Over koekjes en privacy

Het was even slikken: de nieuwe privacywet. Iedereen die persoonsgegevens verzamelt, moet aan de slag met de nieuwe privacywet. Als je een blog hebt, waarop mensen kunnen reageren op je artikels, dan verzamel je via je dashboard van je WordPress.com-account namen, e-mailadressen, adressen van websites of blogs en IP-adressen. Dat zijn gevoelige persoonsgegevens. In dit blog informeer ik je over je privacy en de koekjes, die je gratis krijgt bij het lezen van ‘Boeken’.

Die koekjes bak ik trouwens niet zelf. Het zijn vooral cookies die door derden geplaatst zijn. Zo onthouden cookies je inlognaam en instellingen als je een reactie op ‘Boeken’ plaatst of als je een artikel van ‘Boeken’ op sociale media deelt.

Ik maak regelmatig gebruik van embedding. Dit wil zeggen dat ik een deel van een externe webpagina integreer in een blogbericht. Zo integreer ik in een blogbericht regelmatig filmpjes van YouTube. Naast YouTube-filmpjes embed ik soms beeldmateriaal van Wikimedia Commons en Wikipedia. Bij embedding kunnen cookies gebruikt worden.

Wat met jouw gevoelige persoonsgegevens binnen mijn WordPress.com-account? Zolang dit blog online is, zolang WordPress.com bestaat, blijven die gegevens op het dashboard van mijn account staan. Tenzij je me vraagt om je gegevens en reacties op ‘Boeken’ te verwijderen. De nieuwe privacywet geeft je immers dat recht.

Vanaf nu kan je enkel nog reageren op blogs zoals deze en op Boekenkijkjes. In deze blogs hoor ik graag jouw mening of reactie. Bij mijn recensies en artikels over boeken (fictieve helden, klassiekers en spotlight op) en auteurs (auteursportretten en citaten) is dat niet nodig. Ik blijf de reacties modereren. Het duurt gewoonlijk een dag vooraleer ik er toekom om een reactie te modereren. Graag reageren op andere blogs? Het kan via Twitter. Mijn gebruikersnaam op Twitter is: @DanielleNov1968.

Heb je vragen bij dit blog? De reacties staan open. En het privacybeleid van ‘Boeken’ staat online.

De foto bij dit blog komt van Pixabay. 

Schrijfster van Manderley

“Last night I dreamt I went to Manderley again” is een van de bekendste openingszinnen uit de Engelse literatuur. Het komt uit de roman ‘Rebecca’ van Daphne du Maurier (1907-1989). ‘Rebecca’ was een instant succes in 1938. Het ging meer dan een miljoen keer over de toonbank. Ook nu weet de roman vele te boeien. Al generaties lang blijft de lezer trouw aan de onzekere ik-vertelster, die door de rijke Maxime de Winter tot vrouw wordt gekozen. Maar Rebecca, de Winters eerste vrouw begint al gauw het leven van de nieuwe mevrouw de Winter te domineren. Ze mag dan wel dood zijn, Manderley wordt nog steeds geteisterd door haar herinnering.

Rebecca: een studie in jaloezie.

Opvallend is dat de ik-vertelster in ‘Rebecca’ geen naam heeft. Wat de naam betrof, had du Maurier naar eigen zeggen, geen inspiratie gehad. Intimi wisten beter: de anonieme vertelster was zijzelf. Haar huwelijk met majoor Frederick Arthur Montague Browing was de inspiratie, waaruit ze geput had voor haar studie in jaloezie.

Ongelukkig huwelijk.

Tommy, zoals du Maurier haar echtgenoot noemde, had haar in 1932 het hof gemaakt. Tommy was een bewonderaar van du Mauriers eerste roman ‘The Loving Spirit’. Het was voor de fan en de schrijfster liefde op het eerste gezicht. Drie maanden later gaven ze elkaar het ja-woord. Wat du Maurier niet aanstond, was dat haar echtgenoot al eerder verloofd was geweest. Na haar huwelijk ontdekte du Maurier, dat Tommy de briefwisseling van zijn eerste verloofde had bijgehouden. Het idee dat haar man nog steeds hield van zijn eerste verloofde, Jan Ricardo, liet haar niet los.

Door de legercarrière van Tommy waren de echtelieden lange periodes gescheiden. In het begin van haar huwelijk was du Maurier Tommy gevolgd naar Egypte, maar ze miste Engeland al snel. Hoogstwaarschijnlijk miste ze haar rustige schrijfomgeving in Cornwall. Ze had als jonge vrouw Londen verruild voor Cornwall, omdat ze daar naast wandelen, zeilen en zwemmen ook goed kon schrijven. Al sinds haar adolescentie was schrijven voor du Maurier een therapie, een manier om met de realiteit om te gaan. Enkel in de stilte van haar schrijfruimte kon ze haar angst voor de realiteit loslaten.

Schrijfster van romantische verhalen.

Hoewel de Browings al jaren hun eigen leven leidden, kwam de dood van Tommy in 1965 hard aan. Een depressie bleef niet uit. Naast haar verdriet was er ook het gegeven van haar tanende creativiteit. Sinds ze ‘Rebecca’ had geschreven, werd du Maurier omschreven als een schrijfster van romantische verhalen, wat haar mateloos irriteerde. Ze kon schrijven wat ze wou, de stempel van romantische schrijfster raakte ze niet kwijt. Vandaag wordt ze vooral bewonderd voor haar genreoverstijgend werk.

De verdwijning van Adèle Bedeau van Graeme Macrae Burnet

Manfred Baumann zit altijd op zijn gebruikelijke plek in Restaurant de la Cloche, een bistro in de kleine Franse stad Saint-Louis. Vanaf zijn plek kan hij het hele restaurant overzien en de bewegingen volgen van serveerster Adèle Bedeau. Op een avond volgt hij Adèle na haar dienst. Bij de kerk heeft zij afgesproken met een jongen. Een paar dagen later ziet hij Adèle terug bij de kerk, waar ze dezelfde jongen ontmoet. De dag daarop komt Adèle niet opdagen op haar werk. Zij is verdwenen.

“Adèle was niet komen opdagen voor haar werk. Manfred voelde een steek van teleurstelling.Hij merkte dat hij zich erop had verheugd haar te zien.”

Tijdens de ondervraging van rechercheur Gorski, maakt Manfred zich er met een leugentje vanaf. Hij wil niet dat Gorski weet dat hij Adèle en haar vriend begluurde vanuit een portiek. Op die manier maakt hij zich verdacht. Manfred realiseert zich dat maar al te goed.

Burnet is de schrijver, die niet schrijft. Het manuscript voor ‘Zijn bloedige plan'(*) vond hij toevallig in een archief. ‘De verdwijning van Adèle Bedeau’ heet een vertaling te zijn van de Franse schrijver Raymond Brunet. Het leven van Brunet doet vertaler Burnet in een nawoord uit de doeken. Wat opvalt zijn de gelijkenissen tussen het  leven van Raymond Brunet en Manfred Baumann. Nog volgens Burnet is ‘De verdwijning van Adèle Bedeau’ Brunets enige roman. Omdat er intussen al een tweede roman is rond rechercheur Gorski, gaat die bewering niet op. Benieuwd wat vertaler Burnet gaat beweren in ‘Het ongeluk op de A23’, dat dit najaar in het Nederlands verschijnt. Ik zet hem alvast op mijn leeslijst, want ik vond ‘De verdwijning van Adèle Bedeau’ goed en aangenaam leesvoer.

Ook kon ik de Simenon-imitatie bijzonder waarderen. Qua sfeer, karakteruitwerking en verhaalopbouw doet ‘De verdwijning van Adèle Bedeau’ namelijk sterk denken aan een roman dur van Simenon. Het psychologisch welzijn van Manfred is volop in beweging door de verdwijning van Adèle. Ook bij Gorski komen herinneringen aan een vorige, onopgeloste zaak bovendrijven. Die Simenon-imitatie is geen toeval, want de Belgische schrijver is een van de lievelingsauteurs van Burnet. Doorheen het verhaal verwijst Burnet een paar keer naar Simenon: zo verslond de jonge politieman in spé Gorski, Maigret in de hoop dat hij zo de fijne kneepjes van het vak kon leren. De kneepjes van de schrijfstiel heeft de Schotse schrijver alvast goed in zijn vingers. In zijn eigen stijl brengt hij met ‘De verdwijning van Adèle Bedeau’ een mooie ode aan het werk van Simenon.

Eerder besprak ik al ‘Zijn bloedige plan‘ van Graeme Macrae Burnet. 

Oorspronkelijke titel: The Disappearance of Adèle Bedeau.
Jaar van publicatie: 2014.