Hoe mooi wij waren van Imbolo Mbue

De jaren 80, West-Afrika. Een Amerikaanse oliemaatschappij boort naar olie. Lekkende pijpleidingen verwoesten de akkers en kinderen sterven aan het giftige water. Pogingen om van het bedrijf Pexton of de regering de garantie te krijgen op herstel van de akkers lopen op niets uit. Tot op een dag de dorpelingen van Kosawa besluiten om terug te vechten.

‘Hoe mooi wij waren’ wordt deels verteld vanuit een wij-perspectief. Daarnaast krijg je het perspectief van verschillende personages die allemaal deel uitmaken van dezelfde familie. Je krijgt zo dus verschillende kanten van een verhaal te horen, dat in de jaren 80 begint en eindigt in onze tijd. Het verhaal gaat uiteindelijk niet enkel en alleen over de vervuiling en uitbuiting van een multinational, de corruptie van plaatselijke en nationale leiders en het verzet daartegen, maar over hoe de westerse beschaving een dorp, en bij uitbreiding een cultuur wegvaagt.

Op een dag, zoveel weten we, zullen onze wereld en onze gebruiken in hun geheel zijn uitgewist.

‘Hoe mooi wij waren’ begint sterk maar naar het einde toe boet het serieus in aan betekenis. En dat is jammer. Wat mij betreft: had Mbue het beter gehouden op het huidige leed van de wij-generatie, zonder het leed van de vorige generaties. Want haar zij-uitstapje naar de slavenhandel en het leed daarvan, voelde voor mij er met de haren bijgetrokken. Bovendien hebben de personages bij Mbue de onhebbelijke gewoonte om onder een mysterieuze wolk te verdwijnen, wat vooral op het einde niet meer werkt.

De Kameroens-Amerikaanse schrijfster draagt ‘Hoe mooi wij waren’ op aan haar kinderen. En allicht is het bedoeld als een overlevering van hoe Mbue leefde in het Kameroen van haar jeugd. Dat is trouwens het mooie aan dit verhaal: de Afrikaanse cultuur en haar wijsheden. Die wijsheden weet Mbue heel soepel te verweven in haar simpele schrijfstijl. Sommige gebruiken en tradities worden zelfs door haar personages in vraag gesteld, waardoor het raar overkomt dat ‘Hoe mooi wij waren’ juist eindigt als een treurzang op wat verloren is gegaan.

Niettemin heeft onze welvaart een schaduwzijde. Als een boek als ‘Hoe mooi wij waren’ kan bijdragen tot het besef daarvan, dan is het meer dan geslaagd. Perfect voer dus voor een leesgroep.

Oorspronkelijke titel: How Beautiful We Were.
Oorspronkelijke uitgever: Random House, New York.
Jaar van publicatie: 2021.

Nederlandse vertaling: Heleen Oomen en Jeske van der Velden.
Uitgegeven door De Bezige Bij.

Spotlight op: Het gele behang

In spotlight op ontruk ik een boek en zijn auteur uit de vergetelheid. Vandaag is het spotlight gericht op: Het gele behang van Charlotte Perkins Gilman.

In 1898 publiceerde de vooraanstaande Amerikaanse feministe Charlotte Perkins Gilman (1860-1935) ‘Women and Economics’. In dit manifest brak zij een lans voor de financiële onafhankelijkheid van vrouwen. Daarnaast ontdeed ze de gangbare ideeën over vrouw-zijn en het moederschap van hun romantiek. Haar manifest kende veel weerklank en werd in 7 talen vertaald.

Enkele jaren daarvoor had Gilman al de aandacht getrokken met haar fictieverhaal ‘The Yellow Wall-Paper’ (1892). In dit klassieke horrorverhaal raakt een vrouw geobsedeerd door het lelijke gele behang van de kamer waarin ze is opgesloten. De gebeurtenissen in het verhaal zijn gebaseerd op Gilmans eigen worsteling met een postnatale depressie.

Op voorschrift van haar arts moest Gilman rusten, mocht ze niet werken, lezen, schrijven of schilderen. Of naar buiten gaan. Een rustkuur in bed was toen namelijk de gangbare behandeling voor een postnatale depressie. Na drie maanden te hebben doorgebracht in haar bed dacht Gilman aan zelfmoord. Tegen het advies van haar arts stopte ze met de rustkuur en zag ze haar toestand verbeteren.

Stille wateren van Patricia Highsmith

Tegenover vrienden spreekt hij over een tijdelijke dwaling. Maar Melinda’s dwaling duurt nu al 3 jaar. Alleszins laat hij haar gedrag gelaten over zich heen gaan. Zolang Melinda voor hun dochter Trixie zorgt en het huishouden doet, tolereert hij haar seksuele escapades. En speelt hij gastheer voor haar minnaars. Naast zijn vrienden is iedereen in Little Wesley op de hoogte van haar dwaling en zijn eindeloos geduld.

Patricia Highsmith (1921-1995) werd geboren in Texas, groeide op in New York en bracht het grootste deel van haar leven door in Europa. Veel van haar boeken zijn veelvuldig verfilmd, door onder meer Alfred Hitchcock. De gebeurtenissen bij Highsmith zijn vaak onwaarschijnlijk. Maar het ging the queen of suspense vooral om de innerlijke realiteit van haar personages.

Centraal in ‘Stille wateren’ staat dan ook de innerlijke realiteit van Vic Van Allen. En die is heel anders dan zijn onverschillige en gelaten gedrag. Want Vic is jaloers en ergert zich blauw aan de hele situatie. Hij walgt van Melinda. Snapt niet wat ze ziet in die slome en idiote mannen waar ze de koffer mee induikt. Bovendien is ze allesbehalve discreet.

In een poging om zijn vrouw terug voor zich te winnen vertelt Vic voor de grap dat hij een van Melinda’s vroegere minnaars vermoord heeft. De man waar hij het over heeft, is inderdaad vermoord. En het duurt niet lang of iedereen in Little Wesley is op de hoogte van Vics bekentenis. Hoewel de moordenaar gevonden wordt, blijft er niettemin iets hangen van zijn ‘grap’. Als er daadwerkelijk iets raars en ergs gebeurt met een van Melinda’s minnaars is zij er van overtuigd dat Vic er iets mee te maken heeft. Maar kan zij dit wel bewijzen? Is er wel iemand die haar geloofd?

Tot het einde blijf je in het ongewisse. Intussen leef je mee met Vic, zelfs als hij aan het moorden slaat. En krijg je een bloedhekel aan Melinda. Maar dat is juist de crux van dit briljante verhaal: de sympathie die je voor de moordenaar voelt en de antipathie voor het slachtoffer. Je bent overigens niet alleen. Ook in Little Wesley kan Melinda op weinig sympathie rekenen. Enkel in de laatste paragrafen van dit verhaal besef je hoe ongepast je sympathie voor Vic eigenlijk is.

Oorspronkelijke titel: Deep Water.
Jaar van publicatie: 1957.