In spotlight op ontruk ik een boek en zijn auteur uit de vergetelheid. Vandaag is het spotlight gericht op: ‘Hierheen naar het gas, dames en heren’ van Tadeusz Borowski.
Tadeusz Borowski (1922-1951) werd in 1942 door de Gestapo gearresteerd. Hij was geen lid van het Poolse verzet maar zijn verloofde Maria Rundo was dat wel. Nadat Maria niet thuis kwam, vreesde Borowski dat ze was opgepakt. Hij maakte zich grote zorgen want Maria was van joodse afkomst; Ze kon door de Duitsers zonder pardon zijn doodgeschoten. Dus ging hij op zoek naar haar en liep in dezelfde valstrik, waarin Maria daarvoor was gelopen.
Net als Maria werd Borowski in Auschwitz gevangengezet. Het concentratiekamp was immmers ook een gevangenis voor Poolse politieke gevangenen. Borowski verbleef 2 jaar in Auschwitz en werd dan naar Dachau gestuurd, waar hij in de lente van 1945 door de Amerikanen werd bevrijd. Bij terugkeer in Polen vond hij met hulp van het Rode Kruis Maria terug.
Tijdens de oorlog had Borowski voornamelijk poëzie geschreven, maar na de oorlog begon hij kortverhalen te schrijven over het kampleven. In die satirische kortverhalen beschreef Borowski de giftige relaties tussen de gevangenen zelf en hoe de dood alom vertegenwoordigd was. In zijn verhalen volg je Tadek, een overlever met een harde schil. Borowski daarentegen was iemand die anderen hielp zonder zich zorgen te maken over zichzelf.
Voor ‘Hierheen naar het gas, dames en heren’ selecteerde en vertaalde Karol Lesman niet eerder vertaalde verhalen en gedichten van Borowski. Daarnaast bevat deze uitgave uit 2022 al eerder vertaald werk van Lisetta Stembor, dat door Charlotte Pothuizen opnieuw werd vertaald.
In ‘Gespot’ zet ik een nog te verschijnen boek in de kijker. Vandaag heb ik het over ‘Almayers luchtkasteel’ van Joseph Conrad.
‘Almayers luchtkasteel’ speelt zich af tegen de achtergrond van het koloniale bestuur in Nederlands-Indië. Kaspar Almayer ging ooit een veelbelovende toekomst tegemoet. Maar hij is arm en heeft niets om handen. Zijn huwelijk is doodgebloed en zijn vrouw veracht hem. Zijn enige troost is zijn dochter Nina. Voor haar houdt hij zijn dromen in stand over een goudmijn in de binnenlanden van Borneo.
Over zijn stappen in de literaire wereld zei Joseph Conrad (1857-1924) dat het even aanlokkelijk was als stiekem om het hoekje van een rovershol gluren en heel wat minder geruststellend. Er was evenwel geen reden tot ongerustheid want met zijn debuut ‘Almayers luchtkasteel’ liet hij een authentieke begaafdheid zien.
Hoewel hij een onbekende auteur was, kreeg hij veel recensies. Met Fisher Unwin had hij een uitstekende keuze gemaakt. Uitgeverij Fisher Unwin zorgde goed voor de auteurs in hun fonds en wist hun werk onder de aandacht van recensenten te brengen, zelfs als de datum van publicatie ongunstig was. Toen ‘Almayers luchtkasteel’ op 29 april 1895 verscheen, zinderde literair Londen nog na van Oscar Wildes arrestatie.
Een van de recensenten, met name H.G. Wells, zag veel potentieel in het debuut van de ex-zeeman. Hij roemde het voor zijn originaliteit. In tegenstelling tot andere schrijvers in zijn tijd schreef Conrad vooral over geïsoleerde personages die met zichzelf in conflict komen.
Als we het woord piraat horen, denken we direct aan hem. Hij mag dan wel niet het hoofdpersonage zijn van ‘Treasure Island’, hij is niettemin de innemendste. Naast de vele film- en theaterrollen duikt hij met regelmaat nog steeds op in de literatuur.
Scheepskok Silver
Met ‘Treasure Island’ (Schateiland) in 1881 schreef Robert Louis Stevenson (1850-1894) niet het eerste verhaal over piraten. Maar zijn verhaal over een begraven piratenschat op een eiland werd wel de blauwdruk voor alle verhalen over piraten. Ook in de populaire cultuur wemelt het van de papegaaien, de schatkaarten, de eenbenige piraten, schepen met zwarte zeilen en de onderlinge gevechten tussen piraten of op schepen.
Aanvankelijk was Stevensons verhaal in feuilleton verschenen onder de naam ‘The Sea-Cook’ in een tijdschrift voor jongens. Scheepskok John Silver was immers vitaal voor het verloop van dit avonturen- en coming-of-ageverhaal rond Jim Hawkins.
Wreed en levensgevaarlijke man.
Nadat Jim Hawkins een schatkaart van kapitein Flint vond, wordt een schip uitgerust om de schat te gaan zoeken. Wat de helden van het verhaal niet weten is dat de helft van de bemanning uit piraten bestaat. Hun leider was ooit de kwartiermeester van Flint. Geen piraat zou het overigens in zijn hoofd halen om Long John Silver voor het hoofd te stoten, want zelfs Flint had schrik van hem. Silver is een wreed en levensgevaarlijk man. Bovendien is hij een opportunist, altijd bereid om van kant te veranderen, zeker als hij daarmee zijn eigen vel kan redden. Hoewel zijn linkerbeen vlak is afgesneden onder zijn heup en hij met een kruk loopt, weet hij krachtig en snel over het onstabiele dek te lopen.
Nochtans had hij ieders vertrouwen. Niemand zag een piraat of schurk in hem. Want zeg nu zelf: een hardwerkende herbergier van een pub in Bristol. Een getrouwd man. Het had er alle schijn van dat hij een hardwerkende zeeman was. Vriendelijk, charmant en innemend. Die vriendelijkheid is overigens niet gespeeld. Ook zijn genegenheid voor de jonge Jim Hawkins is echt.
Onduidelijke voorgeschiedenis.
John Silver is een gentleman. Netjes op zichzelf. Verre van roekeloos of verkwistend. Intelligent en welbespraakt. Wat bracht zo’n ontwikkeld man eigenlijk tot de piraterij? Silvers onduidelijke voorgeschiedenis maakt hem nog interessanter voor de lezer. Ook laat het einde van ‘Treasure Island’ de mogelijkheid open voor nieuwe avonturen, zowel voor Jim Hawkins als voor Long John Silver.
Van links naar rechts: Robert Louis Stevenson. Long John Silver en Jim Hawkins in de editie van ‘Treasure Island’ uit 1911. De schatkaart getekend door Robert Louis Stevenson voor ‘Treasure Island’. De afbeeldingen zijn in het publieke domein.
Robert Louis Stevenson heeft nooit een vervolg of een voorgeschiedenis geschreven op ‘Treasure Island’. Maar na hem hebben veel schrijvers dat wel gedaan. Ze schreven nieuwe avonturen rond zowel Long John Silver als kapitein Flint. Ook in onze eeuw weten Long John Silver en kapitein Flint nog steeds het publiek te boeien. Zo ging de Amerikaanse realistische televisieserie ‘Black Sails’ (2014-2017) over de periode voorafgaand aan Stevensons ‘Treasure Island’. De serie verhaalt onder meer hoe John Silver piraat werd, hoe hij zijn been kwijtgeraakte en hoe hij het tot leider van de piraten bracht.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.