10 minuten 38 seconden in deze vreemde wereld.

van Elif Shafak (1971).

Oorspronkelijke titel: 10 Minutes and 38 Seconds in this Strange World.

Jaar van publicatie: 2019.

© 2020 Nederlandse vertaling Manon Smits / Nieuw Amsterdam.

Volgens onderzoekers aan verschillende wereldvermaarde instituten is er nog breinactiviteit na het overlijden. In sommige gevallen duurt die breinactiviteit 10 minuten en 38 seconden.

Zij heette Leila. Haar vrienden en klanten kenden haar als Tequila Leila. Ze ligt in een buitenwijk van Istanbul in een stalen afvalcontainer. Haar moordenaars hebben haar daar gedumpt. Het zal de autoriteiten niet veel tijd kosten om te achterhalen wie ze is, want ze is vaak gefouilleerd, gefotografeerd en vastgezet.

Tijdens de 10 minuten en 38 seconden dat haar geest nog actief is komen er zintuiglijke herinneringen naar boven. De eerste heeft te maken met zout en haar geboorte in het gezin van de kleermaker Haroun in de stad Van. Het was Harouns tweede vrouw Binnaz die Leila gebaard had. Maar na de geboorte werd Leila van Binnaz afgepakt en aan de eerste vrouw gegeven.

De geur en smaak van watermeloen herinnert Leila aan haar oom. Leila was 6 jaar toen haar oom bij haar in bed kroop en dingen met haar deed die ze niet fijn vond.

De geur van een houtfornuis voert haar terug naar het huwelijk van de oudste zoon van haar oom. Haar vader sloeg haar toen. Na de geboorte van een zoon met Down was haar vader fanatieker geworden. Dat zij zo vrijgevochten was, zinde hem niet.

Op de dag dat haar broer overleed, vluchtte Leila naar Istanbul. Intussen had haar familie weet van het misbruik door de oom. Hun oplossing van dat probleem – haar uithuwelijken aan een van haar neven – stond Leila niet aan. In Istanbul belandt ze echter in de prostitutie.

Niet alleen haar eenzame jeugd en haar jaren in de bordelenstraat passeert in Leila’s geest, ook haar huwelijk met de communistische D/Ali. Na de dood van haar man moet Leila noodgedwongen haar lichaam weer verkopen. Intussen had ze vrienden voor het leven gemaakt.

Net als Leila is ook de Afrikaanse Jamila een prostituee. Nalan is een transgender en Zaynab een dwerg. Humeyra is weggelopen uit een gewelddadig huwelijk en treedt op als zangeres in nachtclubs. Sinan is Leila’s oudste vriend en toeverlaat. Als jongen die opgroeide in een eenoudergezin was hij het mikpunt van plagerijen.

Shafak gebruikt vooreerst een klassieke verteltechniek – een raamvertelling – die zij vervolgens een originele en speciale draai geeft. Want het is best wel bijzonder: een verhaal in flashbacks vertellen via geuren en smaken in de 10 minuten en 38 seconden dat het brein van de vermoorde Leila nog actief is. Naast het verhaal van Leila vertelt Shafak uiteraard ook de verhalen van de andere personages, haar vrienden. Het eerste deel ‘De geest’ introduceert de verschillende personages met hun achtergrond. De rode draad in al die verhalen is hoe de patriarchale Turkse samenleving omgaat met vrouwen en ‘verschoppelingen’. En hoe tradities en het traditionele gezin de hoekstenen zijn van de Turkse samenleving.

In het tweede deel van het verhaal ‘Het lichaam’ verschuift de focus naar Leila’s vrienden in het heden en krijgt het verhaal een andere toon. Ondanks hun vastberadenheid om Leila’s lichaam mee te nemen om het te begraven, wordt Leila begraven in Kilyos, op de begraafplaats der vergetenen. Toch zullen Nalan, Sinan, Jamila, Zaynab en Humeyra ervoor zorgen dat hun vriendin de rustplaats krijgt die ze verdient, wat tot knotsgekke avonturen en verwikkelingen leidt. In het superkorte derde deel van het verhaal ‘De ziel’ vindt Leila’s ziel eindelijk vrijheid, nadat Sinan haar lichaam in de Bosporus gooit. Als een soort van Ariël aanschouwt ze daar een hele nieuwe wereld.

Het laatste deel vol symboliek vond ik net iets te ongeloofwaardig en melig. Het kort inzoomen op de beweegredenen van Leila’s moordenaars voelde overbodig. Maar verreweg het meeste van dit verhaal is betoverend. Ondanks de grote verschillen in persoonlijkheid zijn de vijf vrienden van Leila een hechte kliek, waardoor dit verhaal inderdaad een ode is aan de kracht van vriendschap. Daarnaast geeft het een indringende beeld van de Turkse samenleving.

Gespot: De wind kent mijn naam.

In ‘Gespot’ zet ik een nog te verschijnen boek in de kijker. Vandaag heb ik het over ‘De wind kent mijn naam’ van Isabelle Allende.

Haar vader was een neef van de Chileense president Salvador Allende (1908-1973). Na de putsch door generaal Augusto Pinochet (1915-2006) kwam Salvador Allende om het leven en werd de situatie voor zijn familie penibel in Chili. Zijn achternicht Isabel Allende (1942) vestigde zich toen voor 13 jaar in Venezuela. Hier schreef ze haar succesvolle debuut: La casa de los espiritus (Het huis met de geesten).

Sinds 1988 woont en werkt Allende in San Francisco (VS) en heeft zij naast de Chileense ook de Amerikaanse nationaliteit. Als een van de belangrijkste hedendaagse Spaanstalige auteurs ontving zij verschillende literaire prijzen. Voor haar oeuvre kreeg ze in 2014 een Presidential Medal of Freedom van Barack Obama.

In haar nieuwste roman ‘El viento conoce mi nombre’ (De wind kent mijn naam) vertelt ze een verhaal over ontworteling en verlossing, van ouders die offers brengen voor hun kinderen, en van kinderen die kunnen blijven dromen.

Op een koude decemberdag in 1938 wordt de vijfjarige Samuel Adler door zijn moeder op een kindertransport naar Engeland gezet. Samuel zal zijn ouders nooit meer zien. In Engeland wordt hij opgevangen door een kinderloos echtpaar. Wanneer Samuel vijfendertig is, emigreert hij naar San Francisco.

In 2019 vluchten de zevenjarige Anita Diaz en haar moeder voor het geweld in El Salvador naar de VS. Aan de grens worden ze van elkaar gescheiden. De moeder wordt teruggestuurd en het meisje blijft achter in een opvangkamp. Daar ontfermt Selena Durán, een jonge maatschappelijk werkster, zich over Anita. Selena brengt haar onder bij Samuel Adler. Zullen Selena en Samuel erin slagen om Anita’s moeder op te sporen? Of zal Anita net als Samuel haar moeder nooit meer zien?

De Nederlandse vertaling van Marjan Meijer ligt op 6 juni 2023 in de boekenwinkels. Meer info vind je op de website van uitgeverij Wereldbibliotheek.

De foto van Isabel Allende bij dit blog komt van Wikimedia Commons en is van Jroses.

Vrijdagen bij Enrico’s.

van Don Carpenter (1931 – 1995).

Oorspronkelijke titel: Fridays at Enrico’s.
Jaar van publicatie: 2014 by the Estate Of Don Carpenter.

Nederlandse vertaling © 2015 Onno Voorhoeve en Meulenhoff Boekerij bv.

Don Carpenter (1931-1995) groeide op in Portland (VS). Hij schreef romans en verhalen, waarin vooral marginale personages uit de zelfkant een hoofdrol speelden. Hoewel zijn werk goed ontvangen werd, bereikte hij nooit een groot publiek. Brood op de plank kwam door zijn werk voor Hollywood als scenarist. Nadat hij jaren sukkelde met zijn gezondheid pleegde hij zelfmoord.

Schrijver Jonathan Lethem (1965) was rond 1990 werkzaam bij Moe’s Books, een tweedehandsboekenwinkel in Californië. Hier was het zijn taak om romans die niet verkochten op te schonen. Elke zes of acht maanden verlaagde hij de prijs. Maar als dat al een paar keer was gebeurd, had hij nog maar twee opties: meenemen naar huis of op de stapel onverkoopbaar leggen.

Vanwege de titel, A Couple of Comedians, besloot hij het mee naar huis te nemen. Lethem vond A Couple of Comedians schitterend en ging vervolgens op jacht naar andere boeken van Carpenter. Op een gegeven moment stond hij op het punt om de auteur te bezoeken, maar zag daarvan af. Langzamerhand besefte hij dat hij niet alleen was met zijn bewondering voor Carpenter. Samen met George Pelecanos lobbyde hij voor een herdruk van Hard Rain Falling, Carpenters debuut uit 1966.

Aangemoedigd door het succes van die herdruk besloten de beheerders van Carpenters literaire nalatenschap om een ongepubliceerd manuscript te publiceren. Hiervoor vroegen ze de hulp van Lethem. Lethem redigeerde het manuscript, herschreef een viertal hoofdstukken en voegde een paar passages toe. ‘Vrijdagen bij Enrico’s’ was zodoende geboren en kreeg in 2014 mooie kritieken.

‘Vrijdagen bij Enrico’s’ is een roman over een groep schrijvers uit San Francisco en Portland tijdens de onstuimige dagen van de Beat-scene in de jaren 50 en vroege jaren 60. Schrijvers die buitenstaanders blijven. Geen echte bohemiens, maar niet de gemiddelde Amerikaan. Vrienden of geliefden, maar ook rivalen. Schrijvers, die elkaar ontmoeten in café Enrico’s om te drinken, herinneringen op te halen, elkaar te beledigen of om te praten over het schrijverschap. Klinkt niet bepaald boeiend, maar dat is het wel. Al vanaf het eerste hoofdstuk.

Centraal staan vier schrijvers: Jaime Froward, Charlie Monel, Dick Dubonet en Stan Winger. Rond hen cirkelen literaire agenten, familie, vrienden en fans.

Van Korea-veteraan Charlie Monel wordt veel verwacht, maar zijn roman over de oorlog in Korea zal nooit het daglicht zien. Jaime daarentegen weet met haar debuut door te breken en bouwt een succesvolle carrière uit. Nadat hij een verhaal weet te verkopen aan Playboy komt er niets succesvol meer uit Dick Dubonets vingers. Ex-crimineel Stan Winger verdient het grote geld in Hollywood als scenarist.

‘Vrijdagen bij Enrico’s’ geeft een interessante inkijk in vier verschillende carrières in de schaduw van die ene grote naam uit de Beat-scene, Jack Kerouac. Een tijdsbeeld, maar één die allicht herkenbaar is voor would-be en gevestigde auteurs. Boeiend voor lezers, die graag lezen over schrijvers en het schrijverschap.