Zij is elke vrouw.

Tijdloze klassieker:
Klassiekers zoals Madame Bovary worden door vele geclaimd. 

Het Normandische dorpje Ry dankt zijn faam aan de roman ‘Madame Bovary’ van Gustave Flaubert (1821-1880). Het zou model gestaan hebben voor Yonville, het dorp waarnaar Charles Bovary en zijn vrouw Emma verhuisde. De brave plattelandsdokter zag in een verandering van plaats het medicijn dat zijn lusteloze vrouw nodig had. Hier ontmoette Emma haar toekomstige minnaar Léon Dupuis, die haar de poëzie leerde waarderen. Maar vooraleer ze zich in de armen van Dupuis gooide, gooide ze zich in de armen van Rodolphe Boulanger. Helaas, haar minnaars gaven haar geen soelaas, dus zocht zij haar heil in de aankoop van luxegoederen, wat dan weer leidde tot schulden. Niet in staat om haar schulden te betalen en zwaar teleurgesteld in het leven en de liefde, pleegde Emma uiteindelijk zelfmoord.

Madame Bovary

De Bovary’s in bed. Deze illustratie uit ‘Madame Bovary’ is van Charles Léandre.

De vele inspiraties voor Emma Bovary.

De link tussen het fictieve Yonville en Ry werd al snel na de publicatie van ‘Madame Bovary’ (1857) gelegd. De inwoners van Ry waren immers maar al te bekend met het leven van Delphine Delamare, die met haar man in Ry had gewoond. Meneer Delamare was net als Charles Bovary een plattelandsarts. Delphine bedroog hem, winkelde haar huishouding de vernieling in en pleegde zelfmoord. Haar scandaleuze leven had in 1848 de krant gehaald.

Gustave Flaubert kende het verhaal van Delphine Delamare. Zijn familie kende immers de Delamares. Maar Flaubert ontkende dat hij zijn Emma Bovary op Delphine Delamare had gebaseerd. Hij had haar samengesteld uit verschillende vrouwen in zijn omgeving. Zo waren er Louise Colet en Louise Pradier. Beide Louises waren minnaressen van Flaubert en dankbare bronnen voor zijn lastige roman. Pradier bezat volgens Flaubert elke vrouwelijke emotie in het kwadraat. Bovendien was zijn dol op dure feestjes en winkelen. Colet was zijn vertrouwelinge bij de creatie van zijn debuutroman. Met haar besprak hij onder meer de romantische leefwereld van jonge vrouwen, terwijl hij zelf de boeken las die hij Emma liet lezen. Net als Emma Bovary had de immer ontevreden Louise Colet haar romantische ideeën ontleend aan tweederangsromans. De inscriptie in de sigarenhouder die zij Flaubert aan het begin van hun affaire gaf, gebruikte hij in zijn roman.

Elle était l’amoureuse de tous les romans, l’héroïne de tous les drames, le vague elle de tous les volumes de vers.

Ik ben mevrouw Bovary.

Louis Bouilhet, een vriend van Flaubert en de uitgever van Revue de Paris stemde ermee in om ‘Madame Bovary’ als feuilleton te publiceren. De levensechte scènes van overspel baarde Bouilhet zorgen, maar Flaubert wou ze niet schrappen. Bij de publicatie van het eerste deel van het feuilleton in 1856 schreeuwden de lezers moord en brand. Flaubert en Bouilhet konden de publicatie van dit immorele verhaal over overspel gaan verantwoorden voor de rechtbank. De rechtszaak tegen Flaubert en Bouilhet duurde 1 dag. Meester Jules Sénard, Flauberts briljante advocaat wist de rechtbank te overtuigen dat ‘Madame Bovary’ overspel niet verheerlijkte, maar de hypocrisie in de maatschappij hekelde. Tijdens de rechtszitting verklaarde Flaubert: “Madame Bovary, c’est moi.” Ik ben mevrouw Bovary. Mijn creatie is niet gebaseerd op één welbepaalde vrouw. Zij is elke vrouw.”

Voor vrouwelijke lezers was Emma Bovary alvast iemand met wiens leven ze vertrouwd waren. Haar verhaal kon onmogelijk verzonnen zijn. Maar Gustave Flaubert had dan ook vijf jaar met zijn personage geleefd, want zo lang duurde de creatie van zijn debuut. Hij had met ‘Madame Bovary’ meer dan een roman geschreven: het was een geschreven documentaire over een vrouwenleven.

Yonville?

De heisa rond ‘Madame Bovary’ (1857) vertaalde zich in een commercieel succes. Een succes, dat de inwoners van het Normandische Ry niet ontging, en dat ze wisten te verzilveren. In Ry zijn de verwijzingen naar Flauberts roman en Emma Bovary legio. Uiteraard hebben ook andere Normandische dorpjes de naam Yonville geclaimd. Maar Yonville bestond allicht enkel in de verbeelding van Flaubert.

 

Het lievelingsboek van de maffia

Tijdloze klassieker:
met klassiekers zoals ‘De peetvader’ wordt fictie werkelijkheid. 

Regisseur Francis Ford Coppola vond het maar niets. Moest hij van die stationsroman nu echt een film maken? Het project weigeren was geen optie, want hij had geld nodig. Dus deed hij een tweede poging om Mario Puzo’s ‘The Godfather’ (1969) te lezen. Hij ontdekte toen in die stationsroman een klassiek verhaal over een vader en zijn zonen. Kortom: een verhaal, dat mooie cinema oplevert.

Van boycot tot deal.

Voor het scenario werkte Coppola samen, maar toch apart met Mario Puzo. Coppola werkte in San Francisco aan het script. Puzo in Los Angeles. Voor zijn script scheurde Coppola stukken uit ‘The Godfather’ en kleefde ze in een notitieboekje met aanwijzingen en ideeën voor zijn 50 scènes. Coppola en Puzo waren het niet altijd met elkaar eens, maar wisten altijd tot een akkoord te komen. Alleszins wou Coppola trouw blijven aan Puzo’s verhaal. Dit betekende dan ook filmen in New York, in Little Italy. Maar zo kwam hij wel in het vaarwater van de New Yorkse maffia.

Aanvankelijk deed de maffia er alles aan om de film te boycotten. Tot er op een gegeven moment een deal werd gesloten. Zo mochten de woorden maffia en Cosa Nostra niet het in het script voorkomen. En wat te denken van figuranten uit de rangen van de maffia? Een aantal huurmoordenaars hadden namelijk acteerambities. Naast leden van de maffia kreeg de filmploeg ook nog federale agenten op hun dak. Want waar de maffia was, was ook de FBI. Acteur Marlon Brando nam al snel de manieren over van de gangsters op de set, wat nog meer kleur en authenticiteit gaf aan zijn rol als Don Corleone.

Fictie wordt werkelijkheid.

Toen de film ‘The Godfather’ in 1971 in de zalen kwam, brak het alle records. Het was net als Puzo’s boek een hit en een instant filmklassieker. Later volgden nog twee films over de familie Corleone in 1974 en 1990.

Paramount Pictures was wel vergeten om uitnodigingen voor de première naar de maffia te versturen. Daar was de maffia niet blij mee. Ze kregen ter compensatie een eigen première, exclusief voor hun en hun entourage. De gangsters keken hun ogen uit. Vooral de respectbetuigingen aan de peetvader en het kussen van zijn hand of ring vonden ze magnifiek. Hoe kon het zijn, dat zij die gewoontes en rituelen niet hadden? Het duurde niet lang, of ze begonnen in navolging van de fictie met het kussen van de hand van hun peetvader. Ook namen ze de uitdrukkingen van Don Corleone over.

Puzo’s inspiratie voor Don Corleone.

Mario Puzo had Don Corleone gemodelleerd op zijn ongeletterde moeder. In de steek gelaten door haar man stond zijn moeder alleen voor de opvoeding van een 12-koppige kroost. Als jongen had Puzo haar dingen horen zeggen als: “Keep your friends close and your enemies closer” en “I’m going to make you an offer you can’t refuse.” Hoewel hij in Hell’s Kitchen, the place to be voor Iers-Amerikaanse gangsters, was opgegroeid, mocht hij niet buiten spelen, want daar was het gevaarlijk. Kinderen, die niet luisterden, kregen ervan langs met mama’s pollepel. Met diezelfde pollepel maakte mama evengoed heerlijke maaltijden. Naast lekker eten bestond de vrije tijd van de jonge Puzo voornamelijk uit het lezen van boeken uit de bibliotheek.

Miljonair dankzij commercieel werk.

Voor ‘The Godfather’ had Puzo twee literaire werken geschreven, die goede recensies kregen maar geen lezerspubliek vonden. Zijn uitgever merkte op, dat hij beter een boek had geschreven over Don Corleone. Don Corleone had namelijk een klein rolletje gehad in zijn laatste boek, ‘The Fortunate Pilgrim’ (1965). Voor het schrijven van een roman rond Corleone kreeg Puzo een voorschot van 5 000 dollar. Dit geld kon hij heel goed gebruiken, want hij had gokschulden. Hij werkte 3 jaar aan ‘The Godfather’, wat in een krappe woonomgeving met 5 opgroeiende kinderen, niet altijd evident was. Al wat Puzo schreef over de maffia had hij uit research. Met ‘The Godfather’ schreef hij zijn eerste commerciële werk. Het leverde hem miljoenen op. Toch vond hij het jammer dat hij het niet beter geschreven had.

‘The Godfather’ stond 67 weken onafgebroken in de bestsellerslijst van The New York Times. Tussen 1969 en 1971 gingen er 9 miljoen exemplaren van over de toonbank. De verfilmingen verdrievoudigde de verkoop. Met 21 miljoen exemplaren is ‘The Godfather’ een van de meest gelezen naoorlogse Amerikaanse romans. Door het boek hoorde de wereld voor de eerste keer over omerta en Cosa Nostra. De belangstelling voor de maffia was groot. In de jaren voor Puzo’s boek hadden al enkele leden van de maffia uit de biecht geklapt. De deal die Paramount Pictures sloot met de New Yorkse maffia was breed uitgesmeerd in de Amerikaanse pers. Daarnaast raakte Puzo’s verhaal over familiewaarden een gevoelige snaar.

Wat vond de maffia overigens van Puzo’s roman? De leden van de maffia aan wie Mario Puzo, allicht naar aanleiding van de film aan voorgesteld was, hadden het gelezen. Ze vonden het goed. Meer nog: het was hun lievelingsboek.

“Italians have a little joke, that the world is so hard a man must have two fathers to look after him, and that’s why they have godfathers.”

 

Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen.
Interessant en leerrijk was de documentaire ‘The Godfather and the Mob’ op YouTube. Het filmpje bij dit blog komt ook van YouTube en is een scène uit ‘The Godfather’. 

Het verhaal achter De ellendigen.

Tijdloze klassieker: klassiekers zoals De ellendigen zijn vernieuwend.

‘Great Expectations’ (Grote verwachtingen), Les Misérables (De ellendigen), ‘Vojna i Mir‘ (Oorlog en vrede) en ‘Prestoeplenië i nakazanië’ (Misdaad en straf) hebben één ding gemeen: zij zijn allemaal rond dezelfde periode gepubliceerd.’Les Misérables’ van Victor Hugo is de bekendste van de vier. Niet omdat we het met zijn alle massaal lezen, hoewel het nooit uit druk is geweest, maar omdat we een van de vele bewerkingen kennen. Hugo’s verhaal is namelijk al meermaals verfilmd, gestript en opgevoerd in het theater.

Hugo, de politieke vluchteling.

Succes, innovatie en lef kenmerkt het verhaal achter een van de dikste Europese romans. Victor Hugo schreef het grootste deel van zijn roman ‘Les Misérables’ in zijn ballingsoord Guernsey. Zijn ballingschap volgde na de staatsgreep op 2 december 1851 door Lodewijk Napoleon Bonaparte, de latere Napoleon III. De politiek geëngageerde Hugo nam daarop deel aan een verzetsvergadering. Toen de verzetslieden werden gefusilleerd, dook hij onder en vluchtte naar de Kanaaleilanden.

Dankzij het succes van zijn roman ‘Notre-Dame de Paris’ (De klokkenluider van de Notre-Dame) genoot Hugo ruime bekendheid in Europa. Zijn status van politiek vluchteling vergrootte die bekendheid. Nadat Hugo weigerde terug te keren naar Frankrijk bij de afkondiging van een algemene amnestie voor alle politieke dissidenten, werd de onverzettelijke balling een levende legende. In 1861 wist die levende legende dat hij een belangrijke roman over de sociale wantoestanden in Frankrijk had geschreven. Hij wou het manuscript van ‘Les Misérables’ dan ook toewijzen aan de hoogste bieder. Een uitgever bood 150 000 francs aan. Hugo wees het af. Hij wou meer en hij kreeg ook meer, dankzij Albert Lacroix.

Een marketingcampagne voor de nieuwe Hugo.

De Belg Albert Lacroix was een groentje in het uitgeversvak. Geld had Lacroix niet, hij moest het gaan lenen bij de bank. Hij bood een som aan van 300 000 francs, waar de Fransman op inging. In die som waren al vertaalrechten voorzien, een nieuwigheid in die tijd. Dankzij een copyrightovereenkomst tussen België en Frankrijk konden er geen piratenversies van de nieuwe roman op de markt komen. Niettemin nam Lacroix  een enorm risico. De kans was immers reëel, dat de roman in Frankrijk zou verboden worden. Bovendien had Lacroix het manuscript niet gezien en had Hugo goedkope edities gevraagd. Maar Lacroix had een contract met zijn idool! Zijn idool bleek een moeilijke man. Telkens wanneer er een komma verkeerd gezet was in de proeven schoot Hugo uit zijn krammen. Tijdelijk naar Brussel verkassen weigerde de schrijver. De proeven moesten dus over en weer reizen, een logistieke ramp. Want er waren twee boten, drie treinen en een koets nodig om die reis te maken. Bovendien was de deadline voor de lancering van ‘Les Misérables’ op 4 april 1862 gezet. Er moest bijgevolg aan beide kanten meer dan een tandje bijgezet worden, om de zes maanden die resteerde te overbruggen. Uiteindelijk werd het eerste deel, Fantine, op 4 april 1862 gelanceerd. Later volgden de andere vier delen.

Voor de lancering rolde Albert Lacroix een marketingcampagne uit. Persberichten werden verstuurd en affiches gemaakt. Overal in Parijs keken voorbijgangers in de ogen van Jean Valjean, Cosette, Fantine, Marius en andere personages uit ‘Les Misérables’. Dat was voor die tijd een nieuwigheid, net zoals het embargo op voorpublicatie. Een derde nieuwigheid was de internationale lancering. ‘Les Misérables’ kwam op 4 april 1862 niet alleen uit in Parijs, maar ook in onder meer St-Petersburg, Brussel, Londen en Liepzig.

In Parijs stonden mensen al voor openingstijd in rijen aan te schuiven. De 6 000 exemplaren waren op een dag uitverkocht. Ook in de rest van Europa was ‘Les Misérables’ een commercieel succes. De lezers waren dol op de nieuwe Hugo, in tegenstelling tot de critici en literatoren. Toen een maand later de delen ‘Cosette’ en ‘Marius’ verschenen, daagden vele op met een kruiwagen om zo veel mogelijk exemplaren te kunnen kopen. Je kon in die tijd niet voorbij aan de hype rond de nieuwe Hugo. Het was al Hugo en ‘Les Misérables’ wat de klok sloeg.

La vie, le malheur, l’isolement, l’abandon, la pauvreté, sont des champs de bataille qui ont leurs héros ; héros obscurs plus grands parfois que les héros illustres. 

Hugo’s boodschap aan de wereld.

Wat vonden de critici en literatoren zo slecht aan ‘Les Misérables’? Zij vielen vooral over het sterk moralistisch karakter van de roman. Sommige vonden het ongepast dat een kunstwerk tegelijkertijd een aanklacht was tegen de samenleving en haar wetten. Maar Victor Hugo was nu eenmaal het sociale geweten van Frankrijk. Zijn ‘ellendigen’ domineerde niet enkel de boekenverkoop maar ook de discussies in het Franse parlement over sociale hervormingen. Hugo had over het gewone volk geschreven voor het gewone volk. Wat Hugo had beschreven was voor de man in de straat herkenbaar. ‘Les Misérables gaf ook een positieve en nieuwe boodschap aan de wereld: de mens is niet geboren in zonde, maar in schoonheid.

Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen waaronder The Paris Review. De video komt van YouTube