Een Amerikaanse oorlog van Omar El Akkad

De wereld anno 2074

“Dit is geen verhaal over oorlog. Dit verhaal gaat over verwoesting.”

Benjamin Chestnut behoort tot de Miraculeuze Generatie, oftewel de generatie die geboren is tussen het begin en het einde van de Tweede Amerikaanse Burgeroorlog (2074 – 2095). Benjamin heeft zijn hele leven aan die oorlog gewijd met het schrijven van academische verhandelingen en tijdschriftartikels. Alle bewaard gebleven bronnen heeft hij bestudeerd. Als verwende Noorderling, die nooit een dag van echte strijd had meegemaakt, kreeg hij kritiek. Critici waren het oneens met allerlei historische details. Maar Benjamin weet dingen over de burgeroorlog, die niemand anders weet. Dingen die enkel zijn tante, Sarat Chestnut, wist.

Bij het uitbreken van de Tweede Amerikaanse Burgeroorlog woonde Sarat Chestnut met haar ouders, oudere broer en tweelingzus in een golfijzeren container in Louisiana. Toen Sarats vader, Benjamin, omkwam bij een terroristische aanslag, kwam het gezin in een vluchtelingenkamp in Mississippi terecht. Het kamp werd Sarats huis voor de komende elf jaar. Nadat het kamp door de noordelingen met de grond was gelijk gemaakt, zinde de 17-jarige Sarat op wraak. Haar wraak had verregaande gevolgen, niet alleen voor haarzelf, maar ook voor haar familie en het hele land.

Na de proloog lijkt ‘Een Amerikaanse oorlog’ veeleer op een YA-verhaal, met een jonge opgroeiende Sarat, die een buitenbeentje is. Met al die focus op Sarat zou je haast vergeten dat het verhaal in het heden begonnen is met Benjamin. Gelukkig maakt de schrijver dit ruimschoots goed in het laatste deel van het boek, waarin Benjamin zijn tante en haar geschiedenis leert kennen. En gelukkig werkt ‘Een Amerikaanse oorlog’ goed als politieke dystopie.

Omdat de geschiedenis zichzelf herhaalt, zou de toekomst er binnen zestig jaar wel eens kunnen uitzien, zoals beschreven in ‘Een Amerikaanse oorlog’. Anno 2074 is het politieke landschap volledig hertekend door de klimaatopwarming. De VS is niet langer meer een grootmacht. Over Europa wordt niet gerept in het boek, wel over China en de nieuwe pan-Arabische grootmacht Bouazizi. Bouazizi heeft er alle belang bij om de Amerikaanse burgeroorlog zo lang mogelijk te rekken. Met andere woorden: in ‘Een Amerikaanse oorlog’ heeft de Egyptisch-Canadese schrijver-journalist de huidige geopolitieke rollen vernuftig omgedraaid.

Oorspronkelijke titel: American War
Jaar van publicatie: 2017

Handboek voor Russische militairen

Klassiekers zoals ‘Oorlog en vrede’ blijven beklijven.

Al wat de de Russische generaal Mikhail Dragomirov schreef in verband met militarisme en oorlogsvoering werd grondig bestudeerd. Dragomirovs kritiek op ‘Voyná i mir’ (Oorlog en vrede) van Lev Tolstoj ging dan ook niet onopgemerkt voorbij. Dragomirov was het weliswaar niet eens met Tolstojs visie over oorlog, hij beval ‘Oorlog en vrede’ aan als een onmisbaar handboek bij elk werk geschreven over de kunst van het oorlog voeren. Ook andere Russische militairen en schrijvers van militaire handboeken staken de loftrompet over de zeer realistische en hoogst kunstzinnige oorlogsscènes van ‘Oorlog en vrede’.

Roman of historisch werk.

Literaire critici hielden zich aanvankelijk op de vlakte. Tot een anonieme recensent zich uiteindelijk uitsprak over wat elke recensent bezighield: hoe moesten ze dit werk van graaf Lev Tolstoj beoordelen? Was ‘Oorlog en vrede’ nu een roman of een historisch werk? Welke stukken waren fictie en welke niet? De blauwbloedige schrijver maakte het zijn criticasters niet makkelijk door te stellen, dat ‘Oorlog en vrede’ noch een roman noch een historische kroniek was. ‘Oorlog en vrede’ was volgens de maatstaven van die tijd inderdaad geen roman, omdat Tolstoj meer dan een verhaal vertelde. ‘Oorlog en vrede’ bevat ook Tolstojs filosofische bespiegelingen over het leven en de mensheid.

In tegenstelling tot de literaire recensenten waren de lezers niet terughoudend. ‘Oorlog en vrede’ kocht direct uit. De meeste lezers hadden het verhaal als feuilleton gelezen in Russkiy Vestnik en waren dolenthousiast. ‘Oorlog en vrede’ in boekvorm verschilde enorm van de in Russiky Vestnik (1865-1867) gepubliceerde versie, want Tolstoj had zijn oorspronkelijk manuscript meermaals herschreven. Tolstojs vrouw, Sophia Tolstaya kopieerde niet minder dan zeven versies vooraleer haar man zijn werk klaar achtte voor publicatie in boekvorm in 1869.

“War is not a courtesy but the most horrible thing in life; and we ought to understand that, and not play at war. We ought to accept this terrible necessity sternly and seriously. It all lies in that: get rid of falsehood and let war be war and not a game. As it is now, war is the favourite pastime of the idle and frivolous.”

Goed gedocumenteerd.

Voor ‘Oorlog en vrede’ had Tolstoj zich heel goed gedocumenteerd. Hij had elk bestaand Frans en Russisch werk over Napoleons oorlog tegen Rusland gelezen, net als brieven, dagboeken en (auto)biografieën van en over Napoleon en andere hoofdrolspelers van die tijd. Daarnaast had hij ook ooggetuigen geïnterviewd. ‘Oorlog en vrede’ speelt zich namelijk af tussen 1805 en 1820 en volgt het leven van vijf adellijke Russische families tijdens de inval van Napoleon in Rusland. Het is met 15 boeken een van de omvangrijkste werken in de wereldliteratuur. Zo’n 150 van de 600 personages in ‘Oorlog en vrede’ hebben echt geleefd.

Voor de realistische oorlogsscènes had Tolstoj geput uit zijn eigen ervaringen als militair tijdens de Krimoorlog. Zoals generaal Mikhail Dragomirov verordende werd ‘Oorlog en vrede’ verplichte leeskost voor Russische officieren. Tijdens de Tweede Wereldoorlog, de grote patriottische oorlog, kregen Russische soldaten stukken uit ‘Oorlog en vrede’ te lezen. Blijkbaar waren ze meer gegrepen door Tolstojs realistische oorlogsscènes dan door wat ze zelf meemaakten aan het front.

oorlog en vrede
Illustratie bij Oorlog en vrede van Leonid Pasternak.

Bronnen: Wikipedia, Wikimedia, Wikiquote en www.warandpeacetolstoy.com.
Bron afbeelding: Wikimedia Commons

Wie niet horen wil van Moses Isegawa

Over kindsoldaten in Oeganda.

De lagere school in het Oegandese Nandere is de enige plek in de regio waar nog les wordt gegeven. De rebellen hebben de voorbije jaren al verschillende scholen platgebrand en onderwijzers vermoord. Sinds kort krijgt mevrouw Ogema, de directrice van de school dreigbrieven. Daar blijft het niet bij. De dreiging wordt reëel wanneer een rondtrekkend groepje kindsoldaten van het Leger van de Heilige Geest in de regio opduikt, en een waar schrikbewind voert.

De leider van dat groepje kindsoldaten is majoor Azizima, voor wie mevrouw Ogema beloofd had te zullen zorgen na de gruwelijke dood op zijn ouders. Voor majoor Azizima is het Leger van de Heilige Geest zijn familie. Al diegene die niet tot het Leger behoren, zijn verdoemd. Voor Azizima is Beeda, de zoon van mevrouw Ogema dan ook een verdoemde.

In ‘Wie niet horen wil’ focust schrijver Isegawa vooral op het contrast tussen Beeda en Azizima. Hoe kan het zijn dat de ene jongen een kindsoldaat is, en de andere niet. Beeda geeft overigens les in de school van zijn moeder, hoewel zijn puberale gedachten op heel andere dingen gericht zijn dan lesgeven. Die puberale en onvolwassen gedachten van Beeda zijn niet altijd boeiend om lezen. Ook het gehakketak tussen Azizima en zijn kameraad-soldaten levert saaie stukken op.

Interessant is de confrontatie tussen Azizima en de gemeenschap waarin hij opgroeide. Duidelijk is ook de moedeloosheid bij de bewoners van Nandere, en vooral bij de vele gevluchte families die provisoir in hun midden trachten te wonen. Door de reële bedreiging komen daar ook nog regeringssoldaten bij, die niet altijd opgewassen blijken te zijn tegen de blinde terreur van het Leger van de Heilige Geest.

Kan zo’n verhaal wel een goede einde kennen? Isegawa weet het verhaal een voorlopig goed einde te geven. ‘Wie niet horen wil’ is niet altijd geslaagd als verhaal, maar weet wel een Afrikaanse realiteit begrijpbaar te maken voor westerse lezers.

Schrijver Moses Isegawa woonde zestien jaar in Nederland en heeft de Nederlandse nationaliteit. Sinds 2006 woont hij terug in Oeganda.

Oorspronkelijke titel: The War of Ears.
Jaar van publicatie: 2008.