Het magische als stijlelement.
In mijn blogs over magisch realisme begon ik in Macondo, het magische dorp uit Honderd jaar eenzaamheid van Gabriel García Márquez, om vervolgens stil te staan bij het magisch realisme in eigen stad met De komst van Joachim Stiller van Hubert Lampo. Vandaag ben ik in Parijs beland, midden in de achttiende eeuw. Op een stinkende vismarkt wordt een jongen geboren: Jean-Baptiste Grenouille. Hij overleeft tegen alle verwachtingen in en blijkt over een uitzonderlijk talent te beschikken: een bovennatuurlijk reukvermogen. Patrick Süskinds antiheld heeft echter geen lichaamsgeur, wat hem tot een wezen zonder identiteit maakt. Daardoor raakt hij geobsedeerd door het idee om de perfecte geur te creëren — een geur die hem macht geeft over anderen. Zijn zoektocht brengt hem naar Grasse, waar hij letterlijk de geur van jonge vrouwen probeert te vangen.
Het magisch stijlelement.
Het parfum is geen magisch-realistische roman, maar Grenouille draagt wel een magisch element in zich: een onmogelijk talent dat in een verder herkenbare werkelijkheid wordt geplaatst. Dat talent blijft onverklaard en wordt binnen de logica van het verhaal genormaliseerd, maar niet door de gemeenschap. Die vindt Grenouille vooral een zonderling. Er is ook geen sprake van de typische Vlaamse magisch-realistische schemerzone waarin de alledaagse werkelijkheid naadloos overvloeit in het fantastische.
Het parfum is een van de vele verhalen waarin het magische een psychologische of symbolische functie krijgt. Voor Süskind is het magische geen manier om een wereldbeeld te tonen, maar om een personage te ontleden. Het is een stijlelement. Met andere woorden: je hebt magisch-realistische werken en je hebt werken die zich bedienen van een magisch stijlelement.
Zo gebruikt Toni Morrison in haar roman Beminde het bovennatuurlijke om een collectief trauma zichtbaar te maken. Ze laat de overleden dochter van Sethe terugkeren in lichamelijke vorm en met een aanwezigheid die het hele huis vult. Morrison laat het bovennatuurlijke toe zonder het te verklaren, maar de gemeenschap aanvaardt het niet als een vanzelfsprekende realiteit. Het magische functioneert in Beminde als een middel om de historische werkelijkheid te verdiepen; het is een psychologisch en symbolisch instrument.
Narratieve magie.
Waar Süskind het magische inzet om een personage te ontleden en Morrison het bovennatuurlijke gebruikt om trauma te belichamen, kiest Ian McEwan in Boetekleed voor een heel andere vorm van ontregeling. Het magische zit hier niet in de werkelijkheid, maar in de vertelling zelf. De roman volgt Briony Tallis, die als dertienjarig meisje een fout maakt die het leven van haar zus Cecilia en Robbie Turner voorgoed verandert. Pas veel later, als oudere vrouw, probeert ze die fout recht te zetten door de werkelijkheid te herschrijven.
Het magische in Boetekleed is dus geen bovennatuurlijk element, maar een literaire ingreep: Briony creëert een alternatieve afloop, een fictieve verlossing die in de echte wereld nooit heeft plaatsgevonden. De ontregeling ontstaat doordat de vertelling een waarheid presenteert die later wordt teruggenomen. Door de grenzen tussen feit en fictie te verschuiven, gebruikt McEwan deze narratieve “magie” als een manier om schuld, verantwoordelijkheid en waarheid te onderzoeken. Het is geen magisch realisme, maar een vertelstrategie die de lezer confronteert met de macht en de beperking van literatuur.
Wat is nu eigenlijk magisch realisme?
Kortom: niet alles wat magisch, onverklaarbaar, ontregelend of bovennatuurlijk is in de literatuur, is magisch realisme. Maar wat is het dan wel? Magisch realisme is een manier van vertellen waarin het bovennatuurlijke niet wordt uitgelegd, niet wordt betwijfeld en niet wordt gezien als een verstoring. Het maakt vanzelfsprekend deel uit van de werkelijkheid. De gemeenschap binnen het verhaal aanvaardt het magische zonder verbazing, alsof het tot de normale orde van de wereld behoort. Zo ontstaat een sfeer waarin het wonderlijke zich moeiteloos in een realistische omgeving nestelt, zonder dat de grens tussen beide wordt benadrukt.
Alleszins is het, net als elk genre, een etiket dat graag wordt gebruikt — een label dat soms verheldert, maar ons even vaak op het verkeerde been zet.
