Fictieve held: Spook van de opera

Umberto via Unsplash

De meeste literaire helden schitteren enkel op papier. Dankzij de populaire cultuur krijgen sommige naam en faam. Zo kennen we het spook van de opera van Gaston Leroux vooral als musical- en filmster. 

Zijn eerste stappen in de populaire cultuur zette het spook in de stille film. Van zijn allereerste stappen in ‘Das Gespenst im Opernhaus’ uit 1916 is niets bewaard gebleven. Wel bewaard gebleven is de verfilming uit 1925 van Universal Pictures. Dankzij deze film kende het spook zijn eerste ‘moment de gloire’. Niemand minder dan Lon Chaney senior kroop toen in de huid van het spook.

Lon Chaney was een karakterauteur. Zijn make-upvaardigheden leverde hem de bijnaam, the man with the thousand faces op. Promofoto’s voorafgaand aan de film mochten niet gepubliceerd worden. Chaney wou de mensen angst aanjagen. Het effect van zijn make-up schoot zijn doel niet voorbij. Veel bioscoopbezoekers gilden het uit van de angst en vielen flauw.

Chaney_PhantomoftheOpera
Lon Chaney senior als het spook van de opera.

Mysterieus spookverhaal.

Geestelijke vader, Gaston Leroux zag de film hoogstwaarschijnlijk in 1926 in Parijs. Lang heeft hij niet kunnen genieten van het succes van zijn fantoom, want hij stierf in 1929 aan acuut nierfalen. Hij was 59. Naast de klassieker ‘Le Fantôme de l’Opera’ (1911) is Leroux bekend van ‘Le Mystère de la chambre jaune’, een van de eerste locked room mysteries. Het leverde de ex-journalist vergelijkingen op met Edgar Allan Poe en Sir Arthur Conan Doyle.

Ook zijn spookverhaal is mysterieus. In ‘Het spook van de opera’ probeert een verslaggever, allicht de schrijver zelf, het raadsel van het spook van de Parijse Opéra Garnier op te lossen. Het spook is eigenlijk een misvormde man, die geboren is als Erik Claudin. Erik is een muzikaal genie. Onder zijn deskundige leiding groeit koormeisje Christine uit tot een prima donna. Als ster van de Parijse opera weet Christine de liefde van haar jeugdvriend Raoul, Burggraaf van Chagny voor zich te winnen. Erik is jaloers, want hij houdt van Christine. Uiteindelijk sterft hij aan een gebroken hart. Als literaire held brak Erik aanvankelijk geen harten. Integendeel, de verkoop van ‘Le Fantôme de l’Opera’ was matig en de kritieken teleurstellend.

Tweede moment de glorie.

Eriks tweede ‘moment de gloire’ kwam in 1986 met de musical ‘The Phantom of the Opera’ van Andrew Lloyd Webber.

Voor dit artikel gebruikte ik verschillende internetbronnen, waaronder Wikipedia. De foto komt van Wikimedia Commons en de trailer van YouTube. 

De vrouw in het zwart van Susan Hill

In de vijf jaar dat ik werkte bij Bentley, Haigh, Sweetman en Bentley had ik één ding geleerd: het merendeel van de oudere cliënten was raar. Dat mevrouw Alice Drablow raar was, kwam door de afgelegen plek waar ze woonde. Het klonk als iets uit een roman: een eenzame weduwe, een groot afgelegen moeilijk te bereiken huis en een dorpje in een uithoek van Engeland. Ik voelde opwinding en nieuwsgierigheid.

Er was uiteraard ook professionele belangstelling. Uit naam van onze firma ging ik vooreerst de begrafenis van die arme mevrouw Drablow bijwonen. Dan moest ik haar papieren uitzoeken in Eel Marsh House en meenemen naar Londen. Het uitzoeken van de papieren ging een werk zijn van dagen.

Op de begrafenis zag ik haar voor het eerst. Ik hoorde het ruisen van haar jurk wanneer ze binnenkwam in de kerk. Ze was helemaal in het zwart gekleed. Een korte blik was genoeg om te zien hoe strak haar huid over haar botten lag. Ik zou de vrouw in het zwart nog zien. Dat wraakzuchtig wezen en mijn ervaringen in Eel Marsh House zijn de laatste jaren gelukkig verworden tot een vage herinnering. Tot mijn familieleden me vroegen om een spookverhaal te vertellen…

“Al die tijd had ik zitten luisteren naar hun gruwelijke, lugubere verzinsels, naar hun gejammer en gekreun, had ik maar één ding kunnen denken en het enige wat ik had kunnen zeggen was: Nee, nee, jullie hebben geen van allen enig idee. Dit is allemaal onzin en fantasie, zo is het helemaal niet. Het is helemaal niet zo bloedstollend en huiveringwekkend en grof, niet zo…zo lachwekkend. De waarheid is heel anders en veel verschrikkelijker.” 

Sinds 1983 heeft ‘De vrouw in het zwart’ gezwind zijn weg gevonden naar de populaire cultuur. Het boek is verfilmd voor zowel het grote als het kleine scherm, en de toneelbewerking speelt al sinds 1989 onafgebroken in Londen. ‘De vrouw in het zwart’ is een klassiek sfeervol spookverhaal. Oftewel een spannend verhaal waarin Hill het maximale haalt uit de locatie, en het gevoel en effect dat die locatie heeft op Arthur Kipps. Na zijn ervaringen kan je als lezer maar tot één conclusie komen: het spookt in Eel Marsh House. Het einde is verrassend. En toch weer niet, want Hill knoopt moeiteloos aan bij oude legendes, waarin de waarneming van spookachtige wezens vroeg of laat leidt tot een tragedie. ‘De vrouw in het zwart’ kan je gerust lezen voor het slapengaan. Je gaat er enkel kleine oogjes aan overhouden.

Oorspronkelijke titel: The Woman in Black.
Jaar van publicatie: 1983.

We hebben altijd in het kasteel gewoond van Shirley Jackson

Is het je ook al overkomen? Je leest een boek. Je vindt het fantastisch. Maar je kan niet zeggen waarom je het zo fantastisch vindt. Zo’n boek is voor mij ‘We hebben altijd in het kasteel gewoond’. Vertelster van dit verhaal is de 18-jarig Mary Katherine Blackwood, oftewel Merricat. Dat Merricat veel fantasie heeft, merk je al meteen bij de eerste zes zinnen van het boek. Het verhaal dat volgt na Merricat’s voorstelling is volledig in de verleden tijd geschreven. Zij blikt terug. Of het maanden dan wel jaren betreft, is moeilijk te achterhalen. Hoe oud was Merricat op die fatale avond? Was zij toen 12? Of was zij jonger, want zij klinkt nogal kinderlijk voor een meisje van 18.

De jaren hebben de neiging om stil te blijven staan bij de Blackwoods. De kelder van het huis huisvest weckpotten van elke generatie Blackwood-vrouwen. Ze verplaatsen zelden iets en komen nauwelijks, tot nooit de deur uit. Hun domein is goed afgesloten van de buitenwereld. De dorpelingen zijn hun vijandig gezind. En die fatale avond is enkel koren op hun molen.

Sinds die fatale avond zijn er nog maar 3 Blackwoods: Merricat, Constanze en oom Julian. Zij zijn allemaal obsessief bezig met iets: Constanze met koken, oom Julian met zijn memoires en Merricat met talismannen en fantastische verhalen. Een excentriek stel dus, die Blackwoods. Met de komst van neef Charles Blackwood krijgt die excentriciteit een andere naam: de Blackwoods hebben een klap van de molen gehad. Het weggaan van Charles is even onverwachts als zijn komst, en betekent het begin van een ander, beperkter maar even gelukkig leven voor Merricat en Constanze. Ze kunnen immers nog steeds de vijandige buitenwereld buitensluiten. En ze hebben rust, want Charles had twist en ongenoegen meegebracht.

Shirley Jackson (1916-1965) stond geboekstaafd als horrorauteur. Toch jaagt ‘We hebben altijd in het kasteel gewoond’ je geen angst aan door onverklaarbare dingen, enge huizen of fantastische wezens. Aanvankelijk lijkt het zelfs dat Jackson de draak steekt met het genre. Toch wordt het beklemmend. De horror in dit verhaal zit hem in de angst van de dorpelingen voor de Blackwoods. En die is – niet geheel onterecht – heel bedreigend in ‘We hebben altijd in het kasteel gewoond’.

Oorspronkelijke titel: We Have Always Lived in the Castle.
Jaar van publicatie: 1962.