Hotel Claremont van Elizabeth Taylor

Laatste station voor het verpleeghuis. 

Ondanks al haar gebeden was haar man gestorven. Laura Palfrey staat er nu alleen voor. Toen zij bij haar dochter Elizabeth in Schotland logeerde, zag zij een advertentie in de zondagskrant. Verlaagde wintertarieven. Uitstekende keuken. Nu is zij per taxi onderweg naar Hotel Claremont. Als het er niet prettig is, hoef ik er niet te blijven, neemt Laura zich voor. Alleszins straalt het hotel fatsoen uit. Dat is al iets. Gelukkig is de taxichauffeur zo galant om haar te helpen met haar bagage, want de portier geeft geen teken van leven. De receptioniste is vriendelijk maar koel, alsof ze voor een verpleeghuis werkt.

Eigenlijk is Hotel Claremont het laatste station voor het verpleeghuis. Mevrouw Palfrey is niet de enige op leeftijd, die in het hotel haar ‘permanente’ intrek neemt. Niet dat er zo veel verschil is met een verpleeghuis, maar de oudjes hebben tenminste de illusie van grandeur. In Hotel Claremont kunnen ze koketteren met hun chique kleren. Mevrouw Palfrey en haar leeftijdgenoten behoren immers tot de generatie, die de stiff upper lip mentaliteit met de paplepel meekreeg. Zij zijn opgevoed tot burgers van het Grote Britse rijk, dat intussen tot het verleden behoort. In de jaren zestig waar ze nu zijn aanbeland, zijn die grote Engelse waarden – net als het hotel – in verval. Jonge mannen hebben veel te lang haar en lijken werkschuw. De tijdsetting heeft wel degelijk zijn belang voor het verhaal. Vertelt ‘Hotel Claremont’ daardoor dan een gedateerd verhaal? Verre van.

‘Hotel Claremont’ is een herkenbaar en diepmenselijk verhaal. Het vertelt namelijk het verhaal van hoe het is om oud te zijn. De laatste levensjaren zag Taylor, net als de eerste levensjaren, als hard werken. Aan het begin van je leven leer je elke dag iets bij. Op het einde van je leven verlies je elke dag iets nieuw. Ook moet je blijven doorgaan, ondanks de pijnlijke spataderen en andere kwalen. Hulpbehoevendheid betekent immers het verpleeghuis. Dood gaan in Hotel Claremont is uitgesloten. Dit genereert slechte reclame. Echt blij is de hoteleigenaar niet met de vier oude dametjes en de oude heer, die zijn hotel uitgekozen hebben om hun oude dag te slijten. Zeker niet, als zij dan ook nog brieven schrijven naar de krant, zoals meneer Osmond doet.

Een oude mensenhand is nochtans net als een kinderhand snel gevuld. Onverwachte gebeurtenissen en uitjes ontlokken een haast kinderlijke vreugde, en vooral een welgekomen onderbreking in hun veel te lange dagen. Naast al die kommer en kwel, dat hoort bij het oud zijn, is er de opmerkelijke vriendschap tussen mevrouw Palfrey en Ludo. De jonge aankomende schrijver, pikt mevrouw Palfrey letterlijk op van de straat. Hun vriendschap zorgt naast vlinders in de buik voor haar, ook voor de nodige luchtige en vrolijke noten in ‘Hotel Claremont’. Zeker als Ludo, op vraag van mevrouw Palfrey de plaats inneemt van haar vervelende kleinzoon Desmond. Taylors schrijfstijl is overigens onmiskenbaar Brits, waardoor de humor nooit ver weg is. Een traan en een lach is wat op het menu staat voor de lezer in ‘Hotel Claremont’.

 

Oorspronkelijke titel: Mrs. Palfrey at the Claremont.
Jaar van publicatie: 1971.

Onze zielen bij nacht van Kent Haruf

Over ouderen en relaties.

“En toen was er de dag dat Addie Moore bij Louis Waters langsging. Het was op een avond in mei, vlak voordat het helemaal donker was.”

Addie Moore woont al vierenveertig jaar in haar huis in Holt, Colorado. Haar man is al jaren dood. Zij is eenzaam. Vooral de nachten duren lang voor de zeventigjarige Addie. Zij slikt pillen om te kunnen slapen en dan nog ligt ze uren te lezen. Op een dag gaat zij langs bij Louis Waters. Zijn vrouw is ook al jaren dood. Addie stelt Louis voor om af en toe bij haar te komen slapen. Niet voor de seks, maar om de nacht door te komen. Zij hoopt terug te kunnen slapen als er iemand bij haar in bed ligt. Louis is geschokt maar wil erover nadenken. De volgende dag gaat hij naar de kapper en belt hij Addie op.

Na die eerste keer gaat Louis bijna dagelijks naar Addie. Ze hebben veel om over te praten. Zowel Louis als Addie hebben het nodige meegemaakt in hun huwelijk. Louis’ bezoeken aan Addie blijven niet onopgemerkt in het kleinstedelijke Holt, maar dat hadden ze voorzien. Hun kinderen, dat is andere koek.

Holly Waters beklaagt zich al snel over haar vaders gênante en puberale gedrag. Maar Louis weet het met Holly op een akkoordje te gooien: hij moeit zich niet met haar leven en zij moeit zich niet met het zijne. Addies zoon, Gene heeft zijn eigen problemen. Zijn zaak dreigt failliet te gaan en zijn vrouw heeft hem en zijn zoontje Jamie verlaten. Gene vraagt Addie om Jamie tijdelijk in huis te nemen. Als hij via zijn zesjarige zoontje te weten komt dat Addie en Louis het bed delen, heeft hij een machtig wapen in handen om hun relatie een halt toe te roepen. Maar kunnen Louis en Addie hun relatie zomaar beëindigen?

‘Onze zielen bij nacht’ schreef Kent Haruf vlak voor zijn dood op 71-jarige leeftijd. De Amerikaanse schrijver was gekend voor zijn sobere stijl. Er staat dan ook geen woord te veel in dit originele en ontroerende verhaal. En geen leesteken te veel. Aanhalingstekens bij dialogen zijn gewoon weggelaten, wat ‘Onze zielen bij nacht’ een bijzonder karakter geeft. Op het einde krijg je een brok in je keel, maar toch eindigt het met een positieve noot.

Our Souls at Night, 2015</e

In het beloofde land van Sebastian Barry

De biecht van Lilly Dunne.

De 89-jarige Lilly Dunne heeft een hekel aan schrijven. Na de zelfmoord van haar enige kleinzoon besluit ze om haar herinneringen op papier te zetten. Na haar schriftelijk biecht gaat ze een eind aan haar leven maken, want ze kan niet leven zonder haar kleinzoon Bill. Eigenlijk is haar leven een aaneenrijging geweest van mannen die ze op een of andere manier verloor: haar broer, haar eerste lief, haar man, haar zoon, haar voormalige vriend en nu Bill. De rode draad doorheen haar verhaal is oorlog, angst en liefde.

“Er zijn veel braamstruiken geweest op haar pad, maar die heeft ze weten te ontwijken.”

Net als bij ‘De geheime schrift‘ had ik het aanvankelijk moeilijk met ‘In het beloofde land’. Lilly’s verhaal begint nogal fragmentarisch en verwarrend. Na een paar hoofdstukken zat ik in het verhaal en kon ik het moeilijk neerleggen. Initieel lijken er overeenkomsten te zijn met ‘De geheime schrift’, maar Lilly Dunne vertelt een heel ander soort verhaal. Bovendien heeft Lilly een andere stem en persoonlijkheid dan de honderdjarige Roseanne McNulty. Terwijl ik overspoeld werd door het drama in Roseannes verhaal werd ik hier achterhaald door het drama, want ik besefte maar pas nadat ik het boek had uitgelezen waarom Lilly het heeft over een biecht.

Hoewel Lilly ronduit is, is er veel dat ze niet vertelt en dat je als lezer zelf kan invullen. En toch is alles waar het in essentie om draait terug te brengen tot één zin. Een zin die Lilly bijna helemaal op het einde zegt. En dat tegelijkertijd ook behoort tot de biecht van iemand in haar directe omgeving. Die biecht komt geheel onverwacht, net op een moment dat alles vertelt lijkt te zijn. Net als ‘De geheime schrift’ draagt de poëtische manier van schrijven van Barry sterk bij tot de sfeer van het verhaal, vooral in het laatste hoofdstuk. De zon, het licht, het duister….het zijn personages op zich.

‘In het beloofde land’ begint aarzelend, maar bloeit open tot een machtig boek.

 

Oorspronkelijke titel: On Canaan’s Side.
Jaar van publicatie: 2011.