Edward Morgan Forster (1879-1970) was een Engelse romanschrijver. Als jonge man woonde Forster enige tijd in Italië en Duitsland. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werkte hij als ambtenaar in Egypte. En in 1912 en 1921 ging hij als adviseur van een maharadja naar Brits-Indië.
Hoewel hij maar zes romans schreef, was hij een van de belangrijkste schrijvers van zijn tijd. Voor de Nobelprijs voor Literatuur is hij twintig keer genomineerd geweest.
Zijn eerste roman ‘Where Angels Fear to Thread’ (1905) was kenmerkend voor zijn hele oeuvre. Hoofdthema is de tegenstelling tussen de koele Engelsen en de warmhartige Italianen. Ook zijn roman ‘A room with a view’ (1908) speelde zich grotendeels af in Italië. Hoewel hij in deze roman de Engelsen in het buitenland op feilloze wijze tekende, waren er de sociale tegenstellingen tussen de Engelsen zelf. ‘Howards End’ (1910) kende dan weer een confrontatie tussen de werelden van de gecultiveerde Engelsen en botte zakenlui.
Zijn Indiase ervaringen verwerkte Forster in ‘A Passage to India’ (1924). Deze roman was onder meer een aanval op het Engelse superioriteitsgevoel. Na ‘A Passage to India’ produceerde Forster vooral non-fictiewerk. Voor Benjamin Brittens opera ‘Billy Budd’ (1951) schreef hij samen met Eric Crozier het libretto.
Zijn postuum gepubliceerde ‘Maurice‘ (1971) zorgde voor opschudding, net als enkele homo-erotische verhalen.
Het beeld bij dit blog is van Dora Carrington en is in het publieke domein.
Oorspronkelijke titel: Up at the Villa. Jaar van publicatie: 1953.
Nederlandse vertaling : Ronald Vlek, 2000.
De villa stond boven op een heuvel. Vanaf het terras ervoor had je een schitterend gezicht op Florence; erachter lag een oude tuin, met weinig bloemen, maar met fraaie bomen, strak gesnoeide buxushagen, graspaden en een kunstmatig aangelegde grot waarbinnen met een koel, zilveren geluid water uit een hoorn des overvloeds klaterde.
De villa was in het bezit van een Engels stel, de Leonards. Ze hadden het voor enige tijd in bruikleen afgestaan aan de jonge weduwe Mary Panton. Mary had nood aan rust na het tragische overlijden van haar man. Bovendien had ze tijd nodig om te overdenken hoe het verder moest met haar leven. Haar huwelijk met Matthew was ongelukkig geweest.
Hoewel Mary aanvankelijk niet meer wilde huwen, staat ze op het punt om het huwelijksaanzoek van de 20 jaar oudere Edgar Swift te aanvaarden. Dit huwelijk zal haar status en aanzien opleveren. Swift is overigens niet de enige die haar ten huwelijk vraagt. Een aanzoek van Rowley Flint neemt Mary echter niet serieus. Flint is onbetrouwbaar en een rokkenjager.
Alleszins voelt Mary geen liefde voor Edgar Swift. Volgens haar advocaat trouwt ze beter niet meer uit liefde. Maar dan kruist een jonge Oostenrijkse vluchteling Mary’s pad. Voor ze het goed en wel beseft, eindigt die dood in haar slaapkamer.
Deze korte roman had William Somerset Maugham (1874-1965) aanvankelijk geschreven als feuilleton voor een Amerikaans vrouwentijdschrift. Toen de hoofdredacteur het feuilleton las, vond zij de inhoud ongeschikt voor haar lezers. Jaren later verscheen deze korte roman in een bundel met verschillende verhalen. Vooral in Romaanstalige landen groeide dit verhaal uit tot een van Maughams succesvolste verhalen.
Verhalen die in tijdschriften verschenen, moesten vooral entertainen. ‘De villa op de heuvel’ leest dan ook zeer vlot weg. Het incident dat het hart vormt van dit verhaal is een dramatisering van de werkelijkheid. Dankzij dit gedramatiseerd incident wist Maugham interessante en belangrijke thema’s met de nodige ironie te integreren in zijn verhaal. Thema’s als seksualiteit en liefde. Bovendien conflicteren de personages met hun omgeving. Ze horen er niet echt in thuis. Voor de Oostenrijkse vluchteling is de confrontatie met die statige, eeuwenoude villa zelfs fataal.
Door het incident met de vluchteling en de gevaren die daaruit voortvloeien komt Mary tot een keuze. Aan haar weduwschap zal een einde komen. Hoewel dit een rond verhaal is, roept het vragen op. Maar dat maakt het voor mij juist zo super. Het leven is immers wat je overkomt; je kan het niet op voorhand uitstippelen.
Heel vaak had meneer Baldwin naar vrijheid gehunkerd. Nu hij die vrijheid heeft, is hij er bang voor. Dat hij na zijn laatste werkdag in de City een krantenbericht leest over een gepensioneerde ambtenaar die de hand aan zichzelf sloeg, is als een stomp in zijn maag. Anderzijds trekt hij zich op aan mannen als Gladstone en Shaw die op hoge leeftijd nog bedrijvig zijn en wereldberoemd. Op zijn achtenvijftigste is hij zeker nog niet afgeschreven. Hij zal de mensen laten zien dat er meer is dan leunstoelen, pantoffels en herinneringen. Hij zal historicus worden en zijn kale, uitgeputte tuin achter zijn huis tot leven wekken. En mevrouw Baldwin – Edith – zal genieten van zijn pensioen.
De eerste dag van zijn pensioen zorgt al meteen voor huiselijke onrust. Meneer Baldwin heeft een aanvaring over een bezem met hun huishoudster Ada. Edith kan ‘s middags niet uitrusten in haar zetel. Haar vaste gewoontes zal ze moeten opgeven. Zij zal er moeten aan wennen dat ze een metgezel heeft die op haar vingers kijkt, elke dag weer. Bovendien wil meneer Baldwin dat ze het zuinig aandoen.
Een paar maanden later zijn meneer Baldwins plannen als sneeuw voor de zon verdwenen. Hij verveelt zich, is sikkeneurig en depressief. Edith stelt op een dag voor om, net als jaren geleden, te wandelen naar een van hun lievelingsplekjes op het platteland. Dat uitstapje verandert hun leven voorgoed. Ze besluiten namelijk om in Welden Valley een huis te laten bouwen.
Wie ‘Twee weken weg’ las, is vertrouwd met Sherriffs manier van vertellen en zijn beschrijvingen van heel alledaagse dingen. Anders in dit verhaal is de ironie over meneer Baldwins pensionering. Die ironie verdwijnt wanneer de Baldwins hun tocht maken naar het platteland en het verhaal een nieuwe wending neemt. Dit zal inderdaad niet het zoveelste verhaal zijn over leunstoelen, pantoffels en herinneringen. Maar een verhaal over een nieuw begin, waarbij afscheid wordt genomen van het oude huis. En waarin depressiviteit en sikkeneurigheid wordt vervangen door de spanning rond de risico’s die ze nemen: zullen ze genoeg krijgen van hun oude woning en hun inboedel, en zullen ze zich hun nieuwe huis wel kunnen veroorloven. Tegelijkertijd is er de pijn. De droefheid om hetgeen ze kwijtraken.
Eens in hun nieuwe huis merkt meneer Baldwin dat hij verlangt naar die dingen waar hij liefst van af had gewild…
Alle goede dingen bestaan echter uit drie. De Baldwins zullen drie hindernissen nemen vooraleer er sprake is van een tweede leven. De eerste hindernis is meneer Baldwins pensioen. De tweede: de verkoop van hun huis Grasmere en de aankoop van Greengates, De groene hekjes. En als derde is er de oprichting van de Welden Valley Club in hun nieuwe woonplaats op het platteland.
Op het einde heb je de Baldwins goed leren kennen: hun zorgen, bedenkingen en angst zijn de jouwe geweest. En hun tweede leven kan je enkel maar toejuichen. In het laatste hoofdstuk treedt de schrijver naar voren als een personage: hij gaat de Baldwins tien jaar na Toms pensioen bezoeken.
‘Naar Welden 1 km’ brengt je bij een heel ander treinstation dat Tom en Edith Baldwin kenden in de tijd dat De groene hekjes werd gebouwd. Je kunt niet meer de eenzame kruier horen gapen in de stilte, want het slaperige stationnetje is aangevallen en veroverd door de metropool, is gekoloniseerd en geciviliseerd tot het produceren van zes treinladingen levendige Citymensen per dag.
Kortom: hun verhuis naar Welden Valley en De groene hekjes heeft de Baldwins een nieuwe adem gegeven. Maar naast al die nieuwigheden hebben ze de dingen waar meneer Baldwin naar verlangde, teruggekregen.
Oorspronkelijke titel: Greengates. Jaar van publicatie:1936. Nederlandse vertaling Inge Kok – 2022.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.