
Zijn wortels liggen in de Spaanse folklore en zijn verhaal kent talloze variaties. Doorheen de eeuwen verscheen hij als zondige verleider, filosofische rebel, demonische charmeur, romantische antiheld en psychologisch archetype. In de manosfeer wordt hij misbruikt om manipulatieve versieringstechnieken te legitimeren. Samengevat: Don Juan is een man met vele gezichten, wiens naam synoniem is geworden voor de onverbeterlijke rokkenjager. Net als die andere grote Spaanse held, Don Quichot, handelt hij vanuit dwang.
Laten we beginnen daar waar zijn mythe startte: bij de Spaanse monnik Tirso de Molina (1579–1648).
De zondige verleider
De Molina was een van de belangrijkste dramaturgen van de Spaanse Gouden Eeuw. In zijn toneelstukken benadrukte hij soms religieuze of filosofische thema’s, lardeerde het met eigen topografische en historische kennis, opgedaan tijdens reizen voor zijn orde door Spanje, Portugal en het Caribisch gebied. Hij putte uit zijn eigen verbeeldingskracht en uit verhalen die hij had horen vertellen, zoals vertellingen over bedriegers en edelmannen die vrouwen onteerden.
In El burlador de Sevilla verleidt Don Juan vrouwen uit alle sociale klassen door hen valse huwelijksbeloftes te doen. Hij bespeelt hen emotioneel en schuwt geen leugens. Een vrouw is voor hem een object dat hij moet veroveren om zijn ego op te krikken. Het toneelstuk is een waarschuwing tegen losbandigheid, arrogantie en machtsmisbruik. Don Juan wordt dan ook door goddelijke interventie en een standbeeld naar de hel gesleept, waar hij tot in de eeuwigheid brandt voor zijn zonden.
De filosofische rebel
Een eeuw later kiest de Fransman Molière (1622–1673) voor een heel andere invalshoek. Zijn Dom Juan ou Le Festin de Pierre (1665) is een klassieke Franse komedie die Don Juan en zijn trouwe knecht Sganarelle volgt tijdens hun confrontaties met bedrogen geliefden en schuldeisers. Bij Molière krijgt Don Juan een ironische, lichtvoetiger toon, zonder dat zijn daden worden vergoelijkt — allicht onder invloed van de rondtrekkende Italiaanse toneelspelers die de Don Juan‑mythe door Europa verspreidden.
Net zoals bij Miguel de Cervantes’ Don Quixote en Sancho Panza zijn Don Juan en Sganarelle tegenpolen. Sganarelle is angstig en gelovig; zijn meester daarentegen spot met religie en moraal. Don Juans vrijzinnigheid symboliseert zijn onafhankelijkheid: hij wijst elke vorm van verplichting af.
Toch ontkomt ook Molières vrijdenkende Don Juan niet aan straf. Uiteindelijk wordt hij verzwolgen door het hellevuur — niet door goddelijke wraak zoals bij de Molina, maar door de morele orde die hij zelf zo hardnekkig heeft uitgedaagd. Opmerkelijk genoeg krijgt God niet het laatste woord, maar Sganarelle. Terwijl de rook van Don Juans ondergang nog opstijgt, klaagt de knecht dat hij zijn loon niet zal krijgen. Molière sluit zijn komedie af met menselijke banaliteit in plaats van verheven moraal.
De demonische charmeur
Don Juan treedt niet enkel en alleen op in toneelstukken, hij weet ook hoge noten te raken. In Mozarts Don Giovanni (1787), op een libretto van Lorenzo Da Ponte, is hij een demonische charmeur die zijn slachtoffers verleidt met aria’s en duetten. De opera vult de traditionele Don Juan‑legende aan met subtiel politiek commentaar, onder meer door Don Giovanni’s openlijke verzet tegen de gevestigde orde. Maar ook hier blijft hij geobsedeerd door verovering en macht over vrouwen. Volgens zijn dienaar Leporello heeft hij er in Spanje al meer dan duizend gehad.
Zijn onverzadigbare drang kan echter opgevat worden als een existentiële zoektocht naar ultieme vrijheid. Tot het einde weigert hij berouw te tonen. Empathie is hem onbekend; hij betreurt noch de levens die hij heeft geruïneerd, noch de wetten die hij heeft overtreden.
De tragische, romantische Don Juan
Een heel andere Don Juan treffen we aan bij Lord Byron (1788 – 1824). Hij maakt van Juan een slachtoffer, zodat hij in zijn satirisch epos de hypocrisie van de menselijke natuur, de politiek en de samenleving genadeloos kan blootleggen. Byrons Don Juan is een naïeve, passieve jongeman die verleid en gebruikt wordt door dominante, ervaren vrouwen. Hij belandt in hachelijke situaties waarin hij eerder lijdzaam toekijkt dan dat hij de touwtjes in handen heeft.
Byron begon in 1818 aan zijn epos; de eerste twee canto’s verschenen in 1819 anoniem in Londen, hoewel iedereen wist dat hij de auteur was. Zijn uitgever wilde censureren, tot grote woede van Byron, die volledige vrijheid eiste. De uitgever vreesde dat hij zijn publiek van lezeressen zou vervreemden: het werk zou een verboden vrucht zijn voor vrouwen, die niet “op ideeën” mochten worden gebracht.
Wat het einde betreft: Byron twijfelde of hij Juan in de hel zou laten eindigen of in een ongelukkig huwelijk. Door zijn onverwachte overlijden bleef het epos onafgewerkt. Toch was het ongemeen populair en wordt het nog steeds gezien als zijn meesterwerk.
Byrons Don Juan en Mozarts Don Giovanni inspireerden de Russische schrijver Aleksandr Poesjkin (1799 – 1837) tot Kamenny Gost (De stenen gast). In dit toneelstuk is Don Juan zowel een meedogenloze verleider als een tragische, dichterlijke figuur die verliefd wordt op een van zijn slachtoffers.
Het psychologisch archetype
In de twintigste eeuw wordt Don Juan minder een man van vlees en bloed en meer een psychologisch archetype: een spiegel waarin moderne denkers de compulsies, angsten en verlangens van de mens proberen te begrijpen.
Voor Sigmund Freud (1856 – 1939) en zijn volgelingen belichaamde Don Juan de compulsieve herhalingsdwang: telkens opnieuw veroveren om een innerlijke leegte op te vullen. Hij zoekt bevestiging, geen liefde. De psychoanalytici Otto Rank en Erich Fromm zagen in hem een man die zich niet bindt omdat nabijheid angst oproept. Don Juan wordt zo een tragische figuur: charmant, maar gedreven door bindingsangst en een onverzadigbare behoefte aan erkenning.
Albert Camus (1913 – 1960) noemde Don Juan in Le Mythe de Sisyphe de ultieme absurde held. Don Juans levensstijl is een vorm van opstand. Door obsessief lief te hebben, omarmt hij zijn sterfelijkheid en de absurditeit van het leven. Sartre (1905 – 1980) gebruikte Don Juan als archetype in zijn eigen leven en werk. Volgens hem werd Don Juan gedreven door vrijheid. Omdat hij elke vrouw met overgave bemint, moet hij die ervaring constant herhalen. Voor Simone de Beauvoir (1908 – 1986) was Don Juan een product van de mannelijke cultuur. Zijn veroveringsdrang is een aangeleerde rol binnen een cultuur die mannelijkheid koppelt aan verovering en prestatie. Zijn waarde hangt daardoor af van het aantal vrouwen dat hij kan veroveren. Don Juan was in haar ogen een masker dat kwetsbaarheid verbergt en een cultureel script van mannelijkheid bevestigt.
Van waarschuwing naar patroon
Waar de figuur van Don Juan meer dan vier eeuwen geleden gold als een waarschuwing tegen losbandigheid, arrogantie en machtsmisbruik, is hij nu eerder een figuur die een aangeleerde rol belichaamt. Hij toont hoe verlangen kan omslaan in dwang, hoe vrijheid kan verworden tot ontkenning, en hoe een cultuur haar eigen mythes gebruikt om kwetsbaarheid te maskeren.

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.