Spotlight op:

In ‘spotlight op’ ontruk ik een boek en zijn auteur uit de vergetelheid. Vandaag staat de spotlight op: ‘Suite Française’ van Irène Némirovsky.

In haar ene hand had zij de hand van haar jongere zus vast en in de andere een koffer. Een koffer, waarvan haar vader had gezegd, dat zij die goed moest bewaren. Haar ouders waren toen al dood. Maar dat kwam Denise Epstein pas na de oorlog te weten. De koffer had zij alvast van het ene naar het andere onderduikadres meegenomen.

Hoewel de Epsteins zich hadden laten bekeren tot het rooms-katholicisme, stonden ze geregistreerd als joods. Mevrouw Epstein, Irène Némirovsky (1903-1942), was een bekend auteur. Bij de geboorte van haar jongste dochter in 1937 had zij 9 bestsellers op haar naam staan. Haar bekendste werk is evenwel ‘Suite Française’, dat postuum in 2004 gepubliceerd werd en de bestsellerlijsten stormenderhand innam.

In 1940 was Némirovsky begonnen aan een verhaal over verschillende Franse families onder de Duitse bezetting. Haar opzet was om 5 delen te schrijven. Zij schreef er maar 2: een over de uittocht uit Parijs. En een over de bezetting in een klein Frans dorpje. Omdat papier in de oorlog schaars was, moest zij heel klein schrijven. In een schrift van nog geen 150 pagina’s schreef zij haar 2 delen, goed voor iets meer dan 500 pagina’s. Dat schrift dook pas in 1998 op. Het lag in de koffer, die haar dochter Denise als 13-jarig meisje had meegenomen.

Spotlight op suite française

 

De foto van Irène Némirovsky komt van Wikimedia Commons en is in het publieke domein. Voor mijn blog gebruikte ik verschillende bronnen, waaronder ‘The Greatest Books You’ll Never Read’ van professor Bernard Richards. 

 

 

 

Verstopt in een achterhuis

Tijdloze klassieker: klassiekers blijven betoveren. ‘Het Achterhuis’ van Anne Frank is wereldwijd een van de meest gelezen boeken. 

Toen in 1991 de definitieve editie verscheen van ‘Het Achterhuis’ hadden sommige Amerikaanse ouders het daar moeilijk mee. In de editie van 1947 waren namelijk dagboekpassages weggelaten, die aanstootgevend konden zijn voor conservatieve lezers. Het ging om dagboekpassages waarin Anne Frank het had over haar ontluikende seksualiteit.

Een roodgeruit dagboek.

Het was immers voor haar dertiende verjaardag op 12 juni 1942, dat Anne van haar ouders een roodgeruit dagboek kreeg. Aanvankelijk schreef ze met tussenpozen. Een kleine maand na haar verjaardag nam de frequentie toe. Op 6 juli dook de familie Frank namelijk onder. Hun schuilplaats, een achterhuis van vader Franks kantoorpand, was niet enkel voor hen, maar ook voor de zakenpartner van Otto Frank, Hermann Van Pels en zijn gezin op voorhand ingericht. Vier maanden later kregen de twee families het gezelschap van Fritz Pfeffer. Levensmiddelen kregen de acht onderduikers van personeelsleden van Otto Franks bedrijven.

Verstopt in het achterhuis schreef de puberende Anne verhaaltjes, schreef mooie zinnen uit boeken over, en hield haar dagboek bij. Haar dagboek werd al gauw heel belangrijk en een dagelijks ritueel. Enkel in haar dagboek kon zij haar opkomende gevoelens voor Peter Van Pels, de zoon van Hermann kwijt. En haar strubbelingen met haar moeder. Anne droeg haar dagboekaantekeningen altijd aan iemand op. Deze imaginaire vriendinnen waren meer dan waarschijnlijk personages uit boeken.

“Ik weet dat ik kan schrijven. Een paar verhaaltjes zijn goed, m’n Achterhuisbeschrijvingen humoristisch, veel uit m’n dagboek spreekt, maar…of ik werkelijk talent heb, dat staat nog te bezien.”

5 april 1944

Een roman over het achterhuis.

Twee jaar later, in mei 1944 kreeg Anne het idee om een roman te schrijven over het achterhuis, want ze wou iets doen met haar schrijftalent na de oorlog. Ze droomde van een carrière als schrijfster of journaliste. Dus begon ze met het herschrijven van haar dagboek voor publicatie op grote losse vellen papier. Bij het herschrijven sneuvelde hele stukken tekst. Iedereen in het achterhuis kreeg van Anne een pseudoniem. Voor haar eigen familie had ze de familienaam Robin bedacht. Ook droeg ze haar aantekeningen consequent op aan één persoon, namelijk Kitty. Hoewel ze ijverig doorwerkte, kreeg ze haar schrijfproject niet rond. Het laatste wat ze herschreef was 29 maart 1944.

Op de ochtend van 4 augustus 1944 werden de onderduikers in het achterhuis ontdekt en afgevoerd. Twee kantoormedewerkers, Miep Gies en Bep Voskuijl vonden na de razzia Annes dagboekpapieren. Miep Gies bewaarde ze zorgvuldig en bezorgde ze aan Otto Frank na de oorlog. Alleen Otto Frank had de kampen overleefd. Alle anderen vonden de dood. Anne stierf aan tyfus; ze was vijftien. Ze was een van meer dan een miljoen joodse kinderen, die stierven tijdens de Holocaust.

De publicaties.

Dankzij de overtuigingskracht van vrienden en familieleden, bood Otto Frank Annes aantekeningen voor publicatie aan. Voor de editie van 1947 van ‘Het Achterhuis’ had Otto Frank noodgedwongen de oorspronkelijke aantekeningen en de herschreven versie van Annes aantekeningen gecombineerd. Van de oorspronkelijke aantekeningen ontbrak immers een heel jaar. Ook behield hij de door Anne bedachte pseudoniemen voor de andere onderduikers en hun helpers. ‘Het Achterhuis’ kreeg direct positieve recensies, en groeide al snel uit tot hét verhaal van de Tweede Wereldoorlog.

In 1986 verscheen de wetenschappelijke editie van ‘Het Achterhuis’. Deze editie heeft de bewaard gebleven originele aantekeningen, de door Anne herwerkte versie, en de versie die de meeste lezers kennen, namelijk de door Otto Frank samengestelde versie. De versie van Otto Frank is allicht nog steeds de meest gelezen, want de ongecensureerde versie van 1991 is voor sommige jeugdige Amerikaanse lezers een verboden vrucht.

Bron: Wikipedia en het Anne Frank Museum

Het verborgen stadspaleis van Elizabeth de Waal

De wereld van de oude Oostenrijkse adel.

Marie-Theres Larsen, een jong Amerikaans meisje uit de betere kringen is overleden aan de gevolgen van een schot. Juffrouw Larsen was op bezoek bij haar familie in Oostenrijk en was verloofd met de Griekse miljonair, Theophil Kanakis. Niet lang na de tragische dood van het meisje in 1954 werd het Staatsverdrag tussen Oostenrijk en de vier bezettingsmachten getekend. Dankzij het Staatsverdrag werd Oostenrijk hersteld in zijn soevereiniteit en kon het herstellen van de gebeurtenissen van de voorbije zeventien jaar: de Anschluss, de Tweede Wereldoorlog en de bezetting door de geallieerden.

‘Het verborgen stadspaleis’ vertelt het verhaal van een jong naïef meisje dat in een – voor haar- vreemd, ingewikkeld land de dood vindt. Marie-Theres Larsen is niet de enige die in het voorjaar van 1953 vanuit de Verenigde Staten aankomt in Oostenrijk. Haar aankomst valt ongeveer samen met de terugkeer van de Grieks-Amerikaanse miljonair Theopfil Kanakis. Kanakis gaat bij aankomst in zijn geboortestad Wenen op zoek gaat naar een stadspaleis. In dit stadspaleis wil Kanakis intieme avonden houden voor Weense artiesten, de intelligentsia en de gegoede klasse. Dan is er ook nog Kuno Adler, een joodse professor. In tegenstelling tot zijn gezin kon professor Adler nooit wennen aan zijn nieuw leven in de VS. Terug thuis krijgt Adler zijn oude vooroorlogse positie terug, maar trekt aan het kortste eind.

Wenen, anno 1953, lijkt zijn recent verleden vergeten te zijn. De bannelingen die terugkeren kennen de recente geschiedenis maar al te goed. Hun misnoegen, bedenkingen en herinneringen vinden hun weerklank in details. Die details zitten verweven in volzinnen en beschrijvingen, en raken dikwijls aan politieke of sociaal-maatschappelijke thema’s. Zo leer je dat professeur Adler zich altijd bewust was van het alles vergiftigde Amerikaanse antisemitisme, als hij met de trein op weg is naar Oostenrijk en terugdenkt aan zijn tijd in de VS. Hoewel Adlers verhaal niets te maken heeft met Marie-Theres’ verhaal, raken hun levens elkaar onrechtstreeks toch.

‘Het verborgen stadspaleis’ is niet altijd geslaagd, maar is niettemin een interessant tijdsdocument van een duidelijk erudiete schrijfster. de Waals stijl en woordkeuze heeft iets ouderwets en charmant. Het past wonderwel bij de wereld waarin ‘Het verborgen stadspaleis’ zich grotendeels afspeelt, namelijk die van de oude Oostenrijkse adel en steenrijke miljonairs. Geboren als barones Ephrussi behoorde Elizabeth de Waal immers zelf tot de Oostenrijkse adel. De familie Ephrussi was een steenrijke Russisch-Joodse familie van Griekse origine. Met de Anschluss in 1938 werd de Weense bank Ephrussi, net als alle bezittingen van de familie onteigend. Elizabeth de Waal was het grootste deel van haar leven een banneling en immigrant. Haar kleinzoon Edmund de Waal vertelt haar leven onder meer in ‘De haas met de amberkleurige ogen’.

 

Oorspronkelijke titel: The Exiles Return.
Jaar van publicatie: 2013.