Boeken volgens Heine.

Voor de gerenommeerde Duitse literatuurcriticus Marcel Reich-Ranicki (1920-2013) was Heines bijdrage aan de literatuur baanbrekend. Door zijn gevoel voor ritme gaf Heinrich Heine (1797-1856) de Duitse literatuur een nooit geziene muzikaliteit en elegantie.

Naast bewondering voor zijn talent was er ook vrees voor zijn messcherpe en trefzekere tong. Als essayist en kritisch politiek geëngageerde journalist was hij controversieel. Voor de autoriteiten waren zijn politieke ideeën gevaarlijk. Zijn reputatie overleefde de tijd en leidde vaak tot verhitte discussies. Zo kreeg hij maar pas in 1981, na 100 jaar gebakkelei een standbeeld in zijn geboortestad Düsseldorf.

Het beeld bij dit blog komt van Wikimedia Commons en is in het publieke domein.

Spotlight op: Suite Française

In ‘spotlight op’ ontruk ik een boek en zijn auteur uit de vergetelheid. Vandaag staat de spotlight op: ‘Suite Française’ van Irène Némirovsky.

In haar ene hand had zij de hand van haar jongere zus vast en in de andere een koffer. Een koffer, waarvan haar vader had gezegd, dat zij die goed moest bewaren. Haar ouders waren toen al dood. Maar dat kwam Denise Epstein pas na de oorlog te weten. De koffer had zij alvast van het ene naar het andere onderduikadres meegenomen.

Hoewel de Epsteins zich hadden laten bekeren tot het rooms-katholicisme, stonden ze geregistreerd als joods. Mevrouw Epstein, Irène Némirovsky (1903-1942), was een bekend auteur. Bij de geboorte van haar jongste dochter in 1937 had zij 9 bestsellers op haar naam staan. Haar bekendste werk is evenwel ‘Suite Française’, dat postuum in 2004 gepubliceerd werd en de bestsellerlijsten stormenderhand innam.

In 1940 was Némirovsky begonnen aan een verhaal over verschillende Franse families onder de Duitse bezetting. Haar opzet was om 5 delen te schrijven. Zij schreef er maar 2: een over de uittocht uit Parijs. En een over de bezetting in een klein Frans dorpje. Omdat papier in de oorlog schaars was, moest zij heel klein schrijven. In een schrift van nog geen 150 pagina’s schreef zij haar 2 delen, goed voor iets meer dan 500 pagina’s. Dat schrift dook pas in 1998 op. Het lag in de koffer, die haar dochter Denise als 13-jarig meisje had meegenomen.

De foto van Irène Némirovsky komt van Wikimedia Commons en is in het publieke domein. Voor mijn blog gebruikte ik verschillende bronnen, waaronder ‘The Greatest Books You’ll Never Read’ van professor Bernard Richards. 

Anna van Dezső Kosztolányi

1919, Boedapest. Angéla Vizy heeft al veel dienstmeisjes gehad. Maar Anna Édes is een verademing. Dankzij de ijverige en plichtbewuste Anna is haar huis een pareltje van netheid. Anna is nu al 9 maanden in dienst. Zo lang heeft Angéla Vizy nog nooit een dienstmeisje gehad. Zij had altijd wel iets aan te merken op haar dienstmeisjes: ze waren lui, ze stalen, ze waren manziek. Maar Anna is anders. Iedereen in de wijk kent Anna. Want Angéla zingt haar lof. Tot die fatale avond…

Die fatale avond zie je niet aankomen. En over Anna’s beweegredenen kom je ook niets te weten. Hoewel de roman haar naam draagt, blijft ze een schim. De dienstbodes bij de Hongaarse notabelen en de burgerij doen alles, maar ze krijgen er zelden of nooit erkenning voor. Want mevrouw Vizy mag dan wel opscheppen over Anna. Je kan er zeker van zijn, dat zij net als iedereen van haar klasse, dienstpersoneel ziet als een ander slag van mensen: ze zijn anders en ze denken anders.

Aanvankelijk lijkt ‘Anna’ gedateerd. Maar van het moment dat de auteur de notabelen laat spreken over hun dienstpersoneel, valt je mond open van verbazing. En blijkt ‘Anna’ toch niet zo gedateerd te zijn. Kosztolányis kritiek op de Hongaarse notabelen is mild. Net als zijn kritiek op de werkende klasse, die tot uiting komt in de figuur van Fiscor. De personages zijn mooi uitgewerkt in deze sociale schets van de Hongaarse samenleving aan het begin van de twintigste eeuw.

Ronduit schitterend is de stijl waarin ‘Anna’ is geschreven. De Hongaarse auteur was en is vooral gekend als stilist. Dezső Kosztolányi (1885-1936) is een van de belangrijkste auteurs uit de Hongaarse literatuur van de twintigste eeuw. Ik ontdekte dit boek en zijn auteur dankzij het blog ‘Met de neus in de boeken’ van Tea van Lierop. Net als Tea wil ik graag meer lezen van deze auteur.

Oorspronkelijke titel: Édes Anna.
Jaar van publicatie: 1926