Zijn tijd ver vooruit

De Franse schrijver Stendhal (1783-1826) had zijn visie over schrijven. Geheel in zijn visie cultiveerde hij een droge en sobere stijl met korte en bondige zinnen. Om zijn stijl zo droog en sober te houden, las hij naar eigen zeggen dagelijks het Burgerlijk Wetboek. Zijn tijdgenoten wisten zijn stijl niet te appreciëren. Zij waren gewoon aan de lange en mooie zinnen van Stendhals collega-schrijvers van de Romantiek. Een stijl, die Stendhal steevast afdeed als literair bedrog. Hij was gekant tegen elke vorm van bladvullerij. Bovendien schreef hij in de derde persoon en was hij een vroege beoefenaar van het Realisme. Zo is de klassieker ‘Le Rouge et le Noir’ geïnspireerd op een waargebeurd verhaal. Met zowel ‘La Chartreuse de Parme’ (De Kartuize van Parma) als ‘Le Rouge et le Noir’ (Het rood en het zwart) schreef Stendhal een afspiegeling van zijn tijd. Zijn roman ‘Lucien Leuwen’ bleef onafgewerkt. De realistisch politieke tijdsgeest van ‘Lucien Leuwen’ zou hem zuur opgebroken zijn als hij het had afgemaakt en gepubliceerd.

Appreciatie voor Stendhals werk kwam er pas in de twintigste eeuw. ‘Le Rouge et le Noir’ was volgens de Franse schrijver en de Nobelprijswinnaar voor literatuur, André Gide, een roman voor de twintigste eeuw. Stendhal was zijn tijd ver vooruit met zijn scherpe analyse van de psychologie van zijn personages. ‘Le Rouge et le Noir’ was Stendhal tweede roman. Het verscheen in 1830. Stendhal was toen 47. Zijn eerste roman ‘Armance’ had hij vier jaar daarvoor geschreven. Hij had al een rijk en avontuurlijk leven achter de rug als onder meer luitenant in het Franse leger van Napoleon. Ook had hij gereisd en in Italië en Duitsland gewoond.

Zijn pseudoniem had hij overigens ontleend aan de Duitse stad Stendal. Stendal was de geboorteplaats van Johann Joachim Winckelman, een gekend kunsthistoricus en archeoloog, die Stendhal enorm bewonderde. Naast Stendhal gebruikte Marie-Henri Beyle nog andere pseudoniemen in zijn correspondentie, autobiografische werken en essays. In zijn essays had Stendhal het vooral over zijn passies: de politiek, de kunst, de muziek en de liefde. De liefde was belangrijk in zijn leven. Hoewel hij nooit trouwde, had hij affaires met getrouwde vrouwen. Ook zijn fictieve helden gaan op zoek naar geluk, liefde en passie zonder zich door maatschappelijke conventies te laten tegenhouden. Zijn helden zijn dan ook de afspiegeling van hun geestelijke vader.

Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen, waaronder Wikipedia. De afbeelding bij dit blog komt van Wikimedia Commons en is van Olof Johan Södermark. 

 

De farao van de literatuur

Het winnen van de Nobelprijs literatuur in 1988 had grote gevolgen voor het werk van Naguib Mahfouz. Van de ene op de andere dag stonden westerse uitgevers in de rij voor de vertaalrechten van zijn romans. Een behoorlijk deel van zijn werk was al vertaald en uitgegeven in het westen, maar was enkel gekend bij arabisten en academici. Met de Nobelprijs literatuur vond zijn werk zijn weg naar een breder, niet-academisch lezerspubliek over de hele wereld. In de Arabische wereld was Mahfouz al dertig jaar een van de belangrijkste schrijvers.

Vandaag is Naguib Mahfouz nog steeds een van de grootste in de Arabische literatuur. Naast putten uit de rijke Arabische vertelkunst experimenteerde hij met westerse stijl- en verteltechnieken. In zijn geëxperimenteer was hij bijna altijd een pionier. Zijn erfenis voor de Arabische literatuur is daardoor immens. Bovendien had hij een opmerkelijke taalbeheersing en een unieke stem.

Naguib Mahfoez werd op 11 december 1911 geboren in Caïro. De jonge Mahfouz was een gretige lezer. Naast Egyptische romans las hij Britse detectives, Russische klassieken en het werk van modernistische schrijvers zoals James Joyce, Franz Kafka en Marcel Proust. Na zijn studies filosofie werd Mahfouz net als zijn vader ambtenaar. Een groot deel van zijn leven combineerde hij zijn werk voor de Egyptische overheid met schrijven. Zijn eerste roman ‘Mockery of the Fates’ verscheen in 1939. Hoewel het verhaal een weerspiegeling was van de toenmalige situatie in Egypte, wist hij door de censuur te komen door het verhaal te situeren in het oude Egypte.

Ondanks de soms gewaagde thema’s waarover hij schreef, zoals socialisme en homoseksualiteit, kwam Mahfouz over het algemeen door de censuur. Toch kwam het in 1959 met ‘Children of Gabalawi’ tot een controverse. Het verhaal, dat in de Egyptische krant Al Ahram was gepubliceerd, bracht hem in conflict met de religieuze autoriteiten. Niet alleen in Egypte maar ook in de meeste Arabische landen mocht ‘Children of Gabalawi’ niet in boekvorm verschijnen. In 2016 werd ‘Children of Gabalawi’ alsnog een bestseller in Egypte, nadat het decennia lang van onder de toonbank was verkocht.

Nadat ayatollah Khomeini een fatwa tegen ‘De duivelsverzen’ van Salman Rushdie uitsprak in 1988, en Mahfouz hem een terrorist noemde, kwam de discussie weer op gang over ‘Children of Gabalawi’. Vanuit conservatieve hoek kwam de vraag om de schrijver voor zijn godslastering alsnog te straffen. In 1994 nam een moslimextremist het recht in eigen hand en stak Mahfouz neer. De tweeëntachtigjarige Mahfouz overleefde de aanslag, maar verloor een deel van zijn zicht en het gebruik van zijn rechterhand. Na jaren van revalidatie kon hij zijn rechterhand terug gebruiken om te schrijven, maar enkel voor ultrakorte tijdspannen. De aanval op zijn leven veranderde niets aan Mahfouz’ dagelijkse gewoonte om te ontbijten op café en te discussiëren met vrienden. Ondanks de riante geldprijs verbonden aan de Nobelprijs literatuur bleef hij met zijn vrouw in een bescheiden appartement wonen.

 

Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen, waaronder The Guardian. De foto bij dit blog komt van Wikimedia Commons. 

Vernieuwer van de poëzie

Thomas Stearns Eliot by Lady Ottoline Morrell (1934)
De Amerikaanse dichter T.S. Eliot (1888 – 1965) verkreeg in 1927 de Britse nationaliteit en bekeerde zich tot het anglicanisme. 

Hij is een van de grootste vernieuwers van de poëzie en een van de belangrijkste literaire figuren van de twintigste eeuw. Ook als literair criticus stond hij hoog aangeschreven. Geboren werd hij in Amerika, maar hij grootste deel van zijn leven woonde en werkte hij in Engeland.

Thomas Stearns Eliots beginperiode als dichter werd beïnvloed door het werk van de Franse dichters van het symbolisme, wiens werk hij op de Amerikaanse universiteit van Harvard leerde kennen. Harvard leverde de bouwstenen van drie belangrijke facetten van zijn carrière: poëzie, filosofie en literaire kritiek.

Een beurs bracht hem in 1914 naar Merton College in Oxford, Engeland. Eliot had intussen ook al filosofie in Parijs gestudeerd. De studies in Oxford bevielen hem niet. In plaats van terug te gaan naar de VS, verhuisde hij naar Londen. Hier maakte hij kennis met de Amerikaanse dichter en uitgever Ezra Pound. De directe en sobere taal van Pound had een enorme invloed op Eliot. Pound herkende in Eliot een groot dichter en hielp hem bij zijn carrière. Intussen was Eliot getrouwd met een meisje, dat hij nog maar drie maanden kende en werkte hij als leraar. Twee jaar later nam hij een goedbetaalde job aan bij de Lloyds Bank en schnabbelde bij als assistent-redacteur bij een literair tijdschrift.

Zijn huwelijk met Vivienne Haigh-Wood bleek al snel ongelukkig. Vivienne leed aan hevige stemmingswisselingen. In 1921 zag Eliot zich genoodzaakt een paar maanden vrij te nemen van zijn werk. Het samenleven met de labiele Vivienne eiste zijn tol: hij leed aan een zenuwinzinking en moest opgenomen worden. In die periode schreef hij zijn meest gekende gedicht, ‘The Waste Land’ (Het barre land). Bij publicatie in 1922 kreeg het lang en indrukwekkend vers in de literaire internationale scène een cultstatus. Vrienden hadden intussen een fonds opgericht voor Eliot, goed voor driehonderd pond per jaar, zodat hij zich voltijds aan dichten kon wijden. Eliot wou echter bij de Lloyds Bank blijven werken. Bovendien vond hij drie uur per dag schrijven meer dan voldoende.

“Immature poets imitate;
mature poets steal.”

T.S. Eliot

Nog in 1922 richtte hij zijn eigen literaire tijdschrift, The Criterion op. Het redigeren van The Criterion en zijn werk bij Lloyds ging uiteindelijk ten koste van zijn werk als dichter. In 1925 gaf hij zijn ontslag bij de bank en accepteerde een baan bij uitgeverij Faber and Gwyer, het huidige Faber and Faber.

Na de Franse dichters van het symbolisme en Ezra Pound drukte Eliots bekering tot het anglicanisme in 1927 een grote stempel op zijn werk en denken. Het gedicht ‘Four Quartets’ beschouwde Eliot dan ook als zijn magnum opus.

De foto bij dit blog komt van Wikimedia Commons. Voor het schrijven van dit artikel gebruikte ik verschillende bronnen waaronder Wikipedia.