Heldendichteres van de vrouwelijke ervaring

In 1949 kwam Doris Lessing (1919-2013) in Londen aan met haar jongste zoon, Peter. Haar twee oudste kinderen had ze achtergelaten in Rhodesië (het huidige Zimbabwe) bij haar eerste man, Frank Wisdom. Ook haar tweede huwelijk met Gottfried Lessing, Peters vader, was geen succes gebleken. Over het achterlaten van haar oudste kinderen zei Lessing later:

“Er is niets saaier voor een intelligente vrouw dan veel tijd door te brengen met kleine kinderen. Ik was niet geschikt om kinderen groot te brengen. Ik zou geëindigd zijn als alcoholiste. Of zoals mijn moeder, als een gefrustreerde intellectueel.” 

Een van de redenen waarom Doris Lessing naar Londen verhuisde, was om een carrière als schrijfster uit te bouwen. In haar koffer stak trouwens het manuscript van haar debuutroman: ‘The Grass is Singing’. In ‘Het zingende gras’ heeft de blanke Mary Turner een verboden relatie met haar zwarte bediende. Het zou niet het enige boek zijn waarin Lessing de ongelijkheid tussen blank en zwart, en de zelfvoldaanheid van de Britse kolonisten op de korrel nam.

Grote doorbraak en Nobelprijs.

Doris Lessings grote doorbraak kwam in 1962 met ‘The Golden Notebook’. Deze roman kon vooral in feministische middens op veel bijval rekenen. Hoewel Lessing zichzelf omschreef als een feministe had ze niet veel op met de feministische beweging. Bovendien vond ze dat de aandacht van critici en lezers te veel ging naar de man-vrouwthematiek, en niet naar de structuur van de roman noch naar het centrale thema van emotionele chaos.

In 2007 noemde de jury van de Nobelprijs Literatuur haar: “de heldendichteres van de vrouwelijke ervaring, die met scepsis, vuur en visionaire kracht een verdeelde beschaving onder de microscoop heeft gelegd.” Lessing was verbaasd over de beslissing van de Zweedse jury. Dertig jaar eerder was haar immers verzekerd dat ze nooit moest hopen op de Nobelprijs literatuur. Doris Lessing was, en is nog steeds de oudste auteur ooit die de prestigieuze Nobelprijs voor literatuur kreeg.



Danielles leeswereld: leestips

Warm aanbevolen: 5 leestips.

Tegenwoordig krijg je via Kobo, Amazon en Audible constant leesadviezen, gebaseerd op boeken die je al kocht of al gelezen hebt. Leesadviezen krijg je ook vaak via anderen: een familielid, een vriend(in), een collega, een leerkracht…En vaak lees of hoor je over een boek of een schrijver in een lied, een film of een blog.

Ik maakte een lijstje van vijf geslaagde leesadviezen:

1: ‘De geest van Gruhuken’ van Michelle Paver is me aanbevolen in de UK Book Club op Goodreads, net als ‘Het geheime schrift’ van Sebastian Barry en ‘Jonathan Strange & Mr Norrell’ van Susanna Clarke.

2: ‘Parfum’ van Patrick Süsskind was een roman die ik doorheen de jaren al een paar keer had willen kopen. Ik vreesde lang -ten onrechte- dat het geen boek voor mij zou zijn, vooral omdat ik het einde nogal bizar vond. Tot ik het begon lezen. Het is me ooit aanbevolen door een Canadese pennenvriendin.

3: In tegenstelling tot ‘Parfum’ kocht ik ‘De verborgen geschiedenis’ van Donna Tartt meteen nadat het me aanbevolen was. Ik vond het toen tweedehands aan een schappelijke prijs. Het was een leesadvies van mijn lector Duits.

4: Nog een leesadvies van een lesgever was ‘Honderd jaar eenzaamheid’ van Gabriel Garcia Marquez. Ik was toen studente aan het Sint-Lucaspaviljoen, en het moet omstreeks de tijd zijn geweest dat Garcia Marquez de Nobelprijs literatuur kreeg.

5: ‘Brighton rock’ van Graham Greene leerde ik kennen via een liedje van Morrissey, ‘Now my heart is full’. Naast een keigoede thriller is ‘Brighton Rock’ ook een verhaal over moraal en zonde.

En welke romans zijn jou ooit aanbevolen?

Expo 58 van Jonathan Coe

Thomas Foley werkt al veertien jaar voor het Centraal Bureau Informatievoorziening (CBI). Zijn werk bestaat vooral uit het schrijven van teksten voor brochures over veiligheid en volksgezondheid, wat hij oersaai vindt. Ook zijn persoonlijk leven is allesbehalve boeiend. Thomas snakt dan ook naar verandering.

Die verandering komt er in de vorm van een wereldtentoonstelling in Brussel. Het CBI neemt de eindverantwoordelijkheid op zich voor het thema van het paviljoen. Naast het officiële paviljoen komt er ook een pub: de Britannia. Voor de pub heeft men een man in Brussel nodig. De keuze valt op Thomas. Dit is uiteraard een kans, die Thomas niet onbenut kan laten. Hij laat vrouw en kind achter in Londen, en gaat voor 6 maanden naar Brussel.

Expo 1958 paviljoen van Engeland / United Kongdom
Expo 1958 paviljoen van Engeland / United Kongdom. Bron Wikipedia

In Brussel voelt Thomas zich bevrijd van de ketens van zijn huwelijk. Hij raakt gefascineerd door alles wat hij ziet op de expo. Ondanks de Koude Oorlog, hebben de Belgen het Amerikaanse en Russische paviljoen naast elkaar geplaatst. Maar kunnen de Amerikanen en bondgenoten wel zo vrij omgaan met de Russen en bondgenoten, en vice versa? Thomas zal al snel ondervinden, dat de Britse geheime dienst wel degelijk een oogje in het zeil houdt.

In ‘Expo 58’ speelt Jonathan Coe met clichés ontleend aan spionageverhalen. Zo dragen de agenten van de Britse geheime dienst gleufhoeden en herinneren ze Thomas eraan dat gesprekken nooit plaatsvonden. Thomas lijkt op Clark Gable en de vrouwen zijn uiteraard bloedmooi. Coe weet die clichés perfect te gebruiken, geheel in lijn met het verhaal dat hij vertelt. Eigenlijk is het niet correct om te spreken over clichés, want het zijn veeleer knipoogjes, subtiele grapjes. Enkel naar het einde toe, begin je te beseffen welke prijs onze weinig opvallende ambtenaar uiteindelijk betaalt.

Zoals de omslag vermeldt, is ‘Expo 58’ literair vermaak van de bovenste plank.

Oorspronkelijke titel: Expo 58
Jaar van uitgave: 2011