Woorden volgens Hesse

Zonder woorden, zonder schrijven en boeken is er geen geschiedenis, is er geen concept van de mensheid.
Foto Hermann Hesse – © Fotocollectie Algemeen Nederlands Persbureau, Den Haag

Toen de Duits-Canadese zanger en muzikant John Kay (1944) een naam zocht voor zijn groep, inspireerde hij zich op een roman van Hermann Hesse: De steppewolf. Een roman die een enorme populariteit genoot onder een hele generatie van jongeren in de VS en Canada. Met hun eerste lp Steppenwolf (1968) schreef de band geschiedenis. Twee nummers van die lp, ‘Born to be wild’ en ‘The Pusher’ dienden als soundtrack voor de roadmovie ‘Easy Rider’ met Dennis Hopper en Peter Fonda.

‘De steppenwolf’ (1927) was niet de enige roman van Hesse die een cultstatus genoot. ‘Siddhartha‘ (1922) vond eveneens weerklank in de jaren 60 bij een generatie die aan de maatschappij en haar waarden twijfelde.

Ook in onze eeuw weten de romans van Hesse nog altijd nieuwe lezers te bereiken. Dit door de tijdloze thematiek van authenticiteit, zelfkennis en spiritualiteit.

Het beeld bij dit blog is van de Fotocollectie Algemeen Nederlands Persbureau, Den Haag en is in het publieke domein.

Straf – Ferdinand von Schirach

Ferdinand von Schirach (1964).

Oorspronkelijke titel: Strafe.
Jaar van publicatie: 2018.

Copyright Nederlandse vertaling © 2019 Marion Hardoar/Uitgeverij De Arbeiderspers.

Op zijn negentiende liet zijn neef Benedict zijn familienaam officieel veranderen naar Wells. Hij koos er evenwel voor om onder die beladen familienaam te schrijven. De grootvader van beide schrijvers was een oorlogsmisdadiger. Als Reichsjugendführer was Baldur Benedikt von Schirach verantwoordelijk voor de persoonsverheerlijking van Hitler en de indoctrinatie van de Duitse jeugd. Daarnaast was hij als gouwleider verantwoordelijk geweest voor de deportatie van de Weense Joden. Voor zijn misdaden tegen de menselijkheid kreeg hij 20 jaar in Nürnberg.

De wereld van misdaden, schuld en straf is Ferdinand von Schirachs werk- en leefwereld. Voor hij in 2009 op 45-jarige leeftijd debuteerde met zijn verhalenbundel ‘Misdaden’ had hij er al een succesvolle en geruchtmakende carrière opzitten als strafpleiter. ‘Straf’ is het laatste deel van een drieluik van gebundelde kortverhalen rond misdaad, schuld en straf.

In de verhalen De verkeerde kant en Subotnik staat telkens een strafpleiter centraal. De strafpleiter in De verkeerde kant geloofde dat hij altijd aan de goede kant stond, tot hij een man verdedigde die beschuldigd werd van kindermishandeling. Nadat de man was vrijgesproken, reed hij naar huis, stopte zijn tweejarige zoontje in de wasmachine en zette die aan. Hierop begon de strafpleiter te drinken en ging het snel bergaf met hem en zijn carrière. Tot hij een zaak krijgt van een vrouw die haar man zou hebben vermoord, en hulp krijgt uit onverwachte hoek. In Subotnik volg je de eerste strafzaak van een jonge advocate die een pooier moet verdedigen. De zaak loopt helemaal anders dan ze zich voorgesteld had.

Negen verhalen gaan over gewone mensen. Mensen die door omstandigheden tot misdaden worden gebracht. Zoals de vrouw in De duiker. Zij wordt op Goede Vrijdag gearresteerd voor de wurging van haar man. Maar dan blijkt dat haar man aan wurgseks deed en wordt ze vrijgesproken. Tijdens de Paasviering in de kerk besluit de vrouw zichzelf te vergeven, ze heeft enkel zijn hoofd tegen het touw gedrukt tot hij rustig werd. Net als in de andere verhalen vertelt von Schirach vol empathie over haar eenzaamheid, ontzetting over zichzelf en haar vervreemding.

Eindigen doet hij met een verhaal – De vriend – waarin zijn eigen eenzaamheid en vervreemding centraal staat. En waarin hij te maken krijgt met een vriend die zich schuldig voelt over de gewelddadige dood van zijn vrouw.

von Schirachs kortverhalen zijn sober en kernachtig geschreven. Maar ze brengen wel het leven in al zijn verschijningsvormen en eigenaardigheden onder woorden. Dat hij een van de succesvolste schrijvers van Duitsland is, is meer dan terecht.

Spotlight op: De weg naar de grens

In spotlight op geef ik aandacht aan een boek en zijn auteur. Vandaag heb ik het over De weg naar de grens van Grete Weil.

Tot afgrijzen van haar vriend Klaus Mann keerde de Joods-Duitse Grete Weil (1906-1999) na de Tweede Wereldoorlog terug naar Duitsland. Met Ans Ende der Welt (Naar het einde van de wereld) debuteerde ze in 1949 in Oost-Duitsland. In deze roman verhaalde ze over over de deportatie van de Nederlandse Joden.

Al in 1933 was haar man Edgar Weil naar Nederland geëmigreerd, waar Grete hem 2 jaar later vervoegde. Nadat haar man in 1941 tijdens een razzia was opgepakt, dook zij onder. Enkele maanden na de deportatie van Edgar kreeg zij het bericht dat hij vermoord was in het concentratiekamp Mauthausen.

Tegen het einde van de oorlog schreef ze op haar onderduikadres Der Weg zur Grenze (De weg naar de grens), waarin ze autobiografische elementen verwerkte. Allicht heeft de schrijfster het na de oorlog willen laten publiceren maar vond ze er geen uitgever voor. Het zou overigens tot 1980 duren vooraleer de literaire wereld in West-Duitsland haar opmerkte met Meine Schwester Antigone (Mijn zuster Antigone). In Nederland en Frankrijk was ze dan al een bekende literaire naam.

Nadat literatuurwetenschapper Ingvild Richardsen Der Weg zur Grenze in 2022 in een archief teruggevond, werd het alsnog gepubliceerd. Weiles allereerste literaire werk vertelt het verhaal van de joodse Monika Merton, wier echtgenoot is omgekomen in Dachau. Omdat de Gestapo op zoek is naar haar, heeft ze haar woonplaats in München verlaten. Onderweg naar de grens met Oostenrijk ontmoet ze dichter Andreas von Cornides, die zich nauwelijks bewust is van het geweld en de misdrijven in Duitsland. Ondanks zijn onwetendheid krijgt Monika een zwak voor hem, en hij voor haar.