Spotlight op: De weg naar de grens

In spotlight op geef ik aandacht aan een boek en zijn auteur. Vandaag heb ik het over De weg naar de grens van Grete Weil.

Tot afgrijzen van haar vriend Klaus Mann keerde de Joods-Duitse Grete Weil (1906-1999) na de Tweede Wereldoorlog terug naar Duitsland. Met Ans Ende der Welt (Naar het einde van de wereld) debuteerde ze in 1949 in Oost-Duitsland. In deze roman verhaalde ze over over de deportatie van de Nederlandse Joden.

Al in 1933 was haar man Edgar Weil naar Nederland geëmigreerd, waar Grete hem 2 jaar later vervoegde. Nadat haar man in 1941 tijdens een razzia was opgepakt, dook zij onder. Enkele maanden na de deportatie van Edgar kreeg zij het bericht dat hij vermoord was in het concentratiekamp Mauthausen.

Tegen het einde van de oorlog schreef ze op haar onderduikadres Der Weg zur Grenze (De weg naar de grens), waarin ze autobiografische elementen verwerkte. Allicht heeft de schrijfster het na de oorlog willen laten publiceren maar vond ze er geen uitgever voor. Het zou overigens tot 1980 duren vooraleer de literaire wereld in West-Duitsland haar opmerkte met Meine Schwester Antigone (Mijn zuster Antigone). In Nederland en Frankrijk was ze dan al een bekende literaire naam.

Nadat literatuurwetenschapper Ingvild Richardsen Der Weg zur Grenze in 2022 in een archief teruggevond, werd het alsnog gepubliceerd. Weiles allereerste literaire werk vertelt het verhaal van de joodse Monika Merton, wier echtgenoot is omgekomen in Dachau. Omdat de Gestapo op zoek is naar haar, heeft ze haar woonplaats in München verlaten. Onderweg naar de grens met Oostenrijk ontmoet ze dichter Andreas von Cornides, die zich nauwelijks bewust is van het geweld en de misdrijven in Duitsland. Ondanks zijn onwetendheid krijgt Monika een zwak voor hem, en hij voor haar.

Spotlight op: En ze keken naar God.

In spotlight op geef ik aandacht aan een boek en zijn auteur. Vandaag heb ik het over En ze keken naar God van Zora Neale Hurston.

Toen haar moeder stierf, nam haar vader haar van school. De toen 13-jarige Zora Neale Hurston (1891-1960) moest als nanny in het huis van haar broer werken, een verantwoordelijkheid waar ze wou aan ontsnappen. Ze sloot zich aan bij een reizend theatergezelschap en ging werken voor een witte familie.

Dankzij de witte vrouw voor wie ze werkte, kon ze terug gaan studeren en boeken lezen. Na haar afstuderen werkte ze als serveerster en manicure. Vervolgens ging ze voor studies antropologie en nam ze deel aan schrijfwedstrijden.

Haar carrière als schrijfster kende een grote bloei tijdens de jaren dertig en veertig. Nadat ze was aangeklaagd en gearresteerd voor het molesteren van een 10-jarige jongen, wou geen enkele uitgever haar werk nog publiceren, ook niet nadat ze onschuldig bleek. In een andere carrière wist ze niet te aarden waardoor ze de ene na de andere mislukte baan aan elkaar reeg tot aan haar dood in 1960.

Vandaag wordt Zora Neale Hurston gezien als een van de belangrijkste auteurs van de Afro-Amerikaanse literatuur in de twintigste eeuw. Een veelgelezen klassieker van haar hand is And Their Eyes were watching God uit 1937. In deze roman werkt het slavernijverleden in de vroege twintigste eeuw nog door in de relaties tussen man en vrouw en tussen zwart en wit in de Zuidelijke Verenigde Staten.

Janie Crawford is net als haar moeder het resultaat van een brute verkrachting. Opgevoed door haar grootmoeder leerde zij dat geld en bescherming van goede witte mensen het enige wapen zijn tegen het noodlot. Maar na twee huwelijken gelooft Janie de wijsheden van haar grootmoeder niet meer.

Paviljoen 3 van Bette Howland

Bette Howland (1937 – 2017).

Oorspronkelijke titel: W-3.
Eerste datum van publicatie: 1974.

Copyright Nederlandse vertaling © 2022 Barbara de Lange.

De laatste jaren komen er opvallend veel boeken op de markt van vergeten schrijfsters uit de twintigste eeuw. Zo’n vergeten schrijfster is Bette Howland (1937-2017). Haar debuut ‘W-3’ (uit 1974) is vorig jaar voor het eerst in het Nederlands vertaald als ‘Paviljoen 3’. Naast deze roman schreef ze nog twee verhalenbundels.

Dat ‘Paviljoen 3’ uit het vergeetboek is gehaald, is dankzij Brigid Hughes, redacteur van een literair tijdschrift. Ze vond Howlands debuut toevallig in 2015 in een kar met afgeprijsde fictie. Op de achterflap viel haar een quote voor aanprijzing op van Nobelprijswinnaar voor literatuur Saul Bellow (1915-2005). Het was niet enkel Bellows aanprijzing dat haar aansprak, een vlugge glimp in het boek en een intrigerende zin van de schrijfster deed de rest.

Eens het boek gelezen, wou ze Howland terugvinden. Ze wist de jongste zoon van Howland op te sporen. Die vertelde haar dat zijn moeder dement was. Hij bezorgde haar ongepubliceerd materiaal en zijn moeders correspondentie met Bellow.

Bellow en Howland waren goed bevriend, ze correspondeerden meer dan 30 jaar met elkaar en waren occasioneel geliefden. Het was trouwens in Bellows appartement dat Howland in 1968 een overdosis slaappillen nam. Na haar redding mocht ze kiezen: een opname in een psychiatrische kliniek of een verblijf in de gevangenis.

Met ‘Paviljoen 3’ zette ze haar opname in die kliniek op papier. Haar memoires over die tijd bestaan hoofdzakelijk uit observaties van andere patiënten en hun verhalen. En die verhalen en observaties beginnen na een tijd te vervelen.

Met betrekking tot haar persoonlijke situatie haalt ze weliswaar een aantal dingen aan: hoe ze als gescheiden vrouw met twee kinderen haar best doet om rond te komen van een parttime baantje als bibliothecaresse. Ook weet ze – subliem – op 1 pagina haar relatie met haar moeder over te brengen. Een moeder die het lastig heeft met de gescheiden status van haar dochter. En als lezer kun je je wel iets voorstellen – je ziet de zaadjes die allicht tot haar wanhoopsdaad hebben geleid, maar het komt niet tot bloei. Hoewel ze suggereert, dat ze meer toe was aan zo’n opname dan ze dacht, maakt ze het niet hard. Je komt niets te weten over wat voorafgegaan is aan haar opname, dan enkel dat ze al een aantal keer in het ziekenhuis was opgenomen.

Wat er ook gebeurt, er is altijd een sterkere angst: dat je je verstand verliest.

Ik vind het altijd jammer om een boek te lezen waar je onvoldoende uithaalt. Of dat onbevredigend is. Niettegenstaande vind ik het lovenwaardig dat er aandacht is voor vergeten schrijfsters uit de twintigste eeuw. Want vrouwelijke kunstenaars blijven net iets te vaak onder de radar.