Het ongrijpbare meisje van Mario Vargas Llosa

Tijdens de zomer van 1950 leert Ricardo haar kennen en wordt smoorverliefd op haar. Het was de zomer waarin de mambo in de mode was. Alle jongens van zijn wijk in Lima waren direct weg van de Chileense Lily, die zo heerlijk ritmisch de mambo danste en haar knieën liet zien. Hoewel Lily veel tijd met Ricardo doorbrengt, wil zij niet zijn vriendinnetje zijn. Als blijkt dat zij geen Chileense is, verdwijnt ze.

Begin jaren zestig woont Ricardo in Parijs. Ondanks zijn diploma rechten is het moeilijk werk vinden. Gelukkig krijgt Ricardo hulp van een landgenoot, Paúl. Paúl maakt deel uit van MIR, een beweging van revolutionair links, die van de Cubaanse regering een honderdtal beurzen kreeg om Peruaanse jongeren op te leiden als guerrilla’s. De beursstudenten reizen naar Cuba via Parijs, en Ricardo zorgt voor de reservatie van de kamers. Op een dag komt een van de net aangekomen vrouwelijke beursstudenten hem bekend voor. Nu heet zij Arlette. In Peru kende hij haar als Lily.

Voor een keer speelt Vargas Llosa niet met tijd-of verhaalperspectieven, maar vertelt een lineair verhaal vanuit ik-verteller, Ricardo. In de Spaanse titel is er sprake van een ‘niña mala’, maar ongrijpbaar dekt zeker de lading want de vrouw is ondoorgrondelijk. Met zo ’n ondoorgrondelijke vrouw kan het verhaal alle kanten uit en als lezer zit je op de eerste rij.

In de 38 jaar dat het verhaal bestrijkt, verandert hun relatie weliswaar, maar niet haar nare streken. Zij liegt en bedriegt, maar toch blijft Ricardo van haar houden. Hij is als de brave vrouw, die alles pikt in de naam van de liefde, want voor een keer zijn de rollen eens omgedraaid. Of beter gezegd: lijken de rollen omgedraaid, want hij kan zich wel degelijk laten gelden. Hij is enkel ziek van liefde.

De karakterisering van beide personages in ‘Het onbegrijpbaar meisje’ is fenomenaal. Bovendien komt de liefdesgeschiedenis van het ongrijpbare meisje en Ricardo met veel humor, tijdgeest en onvergetelijke bijfiguren.

Oorspronkelijke titel: Travesuras de la niña mala.
Datum van publicatie: 2006.
In het Nederlands vertaald door Aline Glastra van Loon en Arie van der Wal.

De grote sjoemelaar

Hoewel F. Scott Fitzgerald tijdens de jaren twintig van de vorige eeuw een succesvol schrijver was, stierf hij in 1940 in de overtuiging dat hij een mislukkeling was. Zijn verhalen en novelles werden namelijk sinds de Wall Street-crisis van 1929 amper gelezen. Ook ‘The Great Gatsby’, dat Fitzgerald beschouwde als zijn meesterwerk, kende sinds zijn publicatie in 1925 een teleurstellende verkoop.

Riante levensstijl.

Eigenlijk verkocht Fitzgeralds werk nooit goed genoeg om uit de financiële problemen te geraken. Vanaf 1930 werd zijn vrouw Zelda op regelmatige basis opgenomen in psychiatrische instellingen en sanatoria, wat veel geld kostte. Daarnaast diende het geld vooral om hun riante levensstijl te bekostigen. Dankzij het succes van Fitzgeralds eerste novelle, ‘This Side of Paradise’, behoorden Scott en Zelda namelijk tot de New Yorkse Jetset. Hun levensstijl bracht mee, dat ze tot in de vroege uren op jazzmuziek dansten op mondaine feesten en illegaal gestookte alcohol dronken. In zijn geval was het zuipen, want Fitzgerald was een alcoholist.

Turbulente tijden.

Niet enkel zijn huwelijk maar ook de tijd waarin Fitzgerald leefde was turbulent. Aan de ene kant heerste er een groot optimisme en geloof in de mogelijkheden van nieuwe technologieën zoals de auto, het vliegtuig, de telefoon en radio, wat zich vertaalde in de kunst en cultuur. Aan de andere kant was er veel misdaad en sociaal-economische ongelijkheid. De feesten die de Fitzgeralds frequenteerden, konden niet blijven duren. In ‘The Great Gatsby’ bekritiseerde Fitzgerald die mondaine feesten, gegeven door mensen als een Jay Gatsby, die enkel geïnteresseerd waren in macht en rijkdom.

“When you feel like criticizing any one…just remember that all the people of the world haven’t had the advantages that you’ve had.”

Zolang het grote optimisme en geloof duurde, zolang scheen Fitzgeralds ster als schrijver. Vanaf 1929 waren lezers veeleer geïnteresseerd in depressieve verhalen over armoede, en niet in verhalen over rijke playboys en sjoemelaars zoals Jay Gatsby. Pas na de Tweede Wereldoorlog vond ‘The Great Gatbsy’ stilaan zijn weg naar het grote lezerspubliek, onder meer dankzij de cultroman ‘Catcher in the Rye’ (De vanger in het graan) van J.D. Salinger. Ook werd ‘The Great Gatsby’ vanaf de jaren zestig opgenomen in de standaardliteratuur voor middelbare scholen en universiteiten.

Bron: Wikipedia, The Guardian en USA Today.
Bron Trailer ‘The Great Gatsby’: YouTube

De bekentenissen van Max Tivoli van Andrew Sean Greer

Max Tivoli is 17 als hij tot over zijn oren verliefd wordt op zijn buurmeisje Alice Levy. Alice heeft echter enkel oog voor Max’ vriend Hugh. Bovendien ziet Max er geen 17 uit, want hij verjaart achterwaarts. Hij kwam namelijk in 1871 te wereld als een oude man en wordt met het klimmen van de jaren jonger. Alice kent hem op dat moment als een man van middelbare leeftijd.

Een toevallige ontmoeting, twintig jaar later, als hun leeftijden elkaar kruisen, brengt Max en Alice terug bij elkaar. Ze trouwen zelfs, maar hun huwelijk duurt maar een paar jaar. Toch geeft Max het niet op. Hij blijft zoeken naar de enige vrouw van wie hij gehouden heeft.

Het concept van achterwaarts verjaren is gekend. Zo was er in 2008 de film: ‘The Curious Case of Benjamin Button’, waarin Benjamin Button als een oude man ter wereld komt en als baby sterft. De film is gebaseerd op het gelijknamige kortverhaal van F. Scott Fitzgerald. Greer kende Fitzgeralds kortverhaal niet; hij had naar eigen zeggen de mosterd gehaald bij een liedje van Bob Dylan. ‘De bekentenissen van Max Tivoli’ verscheen al in 2005 en zorgde voor de doorbraak van Greer.

Ondanks het gekende concept weet Greer een origineel verhaal te vertellen. Hij vertelt het zo dat je echt gelooft dat er mensen zijn die achterwaarts verjaren. Bovendien is Greer een ware kunstenaar in zijn metier, vooral zijn stijl is subliem. Daarnaast zet hij met Max een personage neer, dat in alle opzichten een monster is, maar wiens bekentenissen je van het begin tot het einde boeien. Het is overigens Max zelf die zijn ietwat duistere en schokkende verhaal vertelt.

‘De bekentenissen van Max Tivoli’ is het soort van verhaal, waar je best zo weinig mogelijk over weet, wat het dus lastig maakt om te bespreken. Wat ik wel kan verklappen is dat ‘De bekentenissen van Max Tivoli’ geen liefdesverhaal is, maar veeleer een verhaal over relaties, en de dingen die we onszelf wijsmaken.

Oorspronkelijke titel: The Confessions of Max Tivoli.
Jaar van publicatie: 2004.
Nederlandse vertaling Ankie Blommesteijn en Ambo|Anthos uitgevers. (2004)