De barmhartige terroriste van Doris Lessing

recensie (2) (1)

Krakers op zoek naar de revolutie.

Met ‘De barmhartige terroriste’ uit 1986 geeft Lessing ons een buitengewone inkijk in het leven van een groep Londense krakers. Zij doet dit vanuit het perspectief van Alice Mellings, de barmhartige terroriste van de titel. Als het verhaal begint komt Alice samen met Jasper aan in een kraakpand, dat op slopen staat.

Zoals altijd begint Alice onmiddellijk met het bewoonbaar maken van het pand. Ze weet dingen voor elkaar te krijgen en te regelen, waarbij ze zonder verpinken manipuleert en steelt van haar ouders. Niet alle krakers zijn opgezet met haar bemoeienissen, maar ze weet de meeste voor haar te winnen. Net als Alice zijn de meeste lid van het Communist Centre Union en willen ze het IRA benaderen om hun diensten aan te bieden als een in Engeland gestationeerde eenheid. Ze zijn immers op zoek naar de revolutie en willen hun radicale opvattingen in daden omzetten.

Als blijkt dat het IRA hun hulp niet wil, willen ze zichzelf bewijzen. Maar zijn ze wel competent genoeg om een bomaanslag te plegen? Omdat Alice beschouwd wordt als de ‘moeder’ van de groep, wordt zij niet betrokken bij de plannen om een bomaanslag te doen. Hoewel ze interesse toont, komt ze niet geloofwaardig over in haar politieke ambities. Zij is goed in dingen voor elkaar krijgen en zorgen voor andere hun natje en droogje, maar haar pogingen om andere te begrijpen en te helpen loopt steevast verkeerd af. Haar relaties zijn dan ook complex.

Kortom: ‘De barmhartige terroriste’ is in de eerste plaats een knappe karakterstudie van een -voor Lessing typisch- onsympathiek hoofdpersonage. In de tweede plaats is het een diepgaande observatie van de onderlinge verhoudingen binnen een groep beroeps- en gelegenheidskrakers. En ten derde geeft ‘De barmhartige terroriste’ stof tot nadenken over politieke en maatschappelijke revoluties en omwentelingen.

De kleren die wij dragen van Linda Grant

recensie (2) (1)

Kleren als hulpmiddel.

Vivien Kovacs’ vader is vorige week overleden. Op weg naar Benson Court en de flat van haar vader moet Vivien omlopen. Zo komt ze voor het eerst sinds jaren voorbij de kledingwinkel in Seymour Street. Ze ziet het trieste bordje dat de opheffing aankondigt. Achter de toonbank staat Eunice. Het is dertig jaar geleden sinds ze haar voor het laatst zag. In een impuls stapt ze naar binnen. Eunice herkent haar en bezorgt haar een koopje. Tijdens het afrekenen loopt het mis. De oude wrijvingen tussen beide zijn intussen naar boven gekomen. Voor Eunice is Vivien nog steeds het bemoeizieke nichtje van haar grote liefde, Sándor Kovacs en de oorzaak van zijn voortijdige dood.

Aangekomen in de flat van haar vader loopt Vivien naar de kleerkast van haar moeder. Hier vindt ze de doos met de serie cassettebandjes en de vellen papier waarop ze het leven van haar oom had uitgetikt. Haar oom had haar in dienst genomen, om haar zijn leven en dat van haar familie te vertellen. Via hem kreeg ze op haar vijfentwintigste een identiteit. Ze voelde zich meer verwant met hem, dan met haar vader.

Haar ouders waren rare excentrieke Oost-Europeanen met wonderlijke opvattingen. Als jongvolwassene had Vivien het daar moeilijk mee. Haar ouders leefden als muizen teruggetrokken in hun flatje. Een flatje, waar ze bij aankomst in Londen ingetrokken waren, en waar ze heel hun leven bleven wonen. Ze lieten hun dochter dopen in de Anglicaanse kerk, gaven haar echter nooit een sok om haar kerstcadeaus in te steken, want zij waren joods.

In ‘De kleren die we dragen’ krijg je een verhaal volgens een gekend stramien: vrouw van middelbare leeftijd kijkt terug op haar leven naar aanleiding van de dood van haar vader. Centraal staat die zomer, waarin ze haar oom leerde kennen en een moeilijke periode doormaakte. Een zomer waarin ook het extreemrechtse National Front opkwam. Uiteraard legt de auteur een link met wat Viviens oom tijdens de Tweede Wereldoorlog in Hongarije had meegemaakt, maar louter om Viviens gedrag te duiden, want het oorlogsgegeven blijft op de achtergrond. Eigenlijk vertelt ‘De kleren die we dragen’ een coming of age verhaal, waarin kleding een hulpmiddel is om iemand anders te worden: de hippie, de punker, de skinhead. Het is iets dat ervoor zorgt dat je ergens bij kan horen. Een belangrijk gegeven overigens in de tijd waarin het verhaal zich grotendeels afspeelt, namelijk de jaren zeventig in Londen. Een roerige periode, waarin een jonge vrouw zichzelf probeert te vinden, vaak aan de zelfkant van de maatschappij, net als haar oom. Ondanks die kleren kan zij echter niets veranderen aan de kleur van haar huid.

Naast de zoekende Vivien, het ik-personage, is ‘De kleren die we dragen’ een verhaal over de confrontatie tussen twee broers. Niet alleen weet de schrijfster de sfeer van die tijd en de familiedynamiek weer te geven, ze weet je ook in haar prachtig geschreven en heerlijk vertelde roman aan te zetten tot denken.

“Weet je, je bent een vrouw die graag om de vijf minuten een ander gezicht opzet, alsof jij een nieuwe jurk aantrekt, terwijl dat helemaal niet hoeft, want jij bent zo mooi van jouzelf, met jouw eigen gezicht.”

The Clothes On Their Backs, 2008

Het portret van Dorian Gray van Oscar Wilde

Het immorele leven van Dorian Gray.

Adonis Dorian Gray mag het schilderij dat zijn vriend en schilder Basil Hallward maakte, houden. Bij het zien van het schilderij uit Dorian de wens dat hij zijn schoonheid en jeugd mag behouden, en dat het schilderij de smet van ouderdom, zonden en hartstochten mag dragen. Zijn wens wordt verhoord. Zijn geschilderd evenbeeld wordt niet alleen ouder maar weerspiegelt ook zijn immorele en kwaadaardige ziel omdat Dorian zich op alle duivelse geneugten van het leven stort. Komt Dorian tot inzicht? En zo ja, tegen welke prijs?

‘Het portret van Dorian Gray’ deed me vooral denken aan Faust, de wetenschapper die in ruil voor alle rijkdom, kennis en geneugten van het leven zijn ziel aan de duivel verkoopt. De insteek voor dit verhaal is anders en aangepast aan zijn tijd.

Het verhaal riep bij mij twee gevoelens op: genot en ergernis. Sommige stukken van het verhaal lezen vlot, andere moeizaam. Maar zelfs in de moeizame stukken zit genot in de vorm van mooie poëtische taal. Bovendien vond ik op bijna elke pagina wel een citaat dat tot nadenken stemt. Veel van die citaten kende ik. Blijkbaar komen de meeste citaten, toegeschreven aan Oscar Wilde uit ‘Het portret van Dorian Gray’. Wat vooral leesgenot gaf, was de wijze waarop het verhaal verteld wordt. ‘Het portret van Dorian Gray’ is een mooi voorbeeld van een gothic novel, een genre dat ik enorm weet te waarderen.