Aantekeningen uit het dodenhuis van Fjodor Dostojevski

Handleiding in overleven onder gruwelijke omstandigheden.

In een van de stadjes in Siberië leerde ik Aleksandr Petrovitsj Gorjantsjikov kennen, een gedeporteerde uit  Rusland. Vanwege de moord op zijn vrouw was hij naar Siberië verbannen. Na tien jaar dwangarbeid sleet hij de rest van zijn leven rustig en onopvallend in het Siberische stadje K.

Ik ontmoette hem in het huis van Ivan Ivanytsj Gvozdikov. Zijn voorkomen viel me op, net als zijn mensenschuw gedrag. Mijn uitnodiging om bij mij thuis een sigaretje te roken, sloeg hij af. Ik gaf het niet op en ging dan maar bij hem langs. Toen werd het me duidelijk dat de man zich zo ver mogelijk van de wereld wou afzonderen.

Na zijn onverwachte dood ging ik weer naar zijn kamers. Zijn hospita bracht me voor twintig kopeken een mand vol papieren. De hele dag was ik bezig met het sorteren van die papieren. In een volumineus cahier las ik een onsamenhangende beschrijving van zijn tienjarige periode als dwangarbeider. In zijn aantekeningen sprak Gorjantsjikov over scènes uit het dodenhuis.

Van 1849 tot 1853 verbleef Dostojevski als politiek gevangene in het strafkamp van Omsk in Siberië. ‘Aantekeningen uit het dodenhuis’ kan je bijgevolg lezen als een verkapte autobiografie. De meeste personages zijn immers gebaseerd op mensen waarmee hij samenleefde in het kamp. Omdat hij kost wat kost wou voorkomen dat ‘Aantekeningen uit het dodenhuis’ gelezen werd als een protest tegen zijn veroordeling en straf, voerde hij een man op veroordeeld voor de moord op zijn vrouw. Aanvankelijk denk je een roman te lezen, maar ‘Aantekeningen uit het dodenhuis’ is geen klassieke roman met een begin, einde en een plot. Het zijn beschrijvingen en waarnemingen per thema gerangschikt in hoofdstukken.

Zelfbeklag doodt. Dostojevski maakte zijn gevangenschap draaglijk voor zichzelf. Hierdoor is ‘Aantekeningen uit het dodenhuis’ ook een handleiding in overleven onder gruwelijke omstandigheden.

“De gedachte dat ik mettertijd misschien nog eens naar dit oord terug zou verlangen, vervulde me met afschuw: toen al vermoedde ik tot welke monsterlijke graad van aanpassingsvermogen de mens in staat is.”

Oorspronkelijke titel: Записки из Мёртвого дома.
Datum van publicatie: 1861.

De Kozakkentuin van Jan Brokken

Over de vriendschap tussen von Wrangel en Dostojevski.

“De eerste keer dat ik hem zag, stond hij in een wit doodshemd voor het vuurpeloton. Hij: een man van tegen de dertig die zich voorbereidde op de dood en het zilveren kruis kuste dat de priester hem voorhield. Ik: een nieuwsgierige jongeling die vanaf een veilige afstand keek naar wat onrecht was.” 

Twaalf december 1849 was een druilerige dag in Sint-Petersburg. Af en toe sneeuwde het. Hoewel datum en tijdstip van de executie van de politieke gevangenen geheim was gehouden, liep het exercitieterrein vol met nieuwsgierigen. De veroordeelden werden met koetsjes aangereden. Vlak bij het schavot moesten ze zich in twee groepjes verdelen. Een functionaris las van elke veroordeelde het vonnis voor, wat geruime tijd in beslag nam. Na het afnemen van de biecht en het kussen van het kruis moesten drie van hen naar voren komen; zij werden aan hoge palen vastgebonden.

Het vuurpeloton legde aan. Net voordat ze het fatale schot losten, kwam er een bode van de tsaar aangereden. De veroordeelden kregen gratie. Hun veroordeling tot de dood door de kogel werd omgezet in dwangarbeid in Siberië. Bijna al de veroordeelden stierven jong. Een van hen, kon wat hij had meegemaakt van zich afschrijven. De tien jaar die hij in Siberië doorbracht, legde de kiem voor werken als ‘De idioot’, ‘Aantekeningen uit het dodenhuis’ en ‘Misdaad en straf’.

De nieuwsgierige jongeling die toekeek was Alexander von Wrangel. De familie von Wrangel behoorde tot de Duits-Baltische baronnen. De buitenlandse adel was niet erg populair in Rusland. Toch waren leden uit hun rangen goed vertegenwoordigd bij de overheid. Ook de jonge Alexander ging voor de overheid werken. Als officier van justitie koos hij voor Siberië, een achtergebleven provincie in het reuzegrote tsaristische rijk. In Semipalatinsk liet hij de man ontbieden die hij in zijn wit doodshemd had gezien. Dostojevski had er al vier jaar dwangarbeid op zitten. Als soldaat zonder soldij moest hij nog zes jaar in Siberië dienen en blijven. Bij de jonge von Wrangel vond hij een thuis, vriendschap en steun. Vooral de Kozakkentuin, een Datsja net buiten Semipalatinsk, werd een toevluchtsoord. Hier kwam de schrijver geestelijk weer tot leven.

Het had heel wat voeten in de aarde vooraleer Dostojevski weer mocht publiceren. Het was hem allicht niet gelukt zonder Alexander von Wrangel en zijn connecties. Dankzij zijn vriend schreef hij over die dingen, die hij anders voor zich gehouden had. Ook deed hij inspiratie op via hun gesprekken. Dostojevski vroeg zijn jonge vriend het hemd van zijn lijf over zijn werk, de misdaad en de misdadigers.

De man en de schrijver Dostojevski zie je door de bril van Alexander von Wrangel. Voor zijn non-fictiewerk kroop Jan Brokken immers in de huid van de Duits-Baltische baron. Met ‘De Kozakkentuin’ leverde hij niet alleen een goed gedocumenteerd werk af, maar ook een interessant en boeiend geschreven werk, dat je moeiteloos meevoert naar het negentiende-eeuwse Rusland en Europa. ‘De Kozakkentuin geeft een caleidoscopisch beeld van het leven in die tijd en de achtergrond bij de grote werken uit de Russische literatuur van de negentiende eeuw. Zo doet von Wrangels relatie met de getrouwde mevrouw X denken aan ‘Anna Karenina‘. Daarnaast verhaalt ‘De Kozakkentuin’ over de hechte vriendschap tussen een jonge baron en een van Ruslands grootste schrijvers.