Anna van Dezső Kosztolányi

Sociale schets van het twintigste-eeuwse Hongarije.

1919, Boedapest. Angéla Vizy heeft al veel dienstmeisjes gehad. Maar Anna Édes is een verademing. Dankzij de ijverige en plichtbewuste Anna is haar huis een pareltje van netheid. Anna is nu al 9 maanden in dienst. Zo lang heeft Angéla Vizy nog nooit een dienstmeisje gehad. Zij had altijd wel iets aan te merken op haar dienstmeisjes: ze waren lui, ze stalen, ze waren manziek. Maar Anna is anders. Iedereen in de wijk kent Anna. Want Angéla zingt haar lof. Tot die fatale avond…

Die fatale avond zie je niet aankomen. En over Anna’s beweegredenen kom je ook niets te weten. Hoewel de roman haar naam draagt, blijft ze een schim. De dienstbodes bij de Hongaarse notabelen en de burgerij doen alles, maar ze krijgen er zelden of nooit erkenning voor. Want mevrouw Vizy mag dan wel opscheppen over Anna. Je kan er zeker van zijn, dat zij net als iedereen van haar klasse, dienstpersoneel ziet als een ander slag van mensen: ze zijn anders en ze denken anders.

Aanvankelijk lijkt ‘Anna’ gedateerd. Maar van het moment dat de auteur de notabelen laat spreken over hun dienstpersoneel, valt je mond open van verbazing. En blijkt ‘Anna’ toch niet zo gedateerd te zijn. Kosztolányis kritiek op de Hongaarse notabelen is mild. Net als zijn kritiek op de werkende klasse, die tot uiting komt in de figuur van Fiscor. De personages zijn mooi uitgewerkt in deze sociale schets van de Hongaarse samenleving aan het begin van de twintigste eeuw.

Ronduit schitterend is de stijl waarin ‘Anna’ is geschreven. De Hongaarse auteur was en is vooral gekend als stilist. Dezső Kosztolányi (1885-1936) is een van de belangrijkste auteurs uit de Hongaarse literatuur van de twintigste eeuw. Ik ontdekte dit boek en zijn auteur dankzij het blog ‘Met de neus in de boeken’ van Tea van Lierop. Net als Tea wil ik graag meer lezen van deze auteur.

Oorspronkelijke titel: Édes Anna.
Jaar van publicatie: 1926

De Engelenpoort van Penelope Fitzgerald

Enkel voor de fans van Penelope Fitzgerald.

Engeland, begin van de 20e eeuw. Hij heet Fred Fairly. Hij doceert natuurkunde aan het Sint-Angelicus-college in Cambridge. Als junior fellow kan hij niet trouwen; de fellows van Sint-Angelicus zijn namelijk celibatair. Zij heet Daisy Saunders. Toen ze klein was, waren ze bij haar thuis heel arm, waardoor ze al jong uit werken ging.

Fred en Daisy ontmoeten elkaar toevallig, als slachtoffers van een fietsongeluk. Zo plots als Daisy in Freds leven verscheen, zo plots verdwijnt ze weer. Fred wil dat de politie haar vindt, want hij wil met haar trouwen. Omwille van het verschil in klasse is de waarschijnlijkheid dat ze elkaar weer ontmoeten, onbestaande. En dan is het nog maar de vraag of Daisy huwbaar is.

‘De Engelenpoort’ is een dunne roman, die niettemin uit vier delen bestaat. Bijna elk hoofdstuk speelt zich af op een andere plek en is vrij kort, waardoor je nooit echt in een leesflow komt. Bovendien lijkt het of de schrijfster niet goed wist waar ze met haar verhaal naar toe wou, of dat ze wou experimenteren. Bij het begin van het vierde deel krijg je ineens een spookverhaal, dat een analogie heeft met het ongeluk, maar niet echt iets toevoegt aan het verhaal.

Eigenlijk zit het boek vol met vergelijkingen en metaforen.’De Engelenpoort’ vraagt veel kennis over het leven, de sociale verhoudingen en de natuurwetenschappen aan het begin van de 20e eeuw. De wetenschappelijke betogen zijn overigens saai en droog, waardoor de eventuele ideeën in deze roman naar de achtergrond verschuiven.

Kortom: ‘De Engelenpoort’ stelt teleur. Het is de taal, de stijl en de personages die ervoor zorgen dat je het boek uitleest. Enkel voor de fans van Penelope Fitzgerald.

Oorspronkelijke titel: The Gate of Angels
Jaar van uitgave: 1990

De verzamelaar van John Fowles

Apart en knap geconstrueerd verhaal.

De allereerste keer dat Frederik Miranda zag wist hij meteen dat zij de ware was. Na het winnen van een grote som geld kan Frederik een huisje kopen, en eindelijk voldoen aan zijn verlangen voor Miranda. Hij ontvoert haar en sluit haar op in de kelder van hun huisje. Hier koestert hij Miranda, net als de vlinders in zijn verzameling. Hij wil enkel naar haar kijken, en hoopt dat ze op termijn van hem gaat houden, zodat ze voor altijd samen kunnen zijn.

Omdat Frederik over Miranda in de verleden tijd spreekt krijgt ‘De verzamelaar’ gelijk iets heel onrustwekkend. Het eerste deel eindigt bovendien met een behoorlijke cliffhanger. Terwijl in het eerste, derde en vierde deel Frederik aan het woord is, is in het tweede, vrij lange en soms langdradige deel Miranda aan het woord.

Miranda is verwend. Zij komt uit de middenklasse, terwijl Frederik uit de arbeidersklasse komt. In haar relaas lees je vooral echo’s uit de jaren 60. ‘De verzamelaar kwam overigens uit in 1963. Zij heeft het vooral over het idealisme van de jeugdige kunstenaar, die op de barricades vecht voor een betere wereld. Zij heeft het dan ook moeilijk met Frederiks domheid. Dit en het klassenverschil leidt tot een liefde-haat verhouding tussen beide. Hoewel de twee eerste delen een vrij gelijkaardige opbouw kennen, zijn er duidelijke verschillen tussen beide stemmen. Fowles legt ook andere accenten. Zo koestert Miranda, opgesloten in de kelder, de blauwheid, zuiverheid en schoonheid van het licht en de lucht, waar ze verstoken van is. En ervaart Frederik vooral afgrijzen ten opzichte van zijn persoon.

‘De verzamelaar’ mag dan wel thrillerelementen hebben, het is geen thriller, veeleer een zeden- en sociale schets. Het onontkoombare einde voor Miranda was voor mij een anti-climax. Frederik mag alle elementen van een psychopaat vertonen, het gevaar voor Miranda ligt hem vooral in hetgeen hij niet doet. Kortom, een apart en knap geconstrueerd verhaal waar meerdere interpretaties mogelijk zijn.

 

Oorspronkelijke titel: The Collector.
Jaar van publicatie: 1963.