De twee Hotel Francforts van David Leavitt

recensie (2) (1)

Vol symboliek.

Sinds mijn pensionering bij Ford liep ik rond met het idee om een boek te schrijven. Mijn vrouw, attent als zij is, had een artikel uitgeknipt met de titel ‘Tien regels die de beginnende schrijver in acht moet nemen’. Achteloos had ik het artikel in de la gestoken, waarin ik mijn parafernalia van mijn Europees verleden bewaar. Pas nadat ik driekwart van mijn boek had geschreven, las ik het artikel. Volgens het artikel had ik elke regel overtreden. Maar de realiteit is nu eenmaal anders. In fictie laat je best geen verhaallijn onuitgewerkt. Maar wat te doen met een oorlogsverhaal? Scheurt de oorlog verhalen niet voortdurend aan flarden…

Het boek dat ik schreef, gaat over de paar weken die ik in Lissabon doorbracht in de zomer van 1940. Net als de meeste Amerikanen, die jaren in Europa hadden gewoond, zat ik in zak en as bij het vooruitzicht van een terugkeer naar de VS. Mijn toenmalige vrouw Julia zag het helemaal niet zitten om terug te keren. In Lissabon leerden we het schrijversduo Freleng kennen. Net als wij woonden zij al jaren in Europa. Zij logeerden in het Francfort Hotel. Wij in het Hotel Francfort.

Dat Pete Winters het verhaal van zijn verblijf in Lissabon pas vele jaren later verteld, kom je in het laatste deel van ‘De twee Hotel Francforts’ te weten. In dat laatste deel besef je dat de realiteit in het verhaal slechts een illusie is. In de drie voorafgaande delen krijg je namelijk het verhaal van twee huwelijken. Het verhaal van het echtpaar Freleng en het echtpaar Winters.

De Frelengs hebben sinds de geboorte van hun kind geen seks meer gehad. Omdat Iris Edward niet wil verliezen, heeft zij seks met de mannen, die Edward voor haar uitkiest. Pete was bedoeld voor Iris. Maar Edward houdt hem voor zichzelf. In tegenstelling tot Pete is hij niet aan zijn proefstuk toe. Uiteraard mag Julia niets te weten komen over de hartstochtelijke affaire tussen haar man en Edward. Zij en Pete zijn enkel naar buiten toe een ideaal koppel. Hun huwelijk is net zo leeg als de Parijse flat waarin ze woonden. In Lissabon bedrijven ze overigens de liefde met de luiken open. De open luiken is maar een van de vele symbolen die Leavitt gebruikt. Wat aanvankelijk een verhaal lijkt van bedrog blijkt uiteindelijk een schitterend uitgewerkt psychologisch portret. Het laatste deel is verrassend. Niet alleen door de bewuste verwijzing naar het medium roman, maar ook door de indirecte wending in het verhaal naar Julia en haar voorgeschiedenis. Door de soepele stijl is ‘De twee Hotel Francforts’ geschikt voor een breed lezerspubliek. Het enige wat soms stoort, is dat de research van Leavitt net iets te veel doorsijpelt.

“Ik blijf het verbijsterend vinden: het menselijk vermogen tot zelfbedrog, waaraan ikzelf even schuldig ben als ieder ander, en net zo goed wanneer er iets te verliezen valt, als wanneer er wat te winnen valt. En misschien is dat vermogen wel iets goeds, iets noodzakelijks, een talent dat we moeten ontwikkelen om te overleven – totdat het moment komt waarop het ons de das omdoet.”

Terug naar Mogadishu van Nuruddin Farah

recensie (2) (1)

Zoektocht naar identiteit en cultuur.

In New York was Jeebleh bijna overreden door een landgenoot. Hij hoopt de dood in verwarring te brengen door terug te gaan naar Mogadishu. Zijn terugkeer stelt hem ook in staat om het graf van zijn moeder te bezoeken, en zich ervan te vergewissen dat haar geest rust gevonden heeft. Zijn vrouw en kinderen vinden zijn reis waanzin. Jeeblehs vertrek uit Somalië was namelijk gedwongen. Op een dag werd hij van de gevangenis naar de luchthaven gebracht en op een vliegtuig gezet.

Mogadishu, stad van de dood. Hier heerst anarchie en bandeloosheid. Gieren, kraaien en maraboes zijn een vertrouwd gezicht in de stad. De aasvogels vinden genoeg eten: overal liggen er achtergelaten, onbegraven lijken. De maatschappij is verhard, en de religie heeft de invloed van Afghanistan en Saoedi-Arabië ondergaan. Jeebleh is veel te lang weggeweest. Hij kent de regels van de veranderde samenleving niet of nauwelijks. Hoe moet hij zich gedragen? Wie kan hij vertrouwen? En waarom is hij na 20 jaar terug naar Mogadishu gegaan?

Elk deel van ‘Terug naar Mogadishu’ begint met citaten uit Dantes eerste deel van de ‘Goddelijke komedie’: de hel. Jeebleh is inderdaad naar de hel en zijn eigen politieke verleden teruggekeerd. Er is meer aan de hand. Net als Dante in de ‘Goddelijke komedie’ is Jeebleh zoekende. Zijn eigen cultuur voelt aan als vreemd. Hij betrekt de kritiek op de Amerikanen op zichzelf. Maar hij komt ook thuis. ‘Terug naar Mogadishu’ is een zoektocht naar identiteit en cultuur tegen de achtergrond van een Somalië waarin clans en subclans elkaar bevechten. Maar waar Jeebleh de liefde van zijn vrienden vindt.

“Hij wist dat ze elkaar zouden opzoeken, elkaar welkom zouden heten in hun huis, en in hun verhalen. Hij en zijn vrienden waren voor altijd verbonden door de kettingen van de verhalen die ze deelden.”

‘Terug naar Mogadishu’ is een rijk boek met interessante personages. Soms word je met gewoontes geconfronteerd, die je moeilijk kan plaatsen, en die de schrijver niet uitlegt. Geen ramp voor deze lezer, allicht minder fijn voor sommige.

De Somalische schrijver Nuruddin Farah schrijft enkel trilogieën. Ook ‘Terug naar Mogadishu’ is deel van een trilogie. Het verhaal staat gelukkig op zichzelf. De andere delen van de trilogie zijn namelijk niet in het Nederlands vertaald. Farah heeft al veel prijzen gewonnen en wordt als een van Afrika’s grootste hedendaagse schrijvers vaak getipt voor de Nobelprijs voor literatuur.

Links, 2003.

Een Amerikaanse oorlog van Omar El Akkad

recensie (2) (1)

De wereld anno 2074

“Dit is geen verhaal
over oorlog. Dit verhaal
gaat over verwoesting”

Benjamin Chestnut behoort tot de Miraculeuze Generatie, oftewel de generatie die geboren is tussen het begin en het einde van de Tweede Amerikaanse Burgeroorlog (2074 – 2095). Benjamin heeft zijn hele leven aan die oorlog gewijd met het schrijven van academische verhandelingen en tijdschriftartikels. Alle bewaard gebleven bronnen heeft hij bestudeerd. Als verwende Noorderling, die nooit een dag van echte strijd had meegemaakt, kreeg hij kritiek. Critici waren het oneens met allerlei historische details. Maar Benjamin weet dingen over de burgeroorlog, die niemand anders weet. Dingen die enkel zijn tante, Sarat Chestnut, wist.

Bij het uitbreken van de Tweede Amerikaanse Burgeroorlog woonde Sarat Chestnut met haar ouders, oudere broer en tweelingzus in een golfijzeren container in Louisiana. Toen Sarats vader, Benjamin, omkwam bij een terroristische aanslag, kwam het gezin in een vluchtelingenkamp in Mississippi terecht. Het kamp werd Sarats huis voor de komende elf jaar. Nadat het kamp door de noordelingen met de grond was gelijk gemaakt, zinde de 17-jarige Sarat op wraak. Haar wraak had verregaande gevolgen, niet alleen voor haarzelf, maar ook voor haar familie en het hele land.

Na de proloog lijkt ‘Een Amerikaanse oorlog’ veeleer op een YA-verhaal, met een jonge opgroeiende Sarat, die een buitenbeentje is. Met al die focus op Sarat zou je haast vergeten dat het verhaal in het heden begonnen is met Benjamin. Gelukkig maakt de schrijver dit ruimschoots goed in het laatste deel van het boek, waarin Benjamin zijn tante en haar geschiedenis leert kennen. En gelukkig werkt ‘Een Amerikaanse oorlog’ goed als politieke dystopie.

Omdat de geschiedenis zichzelf herhaalt, zou de toekomst er binnen zestig jaar wel eens kunnen uitzien, zoals beschreven in ‘Een Amerikaanse oorlog’. Anno 2074 is het politieke landschap volledig hertekend door de klimaatopwarming. De VS is niet langer meer een grootmacht. Over Europa wordt niet gerept in het boek, wel over China en de nieuwe pan-Arabische grootmacht Bouazizi. Bouazizi heeft er alle belang bij om de Amerikaanse burgeroorlog zo lang mogelijk te rekken. Met andere woorden: in ‘Een Amerikaanse oorlog’ heeft de Egyptisch-Canadese schrijver-journalist de huidige geopolitieke rollen vernuftig omgedraaid.

American War, 2017