De Borgesiaanse grenzen van de verbeelding

Labyrinten, een oneindige bibliotheek, blindheid en vervalste manuscripten — Umberto Eco ontleende voor De naam van de roos veel aan het werk en leven van de Argentijnse schrijver Jorge Luis Borges. Onder het pseudoniem H. Bustos Domecq schreef Borges zelf detectives, al draaiden die nooit om de vraag wie het gedaan had. Voor hem ging het misdrijf over de betekenis ervan binnen een onbegrijpelijk universum. Daarmee schoof hij het genre een andere richting uit.

Borges beïnvloedde daarnaast de moderne fantasy, sciencefiction en speculatieve fictie. Zijn werk speelde een sleutelrol in de opkomst van de Latijns-Amerikaanse literatuur in de tweede helft van de twintigste eeuw. Dankzij hem werd die literatuur wereldwijd serieus genomen en gezien als vernieuwend. Hij effende zo de weg voor schrijvers als Gabriel García Márquez, Julio Cortázar en Mario Vargas Llosa.

Het Nobelprijscomité in Zweden erkende zijn vernieuwingen en nomineerde hem ruim dertig jaar lang voor de Nobelprijs voor Literatuur. Toch kreeg Borges de prijs nooit, tot zijn grote teleurstelling.

De bibliotheek van zijn vader

Jorge Francisco Isidoro Luis Borges Acevedo werd op 24 augustus 1899 geboren in een welgesteld middenklassegezin in Buenos Aires. Tot zijn elfde kreeg hij thuisonderwijs, en net als zijn vader werd hij tweetalig opgevoed in Spaans en Engels. Hij las Shakespeare in het Engels toen hij twaalf was. Zijn vader bezat een Engelse bibliotheek van meer dan duizend boeken — iets waar Borges later over zei dat het “de belangrijkste gebeurtenis in mijn leven” was. Op zijn zevende wist Borges dat hij schrijver wilde worden, iets wat zijn ouders niet meer dan vanzelfsprekend vonden. Hun gezin ademde taal en literatuur.

Borges’ moeder, Leonor Acevedo Suárez, werkte als literair vertaler. Zijn vader, Jorge Guillermo Borges, vertaalde Engelse teksten voor zijn eigen intellectuele plezier. Daarnaast werkte Borges sr. afwisselend als leraar Engels, privéleraar voor welgestelde families en schrijver van essays en verhalen.

Op tienjarige leeftijd vertaalde Borges jr. Oscar Wildes De Gelukkige Prins in het Spaans. Het werd gepubliceerd in een lokaal tijdschrift. Zijn vrienden dachten toen dat de echte auteur zijn vader was.

De Europese literatuur en zijn invloed

In 1914 reisde het gezin naar Europa en vestigde zich, na Parijs en Italië te hebben bezocht, in Genève. Hier kreeg Borges sr. een betere behandeling voor zijn erfelijke oogziekte. Tegelijk kregen zijn kinderen een internationale opleiding. Voor Borges jr. werd Genève een tweede beslissende intellectuele leerschool: hij leerde Frans, Duits en Latijn, ontdekte de Franse symbolisten en vond een intellectueel klimaat dat zijn latere werk diep zou kleuren.

Vijf jaar later verhuisde de familie naar Spanje, waar de jonge schrijver in spé de Spaanse klassieken ontdekte en aansluiting vond bij het avant-gardistische milieu.

De bibliotheek in Borges’ leefwereld

Toen het gezin in 1921 terugkeerde naar Buenos Aires, verwierf Borges al snel een plek in de vernieuwende Argentijnse literatuur. Ook was hij betrokken bij de oprichting van modernistische literaire tijdschriften.

De bibliotheek werd de leidraad in zijn leven en zijn oeuvre. Wat in zijn jeugd een vanzelfsprekende omgeving was, werd in zijn fictie een denkwereld waarin kennis, orde en chaos samenkwamen. De bibliotheek van Babel is daarvan het bekendste voorbeeld, maar het motief loopt als een rode draad door zijn hele oeuvre — van fictie tot essays en gedichten.

In zijn professionele leven combineerde hij het schrijversschap en zijn vertaalwerk met een baan in de stadsbibliotheek. Daar liep hij een ernstige hoofdwond op, een incident dat zijn langzaam toenemende blindheid in gang zette.

De bibliotheek die hij niet kon zien

In 1946, een jaar nadat Perón aan de macht was gekomen, verloor Borges zijn baan in de stadsbibliotheek; hij had namelijk manifesten tegen Perón getekend. Na de val van Perón in 1955 werd hij hoofd van de nationale bibliotheek, een jaar later hoogleraar in de Literatuur aan de Universiteit van Buenos Aires en voorzitter van de Argentijnse schrijversbond.

Het was een ironische wending: op het moment dat hij toegang kreeg tot een van de grootste bibliotheken van het land, was hij vrijwel volledig blind. Borges sprak later over “de vijfhonderdduizend boeken” die hem omringden, maar die hij niet langer kon lezen — een paradox die zijn werk nog sterker doordesemde met motieven van kennis, duisternis en oneindigheid.

Zijn blindheid betekende niet het einde van zijn carrière als schrijver. Hij bleef tot vlak voor zijn dood actief als schrijver, maar schreef meer poëzie dan proza – dat was makkelijker te onthouden en te dicteren. Sowieso had hij al vroeg zijn werk aangepast aan zijn visuele handicap: hij schreef vooral korte fabels, essays en verhalen, omdat die minder oogwerk vroegen. In de volledige duisternis vertrouwde hij op zijn herinneringen en zijn verbeelding.

Internationale erkenning

Zijn werk had intussen internationale erkenning gekregen. In 1944 was hij internationaal doorgebroken met de verhalenbundel Ficciones (Fantastische verhalen). In 1961 kreeg hij de eerste Internationale Formentorprijs, die hij deelde met Samuel Beckett. Dankzij talrijke Engelse vertalingen en het succes van Honderd jaar eenzaamheid van Gabriel García Márquez groeide Borges’ roem uit tot wereldwijde proporties en ontving hij verschillende eredoctoraten. Ook ontving hij de Jeruzalemprijs voor de vrijheid van het individu in de maatschappij in 1971.

Ondanks zijn baanbrekende invloed op de wereldliteratuur, kreeg hij de Nobelprijs voor literatuur niet. Bij Borges speelden politieke redenen een rol. Zijn publieke optredens in de jaren zeventig lagen onder een vergrootglas bij het Nobelprijscomité. Vooral zijn bezoek aan Chili in 1976 viel slecht en werd gezien als een politieke steunbetuiging aan Augusto Pinochet. Borges zelf zag het bezoek als een formele beleefdheid. De Latijns-Amerikaanse intelligentsia nam het hem niet kwalijk; zij haalden hun schouders op en noemden Borges naïef op politiek gebied.

Blijvende plek in de wereldliteratuur

Borges wordt nog altijd genoemd als een schrijver die de Nobelprijs had moeten krijgen. Maar zijn werk overstijgt elke bekroning. Het toont hoe een auteur met een visuele handicap een eigen wereld kan blijven scheppen, vol labyrinten, denksporen en oneindige bibliotheken. Zijn verhalen nodigen uit om anders te kijken: om het vertrouwde te betwijfelen, het onbekende te omarmen en de grenzen van de verbeelding te verkennen.

Lees hier het verhaal achter De naam van de roos van Umberto Eco. Wat Eco over Borges suggereert in zijn debuutroman is een literaire interpretatie, geen letterlijke biografie. Net als vele Europese schrijvers zag Eco Borges als een dogmatische denker, terwijl hij in Latijns‑Amerika wordt gezien als een schrijver die de taal liet dansen.

Gepubliceerd door daniellecobbaertbe

Ik ben een nieuwsgierige lezer en schrijver. Op Boeken breng ik verhalen uit de wereld van de literatuur. Want verhalen openen deuren, verruimen blikken en verbinden ons met elkaar — los van geloof, achtergrond of etniciteit.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.