De lastige literaire erfenis van D.H. Lawrence

Toen D.H. Lawrence in 1930 stierf, zaten literatuurwetenschappers met hun handen in hun haar. Wat moesten ze met zijn literaire erfenis? Een opvallend deel van zijn oeuvre was tijdens zijn korte leven gecensureerd of geweigerd. The Rainbow (1915) was in Engeland verboden geweest wegens immoraliteit, voor Lady Chatterley’s Lover (1928) gold een wereldwijd verbod. Women in Love (1920) was afgewezen omdat het te expliciet en te filosofisch was. Sons and Lovers (1913) moest ingekort worden om publiceerbaar te blijven. En zelfs romans die niet verboden waren – zoals Kangaroo (1923) en The Plumed Serpent (1926) – golden als politiek of moreel verdacht.

Dan waren er nog zijn uitgesproken ideeën: zijn openheid over seksualiteit, zijn kritiek op huwelijk, religie en industrialisatie. Hij geloofde dat moderne mensen te veel in hun hoofd leefden en te weinig in hun lichaam; een overtuiging die hem tegelijk vernieuwend en gevaarlijk maakte in de ogen van uitgevers en autoriteiten. Voor de man in de straat was hij een pornograaf. Toch werd zijn reputatie – dertig jaar later – gered door twaalf gewone mensen.

Liefde voor boeken

David Herbert Lawrence werd geboren op 11 september 1885 in het kleine mijnwerkersdorp Eastwood in West-Nottinghamshire. Hij was het vierde kind van mijnwerker Arthur John Lawrence en fabrieksarbeidster Lydia Beardsall. In tegenstelling tot de meeste kinderen in zijn dorp was Lawrence niet van plan om ooit in de kolenmijnen te gaan werken, en dat had hij vooral te danken aan zijn moeder. Zij was een voormalige lerares in opleiding die om financiële redenen haar droom had moeten opgeven; zij was het die hem een liefde voor boeken bijbracht.

Lawrence was een zwak kind, vatbaar voor aandoeningen aan de luchtwegen, ongetwijfeld verergerd door de kolenmijnen rondom het dorp. Na zijn schooltijd vond hij in 1901 werk als klerk bij een plaatselijke fabrikant van chirurgische instrumenten. Lang zou hij daar niet blijven: hij nam ontslag na een zware longontsteking. Tijdens zijn herstel raakte hij bevriend met Jessie Chambers, die net als hij bezeten was van taal en boeken. Op haar aandringen vond Lawrence een baan als leerling-leraar en volgde hij een formele lerarenopleiding. En opnieuw op haar aandringen begon hij verhalen en gedichten te schrijven — de eerste voorzichtige stappen richting een schrijverschap dat later zoveel stof zou doen opwaaien.

Vanuit het hart van de ervaring

In 1907 verschenen enkele van zijn gedichten in The English Review, een tijdschrift dat openstond voor nieuwe stemmen. Redacteur Ford Madox Ford zag meteen iets in hem: een ongepolijste kracht, een instinctieve gevoeligheid, een schrijver die niet probeerde te behagen maar te begrijpen. Het was Ford die hem aanmoedigde een roman te schrijven. Dat werd The White Peacock (1911), een debuut dat nog traditioneel oogt, maar waarin al duidelijk is wat Lawrence later zou kenmerken: een scherp oog voor menselijke relaties, een afkeer van sociale conventies, en een taal die soms ruwer, soms lyrischer is dan die van zijn tijdgenoten.

Vanaf dat moment ging het snel. Lawrence verliet het onderwijs en vond aansluiting bij modernistische kringen. Hij werkte aan The Trespasser (1912), en daarna aan de roman die zijn doorbraak zou worden: Sons and Lovers (1913). In dat boek verwerkte hij zijn jeugd, de tegengestelde dynamiek tussen zijn ouders, zijn dorp, zijn eigen strijd om aan het mijnwerkersleven te ontsnappen. Het was een roman die zo persoonlijk was dat vrienden zich ongemakkelijk voelden. Maar precies die directheid maakte Lawrence tot een nieuwe stem in de Engelse literatuur: een schrijver die niet observeerde vanop afstand, maar schreef vanuit het hart van de ervaring. Hij had de roman op aanraden van zijn uitgever wel moeten herschrijven.

De liefde van zijn leven

Intussen had hij de liefde van zijn leven gevonden in Frieda Weekley. Hij wist haar te overhalen om haar man en drie kinderen in de steek voor hem te laten. Samen vertrokken ze naar Duitsland, haar geboorteland. Hier werd Lawrence beschuldigd van spionage. Op voorspraak van Frieda’s vader, baron von Richthofen, werd Lawrence vrijgelaten en reisde hij samen met Frieda via de Alpen en Italië terug naar Groot-Brittannië. Nadat zij officieel gescheiden was van haar man, traden ze in juli 1914 in het huwelijk. Het kersvers huwelijkspaar vestigde zich in Cornwall, waar Frieda verdacht werd van spionage: via het ophangen van de was zou ze berichten hebben doorgegeven aan Duitse U-boten. Zij was bovendien familie van Manfred von Richthofen, de beruchte Red Baron.

Frieda was een temperamentvolle vrouw, gewend aan emotionele vrijheid en niet bang om conventies te doorbreken. Voor Lawrence had ze verschillende relaties gehad. Maar tijdens hun huwelijk was ze loyaal, al botsten hun karakters vaak hevig. Lawrence was gevoelig en snel gekwetst; Frieda was explosief, direct en onstuimig. Hun ruzies konden fel zijn en waren niet enkel verbaal, maar hun band was diep en wederkerig. Het was een relatie die even intens als onrustig was, en die Lawrences denken over liefde en vrijheid blijvend vormde. Frieda was zijn muze: ze zou model staan voor enkele van zijn vrouwelijke personages, waaronder Lady Chatterley.

Zijn eerste schandaalroman

Hoewel Lawrence niet hoefde te vechten — hij was afgekeurd door zijn zwakke longen — wilde hij niet vechten. Hij was een pacifist, anti-militaristisch, anti-patriottisch en getrouwd met de vijand. Dus verdacht in de ogen van de Britse staat, die beide echtelieden controleerde en ondervroeg. In dit klimaat van achterdocht en controle ontstond zijn eerste schandaalroman The Rainbow (1915).

Lawrences openhartige behandeling van seksueel verlangen, de expliciete seksuele passages en de kritiek op huwelijk en religie leidde ertoe dat The Rainbow op 13 november 1915 door een rechtbank werd verboden. Het zou elf jaar duren vooraleer The Rainbow terug verkrijgbaar was in Groot-Brittannië.

Na de Eerste Wereldoorlog had Lawrence zo’n afkeer van zijn land en alles waar het voor stond dat hij naar het buitenland trok. Ook wist hij dat hij in Groot-Brittannië niets meer zou kunnen publiceren, wat werd bevestigd toen hij de opvolger van The Rainbow, Women in Love (1920), wilde publiceren. Geen enkele uitgever wilde het manuscript: de seks was weer te expliciet, het had zelfs een homo-erotische ondertoon en het was te filosofisch, te intens en te kritisch voor de industrialisatie. Lawrence moest het in eigen beheer laten drukken in New York.

Een nieuw leven

In september 1922, na een lange reis doorheen verschillende landen, arriveerden Lawrence en zijn vrouw in de VS. Hier wilde hij een nieuw leven opbouwen. Hij droomde van een kolonie, waar hij kon leven met een twintigtal mensen, ver weg van oorlog en beschaving. Een plek waar hij vrij kon zijn. Ze vonden een plek in Taos, New Mexico, waar al verschillende kunstenaars zich hadden gevestigd. Hier kochten ze een ranch en herschreef Lawrence Studies in Classic American Literature, dat door criticus Edmund Wilson de hemel werd in geprezen. Daarnaast schreef hij nieuw werk en hoopte hij op een nieuw leven als schrijver in de VS. Die hoop werd in maart 1925 abrupt in de kiem gesmoord toen hij ternauwernood een aanval van malaria en tuberculose overleefde. Op doktersadvies moesten de Lawrences terug naar Europa, waar ze een villa kochten in Noord-Italië, nabij de stad Florence.

Hier leefden Lawrence en zijn vrouw in een ritme dat bepaald werd door zijn gezondheid. Zijn longen waren blijvend beschadigd en zijn lichaam dwong hem voortdurend tot stilstand. Hij kon maar korte periodes intensief schrijven, maar bleef koppig en gedreven verder werken. Naast The Virgin and the Gipsy zag ook zijn laatste grote roman, Lady Chatterley’s Lover, het levenslicht.

Zijn zwanenzang

Voor Lawrence was Lady Chatterley’s Lover zijn meest volwassen werk. Eindelijk had hij kunnen schrijven over seksualiteit zonder schaamte, zonder ironie en zonder verhulling. Maar uiteraard bevestigde het zijn reputatie als pornograaf. Lawrence haalde echter fors uit naar al diegenen die hem van obsceniteit beschuldigden en schreef zelfs een verhandeling over pornografie en obsceniteit. Lady Chatterley’s Lover werd evenwel nergens officieel uitgegeven; hij moest het in kleine oplages laten drukken in Italië en Frankrijk. De Britse douane onderschepte exemplaren aan de grens. Lawrence voelde zich opnieuw verbannen door zijn eigen land.

In 1929, een jaar voor zijn dood, waagde Lawrence zich opnieuw aan een oude liefde: schilderen. Hij had altijd getekend, maar nooit eerder durfde hij zijn werk publiek te tonen. Schrijven viel hem nu fysiek zwaar, maar schilderen gaf hem de kans om dezelfde thema’s te onderzoeken als in zijn literaire werk: lichaam, verlangen, instinct en menselijkheid. The Warren Gallery in Londen besloot twaalf van zijn schilderijen tentoon te stellen, een gewaagde keuze want Lawrence was omstreden.

De reacties waren fel en voorspelbaar. Bezoekers waren geschokt en de critici vonden het obsceen. De politie viel de galerij binnen en nam meerdere schilderijen in beslag. Alles wat Lawrence deed, werd veroordeeld, beoordeeld of gecensureerd. Toch bleef Lawrence er tot het bittere einde van overtuigd dat kunst moest tonen wat mensen liever verborgen hielden.

In ere hersteld

In 1930 verbleef hij in Vence, in het zuiden van Frankrijk, waar hij hoopte op herstel in het milde klimaat. Maar hij kon nog amper ademen zonder pijn. Zijn dood op 2 maart 1930 kwam niet onverwacht, maar liet de literaire wereld achter met een ongemakkelijke en lastige erfenis.

Dertig jaar later gebeurde het ondenkbare. Penguin Books besloot Lady Chatterley’s Lover integraal uit te geven en werd daarvoor voor de rechtbank gedaagd wegens obsceniteit. Het was aan een jury van twaalf gewone Britten, willekeurig gekozen, om te oordelen of Lady Chatterley’s Lover porno was of kunst. Die mensen oordeelden dat Lady Chatterley’s Lover een kunstwerk was en dat zijn schrijver geen pornograaf was, maar een gedreven kunstenaar met een morele en literaire bedoeling. Zijn reputatie werd hersteld door precies die mensen voor wie Lawrence altijd had willen schrijven: gewone mensen.

Vandaag zitten biografen en literatuurwetenschappers nog weleens in hun haren als ze weer eens de zoveelste tegenstelling in uitspraken van D.H. Lawrence tegenkomen in hun onderzoek, maar ze zien het nu wel in een andere context. Lawrence behoort misschien niet tot de allergrootsten, maar hij is een blijvend belangrijke auteur: zijn werk wordt al decennialang gelezen, onderzocht, onderwezen en bediscussieerd.

Wie meer wil lezen over het Penguin‑proces rond Lady Chatterley’s Lover (1960), vindt hier mijn eerdere artikel over die historische rechtszaak.

Gepubliceerd door daniellecobbaertbe

Ik ben een nieuwsgierige lezer en schrijver. Op Boeken breng ik verhalen uit de wereld van de literatuur. Want verhalen openen deuren, verruimen blikken en verbinden ons met elkaar — los van geloof, achtergrond of etniciteit.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.