
Aldous Huxley kwam uit een familie van vooraanstaande biologen en was zelf breed ontwikkeld. Naast romans schreef hij non‑fictiewerk, waaronder essays en kritieken over de natuurwetenschappen, literatuur, schilderkunst, muziek, filosofie, godsdienst en psychologie.
Zijn bekendste roman is Brave New World, waaruit het bovenstaande citaat komt. De ontvangst van deze roman uit 1932 liep sterk uiteen, variërend van lof over Huxleys pessimistische toekomstvisie tot teleurstelling over de literaire uitwerking.
In The New Statesman verscheen een korte bespreking van George Orwell (1903 – 1950), die Huxleys dystopie briljant maar oppervlakkig noemde en meende dat het verhaal schatplichtig was aan We (Wij) van Jevgeni Zamjatin (1884 – 1937), een roman die destijds nauwelijks bekend was in Engeland. Dat Orwell het kende en gelezen had, was toeval; hij had het overigens gelezen in een Franse vertaling. We zou pas in 1946 in het Engels verschijnen. Dat Orwell ervan uitging dat Huxley het kende, was opmerkelijk, zeker omdat beide auteurs zich in verschillende intellectuele kringen bewogen.
Jaren later reageerde Huxley alsnog, toen 1984 verscheen: hij feliciteerde Orwell, maar voegde eraan toe dat zijn eigen dystopie verder ging, omdat comfort en conditionering gevaarlijker zijn dan angst en repressie. Het was een late, elegante correctie op Orwells mislezing uit 1932.
Dit blogstuk is geüpdated in september 2026.

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.