Hoe Baudelaire Poe uitvond

Het beeld van de schrijver als solitaire figuur houdt hardnekkig stand. Toch ontstaat er geen enkel boek in een vacuüm. Lezers van de eerste hoofdstukken, redacteuren, vertalers, uitgevers: ze sturen het creatieve proces mee, soms subtiel, soms ingrijpend. Uit de schaduw haalt die stille krachten naar voren.
Vandaag: Charles Baudelaire (1821–1867), die met zijn vertalingen van Edgar Allan Poe (1809–1849) een nieuwe literaire gevoeligheid naar Frankrijk bracht, een gevoeligheid die zijn eigen zoektocht binnen de literatuur zou bepalen.
Een marginale schrijver.
Franse lezers kenden Poes macabere en psychologische verhalen al voordat Baudelaire hem ontdekte. Ze verschenen in kranten, soms met maar vaker zonder zijn naam te vermelden. Via zo’n vluchtig medium zou Poes genialiteit allicht niet de tand des tijds overleefd hebben, ondanks de populariteit. Populariteit is zelden een garantie voor een felbegeerde plaats in de literatuurgeschiedenis. Zonder pleitbezorger met gezag blijft een schrijver vaak hangen in de marge. In literaire kringen werd het werk van de Amerikaan niet ernstig genomen; Poe was een curiosum — een merkwaardigheid, een marginale figuur.
Een ontmoeting van zielsverwanten.
Dat zou echter veranderen na de tussenkomst van Baudelaire. Rond 1847 stuitte hij op Poes werk, een ontmoeting die voor beiden van betekenis zou blijken, al verdient het verhaal van hun vermeende zielsverwantschap en wederzijdse invloed nuance.
De ontdekking van Poe zou Baudelaire bijna twee decennia lang bezighouden en uiteindelijk uitmonden in de vertalingen die Poes Europese reputatie bepaalden. Volgens sommige Franse critici waren zijn vertalingen zelfs overtuigender dan het origineel, een waardering die vooral iets zegt over de manier waarop Poe in Frankrijk werd ontvangen. De sombere Amerikaanse dromer zou zijn talent danken aan Baudelaire, en tegelijkertijd diens werk hebben beïnvloed.
In Les Fleurs du mal schreef Baudelaire vaak over dezelfde thema’s en onderwerpen als Edgar Allan Poe. Dat was geen toeval. Baudelaire zag in Poe een zielsverwant. Zo schreef hij aan de journalist Théophile Thoré in 1864: “Weet je waarom ik Poe zo geduldig heb vertaald? Omdat hij op mij leek. Toen ik voor het eerst een van zijn boeken opensloeg, zag ik tot mijn afschuw en mijn bewondering niet alleen onderwerpen die ik zelf had bedacht, maar ook zinnen die ik zelf had bedacht en die hij twintig jaar eerder had geschreven.”

De vertaler als schepper van een mythe.
Als vertaler koos Baudelaire voor die verhalen waarin het macabere, het psychologische en het tragische samenvielen met zijn eigen thematiek. Dat paste in zijn idee van het miskend genie. Zo ontstond een Poe die evenzeer een creatie was van Baudelaire: de kunstenaar die door zijn tijd niet begrepen werd.
In zijn essays over Poe bouwde Baudelaire dat beeld verder uit. Hij was meer dan Poes vertaler: hij fungeerde als zijn literaire agent, introduceerde hem bij zijn netwerk en wist precies welke critici en uitgevers hij moest aanspreken om van Poe een groot schrijver te maken.
Poe werd bovendien een kapstok voor zijn eigen ideeën over schoonheid, lijden en moderniteit. Naast hun gedeelde fascinatie voor het macabere en het groteske leefden ze in armoede, worstelden ze met verslaving en waren ze martelaren van de kunst. Zijn vertaalwerk – en het beeld dat hij rond Poe bouwde – was een manier om zijn eigen kwetsbare positie als kunstenaar zichtbaar te maken. In de schaduw van Poe vond Baudelaire zijn eigen stem binnen de laat‑romantische gevoeligheid die naar het modernisme zou leiden.
De Poe die we kennen, is voor een groot deel de Poe die Baudelaire nodig had.
Baudelaires framing bijgestuurd?
Maar wat dan met de vertalingen zelf? Nam Baudelaire zijn eigen stijl mee in zijn vertalingen van Poe? Behoorde zijn vertalingen tot zijn eigen oeuvre?
Baudelaire bleef nauwgezet trouw aan de originele tekst en wist de geest van Poes proza over te brengen. Dat is een hele prestatie, zeker als je bedenkt dat hij het Engels onvoldoende beheerste. Hij kon het lezen, maar niet spreken of schrijven. Wanneer hij vertaalde, lag een woordenboek Engels–Frans altijd binnen handbereik. Hij vertaalde zelfs woord voor woord.
De mythe dat Baudelaire tweetalig was, zorgde ervoor dat zijn vertalingen van Poe lang als standaard werden gezien. In 2008 verscheen een omvangrijke nieuwe Franse vertaling die voor het eerst systematisch afweek van Baudelaires selectie en zo een completer beeld van Poe bood. En dat tegelijkertijd het door Baudelaire verspreide beeld van Poe bijstuurde en nuanceerde.
Toch zal de mythe die Baudelaire creëerde blijven voortleven. We blijven Poe zien als een eenzame man, achtervolgd door de dood, miskend in zijn tijd. Maar Poe was vooral een scherpe en veelgevraagde criticus, die veel vijanden maakte. Een man die graag apenbroodverhalen de wereld instuurde, Latijnse citaten veranderde voor een komisch effect, met woorden speelde en als geen ander wist hoe hij een lezerspubliek moest verleiden.
Hoe dan ook: een schrijver wordt altijd beïnvloed door andere schrijvers. De mythe van de schrijver als solitaire figuur bestaat eenvoudigweg niet.
Wie graag verder leest, vindt in mijn eerdere blog Uit het archief van Boeken: De romantiek meer over de literaire context waarin Baudelaire werkte. En voor wie dieper in het leven van Poe wil duiken, is Edgar Allan Poe: de biografie van Peter Ackroyd een bijzonder toegankelijke introductie.
