet.  

– Wordt het nu eens niet stilletjes aan tijd dat ik deze klassieker lees? Vooral omdat Wonderland ooit een deel was van een tijd, waarin ik avonturen verzon en me identificeerde met Alice. In die tijd waren gekke werelden nog gewoon verzinsels. Of dromen van kleine, eigengereide meisjes.- 

Want anno 2020 heb je geen droom meer nodig om terecht te komen in een wereld, waarin alles anders en vreemd is. Sinds kort dwingt een dodelijk virus ons namelijk tot het dragen van mondmaskers en laat het verzorgend personeel rondstrompelen in pakken, die eerder thuishoren in een sf-verhaal. Voorlopig kunnen we enkel maar speculeren over wanneer alles weer zal worden zoals voorheen.

Fictieve heldin: Mary Poppins

De meeste literaire helden schitteren enkel op papier. Sommige vinden hun weg naar andere cultuuruitingen dankzij een reistas en een paraplu. Een stevige oostenwind deed de rest. Die blies P.L.Travers’ Mary Poppins van Londen naar alle uithoeken van de wereld. 

In een interview in 1977 zei P.L.Travers dat zij met de Walt Disneyfilm van Mary Poppins had leren leven. Tijdens de première van de film in 1964 had Travers uit pure frustratie gehuild. Walt Disney had haar namelijk beloofd geen animatie in de film te gebruiken, maar was teruggekomen op die belofte. Bovendien had Disney volgens de schrijfster de magie uit haar verhalen gehaald. Haar fictieve heldin was ook vriendelijker geworden.

Geen animatiefilm voor P.L. Travers.

Het verwerven van de rechten van Travers had Disney veel moeite gekost. Van 1944 tot 1961 had hij Travers’ agent regelmatig benaderd. De in Engeland wonende Australische schrijfster geloofde dat een filmversie nooit recht kon doen aan haar creatie. Zij wou zeker geen animatiefilm, want dat vond zij verschrikkelijk. Hoogstwaarschijnlijk noopte financiële problemen haar tot het verkopen van de rechten aan de maker van tekenfilmpjes.

Dankzij Mary Poppins kon Walt Disney zijn reputatie als maker van tekenfilmpjes voorgoed achter zich laten. De film kreeg dertien Oscarnominaties, waaronder die van beste film, een record dat ze bij Walt Disney Productions tot hier toe nog niet hebben kunnen breken. Wie weet breken ze het met de voor december 2018 aangekondigde film ‘Mary Poppins returns’.

Geen zorgeloze jeugd.

Werelds bekendste nanny is gebaseerd op een tante van Travers’ moeder. Echt zorgeloos was  Travers’ jeugd niet met een drankzuchtige vader en een labiele moeder. Wat zij zelf ontbeert had als kind, vulde zij als volwassen vrouw in met fantasie. De Mary Poppins van de boeken is een echte Cockney sprekende strenge Londense nanny, die komt en gaat met de wind, en die allerlei wonderbaarlijke mensen kent. Tussen 1934 en 1988 schreef Travers acht boeken over Mary Poppins.

Op de foto links zie je Pamela Lyndon Travers als Titania in ‘A Midsummer Night’s Dream’. Voor ze schrijfster werd, werkte Travers namelijk als actrice. Rechts zie je actrice Julie Andrews in de rol van Mary Poppins.

De foto’s bij dit blog komen van Wikimedia Commons en zijn in het publieke domein.