De val van Stone van Iain Pears

Ingenieuze en intrigerende puzzel.

Parijs, 1953. Voormalig BBC-journalist Matthew Braddock woont de begrafenis bij van Virginie Robillard. Op de begrafenis wordt Matthew aangesproken door Harold Whitely van de firma Henderson, Lansbury, Fenton. 

Whitely vond onlangs een verzegeld pak, dat deel uitmaakte van de nalatenschap van Henry Cort. Het pakje mocht enkel aan Matthew Braddock bezorgd worden na de dood van Virginie Robillard. Matthew kende Virginie overigens als lady Elizabeth Ravenscliff, alias Rooie Jenny. 

Londen, 1909. De laatste baron Ravenscliff, John Stone, valt uit een raam van zijn huis, zijn dood tegemoet. Zijn jonge weduwe huurt de jonge journalist Matthew Braddock in. Braddock zou voor haar op zoek moeten gaan naar een kind van Stone. Het bestaan van dit kind werd pas in Stones testament bekend gemaakt. Als cover voor zijn onderzoek naar dit kind moet Braddock een boek over John Stone schrijven. Hij krijgt daar zeven jaar voor. 

Maar Matthew heeft noch het boek afgewerkt noch het kind gevonden. Dankzij de documenten, die Henry Cort hem achterliet, krijgt Matthew eindelijk de antwoorden op zijn vele onbeantwoorde vragen. Voor de lezer begint dan de echte pret met ‘De val van Stone’. Want het eerste deel met Matthew Braddock is weliswaar interessant, maar weet niet helemaal te overtuigen. Vooral het einde van het eerste deel voelt kort door de bocht aan.

Van een heel ander kaliber is het tweede deel, wat beduidend spannender is dan het eerste. Verteller van dienst is spion en ex-bankier, Henry Cort. Net als in het eerste deel is er een belangrijke rol weggelegd voor Elizabeth Ravenscliff. John Stone blijft wat onderbelicht, maar niettemin leer je het financiële genie beter kennen. En als je dan denkt dat je alles over Stone weet, pakt Pears uit met Stones verhaal in het derde deel. Het derde deel heeft een meer melancholisch karakter, wat nog versterkt wordt door de setting in het Venetië van de negentiende eeuw. Dit deel maakt uiteindelijk de onzichtbare link tussen Stones verleden, zijn mysterieuze kind en zijn val uit het raam. En hiermee is de cirkel uiteraard rond. 

Kortom, ‘De val van Stone’ is een ingenieuze en intrigerende puzzel, die aan sterkte wint naarmate je vordert in het verhaal. Zonde van het kleffe einde, maar niettemin een grandioos boek. 

Oorspronkelijke titel: Stone’s Fall.
Datum van publicatie: 2009.

New Grub Street van George Gissing

Over de meedogenloze literaire markt.

Je moet beroemd worden voor je op de aandacht kunt rekenen die je beroemd maakt. Met andere woorden, je moet eerst een reputatie verwerven. Dan pas luistert men onbevooroordeeld naar wat je faam zou rechtvaardigen. Jasper Milvain is daar een fraai voorbeeld van. Je kent hem. Hij weet de juiste mensen aan te spreken en rond zijn tafel te verzamelen. Dat laatste is ook wel de verdienste van zijn weergaloze gade, Amy. Hun huis in Bayswater is niet groot. Maar het voldoet als tijdelijk verblijf voor een jonge letterkundige, die grotere dingen mag verwachten. Let wel, het is niet Jaspers ambitie om romanschrijver te worden, maar redacteur van een belangrijk literair tijdschrift. Je kan hem geen ongelijk geven, want de meeste romanschrijvers verdienen amper het zout op hun patatten (*). Alleen een enkeling, zoals Charles Dickens, kan royaal van zijn pen leven.

Wist je dat Jasper ooit verloofd was met Marian Yule? Ik weet dit uit goede bron. Curieus, niet waar! Moedige vrouw, die Marian. Zoals zij de zorg op zich nam van haar ouders. Geen evidentie, want haar oude heer – God hebben zijn ziel – was een onaangenaam sujet. Herinner je je nog dat bijtend stuk van de oude Yule over Lord Herbert of Cherbury? Vast wel, want het zette kwaad bloed. Maar Marian was niet de juiste partij voor die ambitieuze Jasper.

Mevrouw Milvain is trouwens niemand minder dan Amy Reardon, de weduwe van de onfortuinlijke Edwin Reardon. Kwalijke geschiedenis, die geschiedenis van Reardon. Eigenlijk was de man niet in de wieg gelegd voor romanschrijver. De omstandigheden hadden een romanschrijver van hem gemaakt. Wie zijn brood met literatuur wil verdienen, moet zich namelijk onvermijdelijk bezig houden met fictie. Met zijn eerste romans had Reardon een bescheiden lezerskring opgebouwd. Amy Yule trouwde dus met een veelbelovend schrijver. Maar helaas, het mocht niet zijn! De centen dreef Reardon tot het maken van minderwaardige broodschrijverij (= Grub Street). Hij verloor zijn lezerskring, faam en zijn vrouw. Zijn huwelijk was niet opgewassen tegen de grimmige metgezellen van elke broodschrijver: armoede en honger.

Zoals je weet, is de literaire markt meedogenloos en gebonden aan smaak. Schrijvers zijn ware martelaren van de pen. Menig schrijver sneuvelt. Neem nou, Harold Biffen. Zijn realistische roman, ‘Mijnheer Bailey, kruidenier’ werd neergesabeld. De Fransen weten tenminste een realistische roman te waarderen, de Engelsen daarentegen willen sensatie of melodrama. Geen wonder, dat het realistische werk van George Gissing (1857-1903) niet de waardering kreeg, die het verdiende. Zijn ‘New Grub Street’ over de situatie van letterkundigen in zijn tijd is nochtans een werkelijk voortreffelijk staaltje van geestig vermaak met de grote L van literatuur.

Bij alle goden, mag ‘New Grub Street’ voor eeuwig en altijd menig bibliotheek sieren en menig lezer vervoeren!

(*) Het zout op je patatten (aardappelen) verdienen is een typisch Vlaamse uitdrukking. In Nederland verdient men (niet) het zout in zijn pap.

Oorspronkelijke titel: New Grub Street.
Datum van publicatie: 1891.

Hotel Claremont van Elizabeth Taylor

Laatste station voor het verpleeghuis. 

Ondanks al haar gebeden was haar man gestorven. Laura Palfrey staat er nu alleen voor. Toen zij bij haar dochter Elizabeth in Schotland logeerde, zag zij een advertentie in de zondagskrant. Verlaagde wintertarieven. Uitstekende keuken. Nu is zij per taxi onderweg naar Hotel Claremont. Als het er niet prettig is, hoef ik er niet te blijven, neemt Laura zich voor. Alleszins straalt het hotel fatsoen uit. Dat is al iets. Gelukkig is de taxichauffeur zo galant om haar te helpen met haar bagage, want de portier geeft geen teken van leven. De receptioniste is vriendelijk maar koel, alsof ze voor een verpleeghuis werkt.

Eigenlijk is Hotel Claremont het laatste station voor het verpleeghuis. Mevrouw Palfrey is niet de enige op leeftijd, die in het hotel haar ‘permanente’ intrek neemt. Niet dat er zo veel verschil is met een verpleeghuis, maar de oudjes hebben tenminste de illusie van grandeur. In Hotel Claremont kunnen ze koketteren met hun chique kleren. Mevrouw Palfrey en haar leeftijdgenoten behoren immers tot de generatie, die de stiff upper lip mentaliteit met de paplepel meekreeg. Zij zijn opgevoed tot burgers van het Grote Britse rijk, dat intussen tot het verleden behoort. In de jaren zestig waar ze nu zijn aanbeland, zijn die grote Engelse waarden – net als het hotel – in verval. Jonge mannen hebben veel te lang haar en lijken werkschuw. De tijdsetting heeft wel degelijk zijn belang voor het verhaal. Vertelt ‘Hotel Claremont’ daardoor dan een gedateerd verhaal? Verre van.

‘Hotel Claremont’ is een herkenbaar en diepmenselijk verhaal. Het vertelt namelijk het verhaal van hoe het is om oud te zijn. De laatste levensjaren zag Taylor, net als de eerste levensjaren, als hard werken. Aan het begin van je leven leer je elke dag iets bij. Op het einde van je leven verlies je elke dag iets nieuw. Ook moet je blijven doorgaan, ondanks de pijnlijke spataderen en andere kwalen. Hulpbehoevendheid betekent immers het verpleeghuis. Dood gaan in Hotel Claremont is uitgesloten. Dit genereert slechte reclame. Echt blij is de hoteleigenaar niet met de vier oude dametjes en de oude heer, die zijn hotel uitgekozen hebben om hun oude dag te slijten. Zeker niet, als zij dan ook nog brieven schrijven naar de krant, zoals meneer Osmond doet.

Een oude mensenhand is nochtans net als een kinderhand snel gevuld. Onverwachte gebeurtenissen en uitjes ontlokken een haast kinderlijke vreugde, en vooral een welgekomen onderbreking in hun veel te lange dagen. Naast al die kommer en kwel, dat hoort bij het oud zijn, is er de opmerkelijke vriendschap tussen mevrouw Palfrey en Ludo. De jonge aankomende schrijver, pikt mevrouw Palfrey letterlijk op van de straat. Hun vriendschap zorgt naast vlinders in de buik voor haar, ook voor de nodige luchtige en vrolijke noten in ‘Hotel Claremont’. Zeker als Ludo, op vraag van mevrouw Palfrey de plaats inneemt van haar vervelende kleinzoon Desmond. Taylors schrijfstijl is overigens onmiskenbaar Brits, waardoor de humor nooit ver weg is. Een traan en een lach is wat op het menu staat voor de lezer in ‘Hotel Claremont’.

Oorspronkelijke titel: Mrs. Palfrey at the Claremont.
Jaar van publicatie: 1971.