Fictieve held: Charlie Chan

©Umberto via Unsplash

De meeste literaire helden schitteren enkel op papier. Sommige vinden hun weg naar andere cultuuruitingen en genieten decennialang roem en bijval. Tot ze, zoals Charlie Chan van Earl Derr Biggers in ongenade vallen.

Geïnspireerd door Apana Chang.

De inspiratie voor zijn oosterse rechercheur had schrijver Earl Derr Biggers (1884-1933) in 1924 gevonden in krantenartikels over een rechercheur in Hawaii genaamd Apana Chang (1871-1933).

Eigenlijk heette hij Ah Ping. Maar in zijn geboorteland Hawaii heette hij Apana Chang. Hij was een zoon van Chinese immigranten. Nadat hij gewerkt had als paniolo (= een Hawaiiaanse cowboy) trad hij toe tot het pas opgerichte Hawaiiaans politiekorps. Dankzij zijn uitgebreid netwerk aan informanten en zijn talenkennis – hij sprak Kantonees en Hawaiiaans – klom hij op naar rechercheur. De bestrijding van het illegaal gokcircuit en de opiumsmokkel was zijn specialisatie. Volgens de legende heeft hij ooit in zijn eentje 40 gokkers gearresteerd en binnengebracht. Dit met zijn werplasso want een revolver heeft hij nooit gebruikt.

Charlie Chan vs Fu Manchu.

De Amerikaan Earl Derr Biggers zag zijn creatie Charlie Chan als uiterst origineel. Als heroïsche, intelligente, welwillende en eervolle oosterling was hij het tegengestelde van wat toen het heersende beeld van de Chinezen was in de media en de populaire cultuur. In het begin van de twintigste eeuw waren Chinezen voor de meeste westerlingen slecht en achterbaks. Dit stereotiep denken werd nog versterkt door verhalen rond Het Gele Gevaar en Fu Manchu.

Fu Manchu was een personage van de Engelse auteur Sax Rohmer (1883-1959). Deze superschurk wou de wereld veroveren door onder meer bacteriën en schimmels te verspreiden. Maar uiteraard lukken zijn snode plannen niet.

Blijkbaar was de tijd rijp voor verhalen over Aziatische helden naast verhalen over Aziatische schurken, want de sympathieke Charlie Chan raakte een tedere snaar. Het succes van de boeken kenden al snel weerklank in Hollywood. In 1929 verscheen dan ook de allereerste Charlie Chan film.

Aanvankelijk waren het Aziatische acteurs die Charlie Chan speelde, maar het grote succes kwam pas met de Zweedse acteur Warner Oland in 1931. Er volgde 15 films met Oland in de hoofdrol. Zijn dood in 1937 had het einde van Charlie Chan kunnen zijn, maar 20th Century Fox vond een andere acteur: Sidney Toler. Naast Toler kreeg de Aziatische Sen Yung de rol van Jimmy Chan, een van Chans zonen. Hoewel de films volgens een vaste formule werden gemaakt, bleven ze populair. Zelfs na Tolers dood in 1947 bleef Hollywood films maken. Tot er geleidelijk aan kritiek kwam op het onderdanige en traditionele karakter van Charlie Chan. En zijn aan Confucius’ toegeschreven zegswijzen.

Charlie Chan buiten de VS.

Het was overigens niet enkel en alleen in Hollywood dat Charlie Chan wist te gedijen. De films met Warner Oland waren in de jaren 30 razend populair in China. Dit succes kwam vooral omdat de Chinezen zichzelf nu eindelijk als heroïsch konden zien in een door westerlingen gemaakte film. Toen Warner Oland in 1936 China bezocht, was dit groot nieuws voor de Chinese media die respectvol naar de acteur verwees als meneer Chan.

In de jaren 30 en 50 verschenen er drie Spaanstalige films met de rechercheur uit Honolulu. En in de jaren 30 en 40 werden in Shanghai en Hong Kong vijf Chinese films rond Charlie Chan geproduceerd. In die Chinese films kreeg Chan assistentie van een dochter en had hij zijn eigen detectivebureau.

Naast de film deed Charlie Chan het goed op de radio in hoorspelen, op televisie, in het theater en als stripfiguur.

De verre voortijd van Sebastian Barry

Oorspronkelijke titel: Old God’s Time
Jaar van publicatie: 2023.

Copyright vertaling © 2023 Jan Willem Reitsma / Em. Querido’s Uitgeverij BV.

Familieverhalen en gebeurtenissen uit de Ierse geschiedenis of diaspora: Sebastian Barry weet die al sinds 1995 te fictionaliseren. Voor zijn voorlaatste boek ‘Duizend manen‘ vertelde hij evenwel de geschiedenis van een Lakota vrouw in de negentiende eeuw. Zij is de adoptiedochter van Thomas McNulty, wiens verhaal hij daarvoor vertelde in ‘Dagen zonder eind‘. Naast Thomas McNulty vertelde hij de geschiedenissen van Eneas, Jack en Roseanna McNulty. Dan zijn er nog zijn romans rond de Dunnes: Willie, Anne en Lilly.

In zijn allernieuwste roman staat er weer geen Dunne of McNulty centraal. Niettemin wordt Jack McNulty vernoemd en is er een rol weggelegd voor zijn dochter, een actrice. Barry’s moeder, Joan O’Hara, was een bekende Ierse actrice. En voor ‘De tijdelijke gentleman’ Jack McNulty stond zijn grootvader John O’Hara model. Miss McNulty in ‘De verre voortijd’ is overigens een nerveuze jonge moeder die naast Tom Kettle woont.

Het hoofdpersonage Tom Kettle is een man zonder familiegeschiedenis. Hij groeide namelijk op in een weeshuis bij de broeders. Tom Kettle is allicht de naam die de broeders hem gegeven hebben. Want waarom zou hij anders de naam hebben van een bekende Ier en een kameraad van de Ierse schrijver James Joyce. Deze Tom Kettle is geen dichter noch een Ierse nationalist maar een politieman. Beter gezegd: hij was een politieman. Sinds negen maanden is hij met pensioen. Hij ziet in zijn nieuwe huis uit op de Ierse Zee.

‘De verre voortijd’ speelt zich volledig in Ierland af, net als Roseanna McNulty’s verhaal uit ‘De geheime schrift’ en Annie Dunnes verhaal uit ‘Annie Dunne’. En het gaat over een van de zwartste bladzijden uit de Ierse geschiedenis: het misbruik van kinderen door pedofiele priesters. Ooit kreeg Tom te maken met zo’n pedofiele pater maar hij moest de zaak laten voor wat ze was.

Hoewel Barry best durft experimenteren, schreef hij geen detectiveverhaal of thriller. Aanvankelijk lijkt het daarop: twee voormalige collega’s bellen aan bij Tom. Ze hebben vragen voor hem over die zaak van pater Thaddeus Matthews.

Toch is ‘De verre voortijd’ een puzzel. Het verhaal wordt namelijk verteld vanuit Toms gedachten en herinneringen die switchen tussen het verleden en het heden. Hierbij is niet duidelijk wat juist in het verleden speelt en wat juist in het heden. En of datgene wat hij zich herinnert of aanhaalt, wel echt is gebeurd of echt aan het gebeuren is. Wat je te weten komt, tart wel elke verbeelding.

“Hij wiegde de herinnering aan zijn vrouw alsof ze nog steeds een levend wezen was. Alsof er niemand verpletterd, niemand schielijk weggevoerd uit de zalen van het leven, en de kracht van de liefde dat kon bewerkstelligen, haar veerkrachtig en eeuwig kon vasthouden in een omhelzing van een gewone dag.”

Er is voor Tom een tijd voor en een tijd na June. June was zijn vrouw. Net als hij groeide ze op in een weeshuis. Samen hadden ze twee kinderen: Winnie en Joseph. June, Winnie en Joseph zijn dood, maar in ‘De verre voortijd’ is het alsof ze nog leven. Zo komt Winnie bij haar vader op bezoek. Een van de sterkste hoofdstukken in deze roman, die bulkt van de sterke passages en hoofdstukken. Hoofdstukken waar je stil van wordt, die je raken en die onder je huid kruipen. Naast al die ellende toch ook humor, vaak op onverwachte momenten.

En telkens wanneer Tom zijn ogen sluit, is daar zijn grote liefde June en voelt hij weer dat grote voorrecht.

Het is sowieso voor mij altijd een voorrecht om Barry te lezen. Zijn stijl en taalgebruik zijn ongeëvenaard. Geen schrijver die je snel even tussendoor leest, maar een waar je best al je tijd voor neemt.

De toegewijde tuinier

van John Le Carré (1931 – 2020).

Oorspronkelijke titel: The Constant Gardner.
Eerste datum van publicatie: 2001.

Vertaling: Rob van Moppes en J.J. de Wit.

Uitgeverij: Luitingh – Sijthoff BV, Amsterdam.

Het was een ellendige maandag aan het einde van januari, de heetste tijd van het jaar in Nairobi, toen het nieuws de Britse ambassade trof: Tessa Quayle is vermoord. Ze was in het gezelschap van dokter Arnold Bluhm, maar zijn lijk is niet gevonden in de terreinwagen. De terreinwagen en de chauffeur hadden Arnold en Tessa geleend van de lodge De Oase. Arnold had in De Oase een huisje voor hen gereserveerd en Tessa had zich ingeschreven onder haar meisjesnaam.

Het is aan kanselier Sandy Woodrow om het nieuws te melden aan Tessa’s man Justin. Diezelfde avond brengt Sandy Justin onder bij hem thuis. Want Justins huis wordt door de pers omsingeld. De dood van een mensenrechtenactiviste en een overspelige diplomatenvrouw is immers groot nieuws.

Terwijl zijn vrouw hielp in de sloppenwijken van Nairobi, of vrouwen in een of andere Keniaans dorp voorlichtte, hield Justin zich bezig met het kweken van bloemen. Na haar dood reist hij onder een valse identiteit een deel van de wereld af om te achterhalen wat zij te weten was gekomen over het farmaceutische bedrijf KVH. Hierbij komt zijn opleiding die hij als jonge politieke functionaris kreeg goed van pas. Niettemin trekt hij aan het kortste eind.

Vooraleer Justin aan zijn onderzoek begint, krijg je het vertelperspectief van Sandy. Tessa’s dood is namelijk niet enkel een tegenslag voor Justin maar ook voor de kanselier van de Britse ambassade. Sandy is bang dat er bepaalde dingen zullen uitkomen. Als je het perspectief krijgt van Justin dan likt die vooreerst zijn wonden. Door al wat hij hoorde, lijkt het erop dat de veel jongere Tessa hem niet trouw was. Maar tijdens zijn onderzoek blijkt dat er geen redenen zijn om te twijfelen aan haar trouw en liefde voor hem. Haar strijd zal bijgevolg de zijne worden. Hij zal afmaken waar zij aan begonnen is. In tegenstelling tot Tessa neemt hij voorzorgsmaatregelen.

Naast de vertelperspectieven van Justin en Sandy zijn er nog de korte perspectieven van bijpersonages. Al die perspectieven leveren een boeiend en onthutsend verhaal op over een machtige, nietsontziende multinational, corrupte of falende overheden, een idealiste en een man met een missie.