Hier zijn we allemaal gek

Boeken leiden tot ontdekkingen. Ze leren of vertellen ons iets over de tijd waarin we leven of over het verleden, over anderen of onszelf, over onze cultuur of andere culturen. Sommige boeken, vaak aangeduid als klassieker, blijven betoveren, ook al zijn ze decennia of eeuwen geleden geschreven. Zo zijn Alices avonturen al meermaals verfilmd. En zijn beide boeken nog steeds enorm geliefd bij jong en oud. 

In tegenstelling tot wat filmmakers ons doen willen geloven, was ‘Through the Looking-Glass’ geen vervolg op ‘Alice in Wonderland’. In ‘Through the Looking-Glass’ kruipt Alice door een spiegel en komt ze terecht in Spiegelland, waar zij een exacte replica vindt van de wereld die zij kent, weliswaar omgekeerd. In Spiegelland krijgt Alice te maken met schaakstukken in plaats van speelkaarten. Het boek diende overigens om de regels van schaak uit te leggen, weliswaar op kindermaat.

Kinderen waren onmiddellijk dol op de avonturen van Alice, terwijl recensenten het verfoeiden. Hoewel, bij het verschijnen van ‘Through the Looking-Glass’ in 1871 moesten ze toegeven dat Carroll wel degelijk kon schrijven. Wat was hun probleem met Wonderland? ‘Alice’s adventures in Wonderland’ bevatte geen levenslessen, want toen standaard was voor kinderboeken. Meer nog, het leek vooral een nonsensverhaal te zijn, over een meisje dat een aangekleed konijn met een horloge volgt en in een konijnenhol valt waardoor ze in Wonderland komt. Actie is er nauwelijks in het verhaal. Alice heeft vooral verwarrende gesprekken met allerlei fantastische figuren zoals de Hartenkoningin, de gekke hoedenmaker en Cheshire Kat. En uiteindelijk blijken Alices avonturen een droom.

Zonder Alices nieuwsgierigheid en Lewis Carrolls fantasie zouden we allicht niet de kinderboeken hebben, die vandaag zo gangbaar zijn. Alice was naar Victoriaanse normen geen modelkind. Kinderen in die tijd mochten wel gezien, maar niet gehoord worden. Toch maakt Alice zich boos. En stelt ze vaak vragen die aantonen hoe irrationeel volwassenen wel niet zijn. Lewis Carroll begreep heel goed hoe kinderen dachten, spraken en speelden. Hij sprak via Alices avonturen hun taal.

John_Tenniel_-_Illustration_from_The_Nursery_Alice_(1890)_-_c03757_07Wat zeker ook bijdroeg aan het succes van Alices avonturen waren de schitterende illustraties van John Tenniel. De illustraties van Tenniel werden net als Carrolls tekst gebruikt om te verwijzen naar weetjes uit de literatuur, kunst, geschiedenis en…wiskunde.

Achter het pseudoniem Lewis Carroll ging immers de wiskundige Charles Ludwidge Dodgson schuil. Alices verwarrende gesprekken zijn vaak goed doordachte logische redeneringen en/of taalspelletjes. Zo concludeert Cheshire Kat in Wonderland dat hij gek is. Hij gaat daarbij uit van het feit dat een hond niet gek is. Een hond gromt wanneer hij boos is en kwispelt met zijn staart als hij blij is. Een kat daarentegen gromt bij blijdschap en zwaait met de staart bij boosheid. Het kan niet anders of een kat is gek, en mits hij zelf een kat is…De kat is niet alleen, want in Wonderland is iedereen gek.

“But I don’t want to go among mad people”, Alice remarked. “Oh, you can’t help that”, said the Cat: “we are all mad here”. “I’m mad”. “You’re mad”. “How do you know I’m mad?” said Alice. “You must be” said the Cat, “or you wouldn’t have come here”.

Bronnen: Wikipedia, Shmoop, bl.uk, alice-in-wonderland.net

Willy Wonka’s wonderbaarlijke wereld

Boeken leiden tot ontdekkingen. Ze leren of vertellen ons iets over de tijd waarin we leven of over het verleden, over anderen of onszelf, over onze cultuur of andere culturen. Sommige boeken, vaak aangeduid als klassieker, blijven ons ontroeren of beklijven, ook al zijn ze decennia of eeuwen geleden geschreven. Een favoriet sinds zijn verschijnen bij kinderen is ongetwijfeld Roald Dahls ‘Sjakie en de chocoladenfabriek’. 

De beste producent van snoepgoed en vooral chocolade is Willy Wonka. Zo vond Wonka onder meer ijs uit dat nooit smelt en kauwgom die nooit zijn smaak verliest. Rond Wonka’s fabriek hangen vele mysteries. Zo gaan er nooit werknemers binnen in de fabriek. Meer nog, de deuren van de fabriek blijven steevast dicht. Niettemin produceert Wonka’s fabriek. En hoe zit het eigenlijk met de man zelf? Het is jaren geleden dat iemand Willy Wonka zag; hij lijkt van de aardbodem verdwenen. Als Wonka een wedstrijd aankondigt waarbij de winnaars zijn fabriek kunnen bezoeken, krijgt dit uiteraard veel media-aandacht. Slechts vijf kinderen, begeleid door een volwassene, mogen de fabriek bezoeken. Ze moeten wel eerst een gouden toegangsbiljet vinden in een reep chocolade.

“Don’t argue, my dear child, please don’t argue!” cried Mr. Wonka. “It’s such a waste of precious time”

Repen chocolade zag Roald Dahl genoeg als schooljongen. Samen met zijn klasgenoten proefde hij de zoetwaren voor van chocoladeproducent Cadbury. Het nadenken over het productieproces van zoetwaren kwam hem goed van pas bij het schrijven van ‘Charlie and the chocolate factory’. Aanvankelijk dacht Roald Dahl aan vijftien kinderen. Met elk nieuw ontwerp voor ‘Charlie and the chocolate factory’ vielen er kinderen af, tot er uiteindelijk vijf overbleven. Dahl had ook nog andere invalshoeken en verhaallijnen. Zo wou hij Wonka een zoon geven en Charlie een snoepwinkel. En dacht hij aan drie boeken. Uiteindelijk werden het er twee: ‘Charlie and the chocolate factory’ (1964) en ‘Charlie and the great glass elevator’ (Sjakie en de grote glazen lift uit 1973).

Hoewel ‘Charlie and the chocolate factory’ door nogal wat uitgeverijen werd geweigerd, deed het boek het bij publicatie onmiddellijk goed. Blijkbaar vond men het toen een raar idee, dat de slechteriken in ‘Charlie and the chocolate factory’ geen monsters of volwassene waren, maar stoute kinderen. Intussen weet ‘Charlie and the chocolate factory’ nog steeds vele lezers te bekoren. Een van die lezers van Wonka’s wonderbaarlijke fabriek, met name Tim Burton verfilmde het boek in 2005. Het boek was eerder ook al verfilmd door Mel Stuart in 1971.

Trailer van de film ‘Charlie and the chocolate factory’ van Tim Burton, gebaseerd op de roman van Roald Dahl.

Bron: Wikipedia en www.roalddahl.com.

Kinderidool Paddington nu ook filmster

Sinds eind november speelt de film ‘Paddington’ in de bioscoopzalen. De film is gebaseerd op de boeken van Michael Bond. Michael Bond werkte als cameraman, wanneer hij tijdens de kerstaankopen in 1956 een kleine eenzame speelgoed teddybeer ontdekte bij Selfridges. Michael kocht het beertje voor zijn vrouw, Brenda. Daar Michael en Brenda in de nabijheid van Paddington Station in Londen woonden, noemden ze de teddybeer: Paddington.

Tien dagen na de aankoop van het beertje had Michael een boek geschreven over een beer genaamd Paddington. Paddington is een jonge bruine beer uit Peru, die in Londen belandt en in Paddington Station wordt opgemerkt door de familie Brown, die hem adopteert. Beertje Paddington heet voluit dan ook Paddington Brown. Als het boek ‘A bear called Paddington’ in 1958 verscheen, veroverde het al heel snel de kinderharten. Brown schreef tot hier toe al meer dan 20 verhalen rond het beertje dat altijd in de problemen komt, maar de beste bedoelingen heeft. Naast de boeken, die intussen in meer dan 40 talen zijn vertaald, en verschillende televisieseries en pluchen varianten, is er nu de film.

Marcus Cornishs Paddington in Paddington Station
Marcus Cornishs Paddington in Paddington Station

Tot eind december kan je in Londen de Paddington trail doen. Tijdens de Paddington trail kan je 50 verschillende beelden van Paddington zien. De beelden zijn gemaakt door kunstenaars, artiesten en beroemdheden naar aanleiding van Paddingtons filmdebuut. Als je in Paddington Station bent, ga dan zeker kijken naar het standbeeld van Paddington Brown.

Bron: Wikipedia en website Michael Bond