Een erfenis van spionnen van John Le Carré

1962. Alec Leamas is het hoofd van de West-Berlijnse afdeling van de Britse geheime dienst. Wanneer zijn laatste spion wordt geëlimineerd, wordt hij teruggeroepen naar Londen. Leamas hoopt op pensioen te gaan, maar zijn baas Control heeft andere plannen. Control wil dat Leamas het hoofd van de Oost-Duitse inlichtingendienst in diskrediet brengt, en de rol van dubbelspion op zich neemt. De operatie resulteert echter in de dood van Leamas, en die van een onschuldige vrouw, genaamd Liz Gold.

Decennia later spannen de kinderen van Leamas en Gold een proces aan tegen de Britse geheime dienst, MI6. De juristen van MI6 moeten toegang krijgen tot alle dossiers met betrekking tot operatie Windfall. De operatie van Alec Leamas kaderde namelijk in de misleidingsoperatie Windfall, die MI6 al eind jaren vijftig had opgezet tegen de Oost-Duitse inlichtingendienst. Maar in het archief ontbreken documenten. In plaats van Smiley naar Londen te laten komen om uitleg te geven over de ontbrekende dossiers en Operatie Windfall, laat MI6 Peter Guillam, Smileys loyale rechterhand, komen. Guillam moet zich verantwoorden voor zijn verleden en dat van zijn tijdgenoten ten opzichte van een jongere generatie MI6-medewerkers, die te jong zijn om de Koude Oorlog bewust te hebben meegemaakt.

In ‘Een erfenis van spionnen’ geeft ex-spion Peter Guillam, naar zijn beste kunnen een waarheidsgetrouwe beschrijving van zijn rol in operatie Windfall. ‘Een erfenis van spionnen’ is eigenlijk een vervolg op ‘Spion aan de muur’, de roman waarmee het allemaal begon voor Le Carré. Kennis van ‘Spion aan de muur’ is niet nodig, want Le Carré geeft voldoende informatie, hoewel het allicht aan te raden is om ‘Spion aan de muur’ te (her)lezen om meer te halen uit deze roman. Bovendien blijkt uit ‘Een erfenis van spionnen’, dat ze hun mol uit ‘Edelman bedelman schutter spion’ al eerder hadden kunnen neutraliseren.

Kortom er is een hoog gehalte aan nostalgie voor de fans van de George Smileyreeks. Voor de schrijver waren er duidelijk andere redenen waarom hij deze roman schreef. Wat Le Carré Smiley in ‘Een erfenis van spionnen’ laat zeggen met betrekking tot hun schimmige werk, geeft de titel van deze laatste Smileyroman een extra dimensie. ‘Een erfenis van spionnen’ is verhaaltechnisch volmaakt. Het enige puntje van kritiek is dat Guillam zijn relaas soms aandikt met fragmenten uit briefwisseling en delen uit dossiers, wat de vaart neemt uit deze uitstekende roman.

Oorspronkelijke titel: A Legacy of Spies
Jaar van uitgave: 2017

Fictieve held: George Smiley

Voor Le Carrés man in MI6 is het kleine en grote scherm geen onbekend terrein. Met de val van de muur leek zijn carrière voorgoed voorbij. Toch blijft George Smiley schitteren op papier. 

IJzersterke dossierkennis.

De kleine, gezette Smiley heeft niets gemeen met die andere Engelse held van MI6, de flamboyante James Bond van Ian Fleming. Het is overigens Smileys vrouw, Lady Ann Sercomb die met iedereen slaapt. Toch is Smiley net zo gekend als Bond, hoewel hij vaak uitblinkt in afwezigheid. De hoofdrol in de George Smileyromans is namelijk eerder weggelegd voor de operationele spionnen zoals Alec Leamas, Jim Prideaux en Peter Guillam. Als rechterhand van de grote baas, Control, heeft Smiley een ondersteunende rol. Zijn rol in een verhaal is vaak groter dan op het eerste zicht lijkt. Zijn werkgever heeft hem graag dicht bij de hand omwille van zijn ijzersterke dossierkennis. Ook krijgt Smiley iedereen aan het praten. Zijn vermogen om te verdwijnen in een menigte heeft hij van Reverend Vivian Green (1915-2005), een rector in Oxford, waarbij Le Carré college volgde. Zijn doordringende blik achter dikke ronde brilglazen en zijn zachte stem dankt hij aan John Bingham, Le Carrés baas bij MI5.

Hoogtepunten in de serie.

Toen zijn eerste George Smiley, tevens zijn debuut ‘Call for the Dead’ (Telefoon voor de dode) in 1961 verscheen, werkte Le Carré voor de Britse geheime dienst. De schrijver koos met Le Carré dan ook voor een pseudoniem. Twee jaar later gaf Le Carré, echte naam David Cornwell, zijn ontslag. Zijn derde boek ‘The Spy who Came in from the Cold’ (Spion aan de muur) had hem als schrijver internationaal op de kaart gezet. ‘Spion aan de muur’ was eveneens een roman in de George Smileyreeks. Een ander hoogtepunt in de serie was ‘Tinker Tailor Soldier Spy’ (Edelman bedelman schutter spion). In dit eerste deel van een trilogie maakte de schrijver Smiley jonger. Smiley was niet meer in 1906, maar in 1915 geboren. Ondanks die verjongingskuur stuurde Le Carré Smiley eind jaren zeventig met pensioen, om hem in 1990 een klein rolletje te geven in ‘The Secret Pilgrim’ (De laatste spion).

Literaire sensatie voor nieuwe Smiley.

Na ‘De laatste spion’ zette Le Carré Smiley op non-actief. Hij wou niet meer schrijven over een spion van middelbare leeftijd, maar over jonge helden en heldinnen. In 2017 liet Le Carrés literaire agent weten dat er een nieuwe George Smiley op stapel stond, namelijk ‘A Legacy of Spies’. Dit nieuws zorgde gelijk voor een literaire sensatie.

De trailer van ‘Tinker Tailor Soldier Spy’ komt van YouTube en is van Acorn. Voor mijn blog gebruikte ik verschillende bronnen waaronder Wikipedia en The Telegraph. De foto komt van Unsplash en is van Umberto

Danielles leeswereld: schrijf- en blogrituelen

Over schrijfgewoontes.

Naast boeken bespreken neem ik af en toe ook mijn lees- en blogwereld onder de loep. Vandaag heb ik het over schrijfgewoontes naar aanleiding van Mason Curreys boek ‘Dagelijkse rituelen’. 

Mason Currey verdiepte zich in de dagelijkse rituelen van creatieven. Wat doen creatieven om voor zichzelf de beste omstandigheden te creëren voor hun creatieve arbeid? Het geheime ingrediënt bij uitstek voor creatieve arbeid is routine. Terwijl sommige schrijvers uitblinken in chaos en creëren op het moment zelf, zijn andere daar heel bewust mee bezig. Ze schrijven enkel op die momenten waarop ze het beste werken. Zo begint Haruki Murakami bij het schrijven van een roman al om vier uur ’s ochtends. Stephen King schrijft dagelijks en  houdt zich daarbij aan een quotum van tweeduizend woorden. Georges Simenon schreef zijn boeken in uitbarstingen van twee, drie weken om dan vervolgens weken of maanden niet meer te schrijven. Sommige zoals Ernest Hemingway schreven rechtopstaand, terwijl Truman Capote en Marcel Proust in bed schreven. Charles Dickens’ schrijftafel moest voor een raam staan en George Sand knabbelde steevast aan chocolade tijdens het schrijven.

In zekere zin is ‘Dagelijkse rituelen’ een oppervlakkig boek, en toch is het interessant om te lezen hoe schrijvers en andere bekende creatieven werkten en werken. Het liet mij alvast stilstaan bij mijn bloggewoontes. Omdat ik moeilijker kan werken als ik naar buiten kan kijken, staat mijn schrijfbureau voor een witte muur. Mijn beste moment om te werken is ’s morgens, hoewel ik er meestal pas ’s middag toekom om de computer op te zetten. Ik werk rechtstreeks in WordPress. Voor sommige blogs heb ik vooraf notities gemaakt, en nagedacht over wat ik juist ga schrijven en hoe ik ga beginnen. Mijn eerste zinnen voor mijn rubriek fictieve helden bereid ik altijd eerst voor op reeds beschreven papier, en die herschrijf ik eindeloos totdat ze naar mijn gevoel goed lopen.

Meestal lukt het me om een blog dezelfde dag af te krijgen, terwijl ik over andere verschillende dagen doe. Van Hemingway leerde ik intussen dat je best stopt met schrijven op een moment, dat je weet hoe je verder wil gaan. En ja, blogs schrijven gaat beter als ik dagelijks schrijf. Naast blogs en het onvermijdelijke notitieboekje bij het lezen, hou ik ook een dagboek bij, zodat ik bijna dagelijks schrijf. Voor de avondschool heb ik regelmatig schrijfopdrachten, waar ik drie à vier dagen met zo weinig mogelijk onderbreking aan werk. Die schrijfopdrachten groeien meestal vanzelf terwijl ik schrijf, opzoekingen doe en schrap.

En jij? Heb jij bepaalde schrijfgewoontes? Of rituelen bij het bloggen?

De foto bij dit blog komt van Pexels en is van Kaboompics .com