Een heel leven van Robert Seethaler

Sinds zijn publicatie in 2014 staat ‘Een heel leven’ van de Oostenrijkse schrijver Robert Seethaler onafgebroken in de bestsellerlijsten bij onze oosterburen. Zoals de titel doet vermoeden, vertelt ‘Een heel leven’ een levensverhaal. Centraal staat een heel gewone man: de arbeider Andreas Egger. Op zijn vierde komt Andreas terecht in een dorpje ergens tussen de bergen in Oostenrijk. Hij zal hier de rest van zijn leven blijven wonen, de Tweede Wereldoorlog buiten beschouwing gelaten.

‘Een heel leven’ is een atypisch boek, met een verhaal waarin niets spannends of beschouwends gebeurt. Het is in zekere zin zo saai als het leven zelf. En laat ons wel wezen: de meeste levens zijn behoorlijk saai. Het is enkel onze omgeving, die door het schrijden van de tijd verandert. Zelfs in een onooglijk dorpje ergens tussen de bergen weet de moderne tijd door te dringen en levens te beïnvloeden.

En toch, is ‘Een heel leven’ geen saai boek.

Hoewel de schrijver een chronologisch en makkelijk te volgen verhaal vertelt, speelt hij mooi met de opbouw door sommige gebeurtenissen naar voren te schuiven en andere naar achteren. De uitgelichte gebeurtenissen dragen de nodige stille dramatiek in zich. Stil, omdat het drama is ontdaan van hevige en felle emoties. Daarnaast ontbreekt elke vorm van reflectie. Niettemin maakt het beeldend taalgebruik heel veel goed. Zo wordt, bij voorbeeld, de zeventigjarige Egger vergeleken met een boom die vanbinnen al vermolmd is, en wiens rug in een scherpe bocht terug wil naar de aarde. Naast onze man is de natuur, op een en of andere manier altijd aanwezig, zonder ooit een rol te spelen.

Kortom: ‘Een heel leven’ is een kort boek over een doodgewoon mensenleven. Het is een verhaal dat niet je leven zal veranderen of verrijken, omdat het nu eenmaal niet nazindert. Het is evenwel een verhaal dat je – zolang je in het boek vertoeft – raakt. ‘Een heel leven’ kaapt dan ook terecht veel prijzen en erkenningen weg.

Oorspronkelijke titel: Ein ganzes Leben.
Jaar van publicatie: 2014.

Rebellie van Joseph Roth

‘Rebellie’ vertelt het verhaal van Andreas Pum, die tijdens de Groote Oorlog een been verloor en een onderscheiding ontving. De oorlogsveteraan krijgt van de regering een vergunning om een draaiorgel te mogen bespelen. Tijdens zijn werk als draaiorgelman ontmoet hij de jonge weduwe, Katharina Blumich, wiens man net gestorven is. Het duurt niet lang of Andreas en Katharina zijn getrouwd. Lang kan Andreas niet profiteren van zijn geluk. Hij kruist namelijk het pad van de heer Arnold, en voor hij het wel en goed beseft belandt hij in de gevangenis. Na een verblijf van zes weken in de gevangenis heeft Andreas een ware metamorfose ondergaan.

In ‘Rebellie’ vertelt Roth het verhaal van een gewone godvrezende man die alle vertrouwen heeft in zijn regering, maar die bedrogen uitkomt. En die tot het besef komt dat hij geknecht is. Joseph Roth was aanvankelijk het communisme genegen. Na een reis naar de Sovjet-Unie in 1926 stapte Roth grotendeels af van zijn linkse ideeën.

‘Rebellie’ is echter in zijn rode periode geschreven. Andreas Pum moet aanvankelijk niets weten van, onder meer de bolsjewieken of heidenen zoals hij ze zelf noemt, maar na zijn tijd in de gevangenis krijgt hij sympathie voor de heidenen. De bolsjewiek wordt in één adem vernoemd met misdadigers en ander uitschot, wat een verrassende inkijk geeft in de tijdsgeest na de Eerste Wereldoorlog.

Wat opvalt is de licht ironische stijl en de vrij stereotiepe karakters, die voor bepaalde waarden staan. Waarden als stiptheid, consequent zijn en zin voor orde, waardoor de gehele Duitse maatschappij een spiegel wordt voorgehouden. Een spiegel, die door de verwijzingen naar het staatsidee iets visionair heeft. Het is amper te bevatten dat ‘Rebellie’ in 1924 werd geschreven.

Oorspronkelijke titel: Die Rebellion: ein Roman.
Datum van publicatie: 1924.

Verboden en ongewenste schrijvers

Moein Moradi via Pexels

Pas na de val van het Derde Rijk schreef auteur Erich Kästner over zijn aanwezigheid bij de boekverbranding in Berlijn op 10 mei 1933. Kästner, die door de nazi’s op de zwarte lijst was gezet, was getuige van de verbranding van zijn eigen boeken. Hij werd herkend maar gelukkig reageerde niemand, en kon hij ongedeerd vertrekken.

Niet alleen in Berlijn maar ook in andere Duitse universiteitssteden waren er op de avond van 10 mei boekverbrandingen.

Ongewenste Duitstalige schrijvers.

Meteen naar de machtsovername van de nationaal-socialisten in januari 1933 was de Berlijnse bibliothecaris Wolfgang Herrmann begonnen met het oplijsten van boeken, die uit de boekhandel en de bibliotheken moesten verdwijnen. Die lijst vormde de basis voor de boekverbrandingen. In aanloop naar de afgekondigde nationale boekverbrandingen begonnen studenten met het verzamelen van schadelijke en ongewenste literatuur. De universiteiten waren toen een broeinest voor het nationaal-socialistisch gedachtegoed met studenten en professoren, die een zuivere nationale cultuur en taal eisten.

Hoeveel boeken er juist in Berlijn werden verbrand is niet duidelijk. Vermoedelijk waren het meer dan twintigduizend boeken, geschreven door 94 auteurs. Nogal wat van die auteurs verdwenen die nacht voorgoed of bijna voorgoed uit het collectief geheugen, zoals Carl von Ossietzky. Andere zijn nog gekend en worden nog steeds gelezen of herontdekt.

Dort wo man Bücher verbrennt, verbrennt man auch am Ende Menschen
Heinrich Heine (1797-1856)

Vertaald werk.

Naast het werk van ongewenste Duitstalige schrijvers werd eveneens vertaald werk verbrand: voor het merendeel werk van Engelstalige auteurs die zich tegen het nazisme hadden uitgesproken. Maar ook het werk van, onder meer, Victor Hugo en Leo Tolstoy moest eraan geloven, net als werken van socialistische en marxistische strekking .

Het bleef niet bij een eenmalige nationaal georganiseerde boekverbranding. In het jaar 1939 waren er meer dan honderd boekverbrandingen. Aanvang 1940 stonden maar liefst vijfhonderd auteurs op de zwarte lijst.

Tijdens Hitlers regime gingen 1 500 auteurs in ballingschap. Erich Kästner bleef in Duitsland, waar hij, voor de duur van de oorlog uit het publieke oog verdween.